Terug naar de website

 
Dit is een impressie van de vakantie die we tussen 13 november en 14 december 2006 in Nieuw Zeeland doorbrachten.
Aan het eind van het verslag vind je enige f
eitjes, wetenswaardigheden en eigenaardigheden van dit prachtige land en een kaart met de route die we hebben gereden.
 

Maandag 13 november – woensdag 15 november

De eerste 10408 km van onze vakantie zit erop.
Het begon maandagochtend allemaal met een vertraagde lijn 4 en een uitgevallen bus van de Zuidtangent. Het inchecken op Schiphol ging vrij traag, maar dankzij een goede relatie bij de KLM (die het inchecken voor Malaysia Airlines regelde), hadden we drie zitplaatsen voor ons tweeën, dus we hadden alle ruimte. Ook de beenruimte was prima. Eten en drinken volop (twee keer warm gegeten) en we konden kiezen uit wel 20 speelfilms op ons privé-schermpje. Wel met Chinese of Arabische ondertiteling, maar een kniesoor die daarop let.

Na een vlucht van 10 uur en 45 minuten kwamen we aan op het vliegveld van Kuala Lumpur waar we met een soort golfkarretje naar ons hotel Pan Pacific werden gereden. Daar kregen we een zeer luxe vierpersoons kamer met douche, bad en alles wat bij een vijfsterrenhotel hoort.
Buiten is het klam en warm, zo´n 29 graden. Veel groen (heel wat anders dan rond Schiphol) en veel gekwetter van vogels. Na een wandelingetje in een parkachtig terrein naast het hotel, gaan we "ontbijten". Eigenlijk weten we niet hoe we dit eten moeten noemen, want inmiddels is het dinsdag 1:30 uur ´s nachts Nederlandse tijd en
8:30 uur plaatselijke tijd. We kunnen kiezen uit allerlei exotische gerechten; heel bijzonder allemaal.
Op onze kamer kan ik internetten, wat ik dan ook niet kan laten. We kiezen twee van de vier bedden uit om een tukje te doen. Als we wakker worden, besluiten we een bezoek te brengen aan het zwembad van het hotel. Terug op de kamer lezen we wat en rond 19:00 uur gaan we weer naar het vliegveld. Kuala Lumpur International Airport is een modern vliegveld met zeer ruime ontvangst- en vertrekhallen. We drinken een kop koffie, eten een broodje en zoeken onze plaats in het vliegtuig. Het is weer een lange zit. We kijken weer speelfilms, lezen en doezelen af en toe weg.

8903 km verder en ongeveer 10 uur later landen we in Auckland. Men is hier bijzonder streng op geïmporteerde spullen op basis van dierlijke en plantaardige producten. Er mag bijvoorbeeld geen eten worden meegebracht. In de aankomsthal vinden we snel ons vervoer naar Tauranga en tijdens een 2,5 uur durende autorit vertelt de chauffeur ons al van alles over Nieuw Zeeland. Heel gezellig allemaal, maar de vermoeidheid spreekt inmiddels een woordje mee, dus we vangen op het laatst niet alles meer op.
In Tauranga worden we bijzonder hartelijk ontvangen door Xander, de eigenaar van Tulip campers en zijn vrouw Karen. Hij leidt ons rond in ons Bed & Breakfast-verblijf dat in feite een compleet appartement is. Op het terras lezen we nog wat. Xander haalt Fish & chips en een fles wijn. Na de maaltijd rollen we ons bed in waar we vrijwel onmiddellijk inslapen.

 

Donderdag 16 november
We slapen ongeveer 10 uur en als we opstaan, voelen we ons heerlijk uitgerust. Van een jetlag is nauwelijks sprake. Na het ontbijt rijdt Xander ons mobiele verblijf voor de komende weken voor en legt ons alles uit. Het blijkt een gloednieuwe camper te zijn; wij zijn de eersten die erin gaan rijden. Hij is compleet uitgerust met o.a. warm en koud stromend water, een magnetron, koelkast, douche en toilet. We pakken de camper in, drinken koffie, nemen afscheid van Karen en Xander en gaan op weg. Het is even wennen om met deze tamelijk grote bak links te rijden, maar dankzij de automatische versnellingsbak gaat het allemaal prima. Je kunt ook halfautomatisch schakelen waarbij je met knopjes aan het stuur van versnelling wisselt.
Door een afwisselend landschap rijden we in het zonnetje naar Rotorua, een geothermisch gebied, waar het naar rotte eieren stinkt. We doen inkopen bij Pak´nSave, een soort Aldi. Het begint behoorlijk te regenen. In de camper drinken we koffie en 
eten we een boterham. Het wordt weer droog en we wandelen naar de Government Gardens waar in het voormalige badhuis het Roturoa museum is gevestigd. Hier zien we hoe het badhuis er ooit heeft uitgezien en leren we het nodige van de geschiedenis van de Maori´s en de uitbarsting van de Mount Tarawera in 1886 waarbij een compleet dorp onder de as en lava werd begraven en 153 inwoners omkwamen.
Aan het eind van de middag zoeken we een camping op. Deze ligt aan de rand van het stadje en is van alle gemakken voorzien: douches, wc´s, barbecueplaatsen, kookgelegenheden, wasmachines, internet, een zwembadje met hotpool, enz.
Het opmaken van het bed in onze camper vereist nog enige handigheid, maar dat zal de komende dagen gerust wennen. ´s Nachts regent het aardig en omdat we onder een boom staan, druppelt het lang en hard op ons metalen dak.

 

Vrijdag 17 november
We lopen in een regenwoud. Althans daar lijkt het sterk op, want het is een zeer groen bos en het regent hard. Het is het Te Pua Maori cultureel centrum van Rotorua. Hier wordt onder meer getoond hoe de Maori in dit vulkanisch zeer actieve gebied leefden. Ze woonden in kleine houten hutjes en kookten hun eten in een warmwaterbron. Van bomen maakten ze kano´s en ze waren meesters in houtsnijwerk. Op dit moment is 35% van de Nieuw Zeelanders Maori. Ze zijn destijds behoorlijk beïnvloed door de komst van de Europeanen, aanvankelijk vooral Britten. Die invloed was niet altijd even positief. Geld en drank brachten dit natuurvolk soms aardig wat ellende. Daar is nu weinig meer van te merken. De verschillende bevolkingsgroepen (ook veel Australiërs, Nederlanders en Aziaten) leven redelijk goed samen.
Het gebied is hier een en al vulkanische activiteit. Een grote geiser spuit stoom, er bubbelen modderpotten en er zijn veel heetwatermeertjes. Dit alles vergezeld van de geur van zwavel. De grond heeft allemaal prachtige kleuren en de begroeiing is erg rijk, maar vandaag is het nogal grijs, mistig en nat. Maar we zijn lekker in beweging en het is een leuke wandeling. Na afloop daarvan wonen we een optreden bij van een Maori zang- en dansgroep. We hadden eerst zo onze bedenkingen om hier heen te gaan, want ook de Ma
ori hebben al lang geleden ontdekt dat toeristen geld in het laatje brengen, dus het optreden is uiteraard nogal op ons westerlingen ingesteld, maar de voorstelling is toch fraai om te zien en te horen. Het zingen klink erg melodieus en de dansen zijn spectaculair. Men legt uit dat de mannen bij een oorlogsdans grote ogen opzetten en hun tong uitsteken om de vijand angst aan te jagen. Het is nu enigszins lachwekkend, maar het verhaal gaat dat je serieus moet blijven, want anders is het een belediging.
In de loop van de middag wordt het droog en winkelen we wat. ´s Avonds lopen we langs het meer van Rotorua waar we worden verrast door nog meer geothermische activiteit, zonder dat er een attractie van is gemaakt.

 

Zaterdag 18 november
Het wordt een beetje eentonig, want ook vandaag gaat het in de loop van de ochtend weer regenen. We dachten nog een of twee geothermische gebieden te bezoeken, maar het is te nat. We rijden zuidwaarts richting Taupo, een aardig stadje aan het grootste zoetwatermeer van Nieuw Zeeland. Het landschap is bijzonder afwisselend. We rijden door bossen en langs weilanden met veel koeien en schapen. We nemen een kijkje bij de Aratiatia Rapids in de rivier de Waikato, een stroomversnelling die enkele keren per dag is te zien als de kleppen in een stuwdam worden opengezet. Even verder zien we de Huka waterval. Voorbij Taupo rijden we over een vrij kale, maar imposante hoogvlakte waar de weg niet voor niets “Desert Road” heet.
De volgende overnachtingplaats is Ohakune, een wintersportplaatsje aan de zuidkant van het Tongarito National Park. We dineren in een restaurant dat duidelijk op de wintersport is ingesteld: veel houten stoelen en tafels doen een beetje denken aan een alpenhut. Zelfs de glühwein ontbreekt niet, maar wij houden het bij een Irish coffee om de maaltijd af te sluiten.

 

Zondag 19 november
“Aotearoa” of “het land van de lange witte wolk”, zo noemen de Maori Nieuw Zeeland. En daar hebben ze gelijk in, zeker als je “lang” in relatie tot de tijd gebruikt. En de wolk is niet wit, maar (donker)grijs. Maar we laten ons niet kisten en rijden met onze camper het Tongarito National Park in. Een prachtige rit door een afwisselend en mooi landschap. Het zicht erop wordt helaas verstoord door de ruitenwissers. In het park bevinden zich enkele werkende vulkanen die af en toe actief zijn. Vandaag valt het mee of zouden ze die regenwolken produceren? In Whakapapa village aangekomen besluiten we toch maar niet te gaan wandelen en bekijken we alleen het bezoekerscentrum.
Terug in Ohakune klaart het op en rijden we een spectaculair bergweggetje op. Smal en stijl. We maken een prachtige boswandeling waarbij we de (voor ons) meest vreemde begroeiing zien. Veel varens, ficusachtigen en bomen van wel 30 meter hoog.
Na het avondeten worden we verrast door dit prachtige uitzicht vanaf de camping op de besneeuwde hellingen van de vulkaan Ruapehu.

 

Maandag 20 november
Vandaag merken we eigenlijk pas voor het eerst goed dat de zon hier tegendraads is: hij staat aan de verkeerde kant (in het noorden) en beweegt van rechts naar links. Maar het voorgaande betekent ook dat hij schijnt. We hebben een dag met behoorlijk mooi weer. We rijden zuidwaarts via een zeer bochtige weg door de heuvels. Op veel plaatsen is de weg gedeeltelijk weggespoeld of verzakt. Ook is op een punt de halve weg versperd door een omgewaaide boom en op tal van plaatsen liggen er stukken rots op het wegdak: uitkijken dus. We maken een stop voor een kop koffie en boodschappen in Wanganui aan de zuid-west kust. Er is een lange winkelstraat met allerlei meest kleine winkels. We rijden nog even naar de kust via een buitenwijk waar de welstandscommissie kennelijk geen enkele greep op heeft gehad. Een ratjetoe van meest houten huizen die zo maar hier en daar lijken te zijn neergegooid. Overigens zijn de meeste stadjes geen voorbeeld van schoonheid: schreeuwerige reclames en veel motels, winkels, bouwmarkten, e.d. langs de weg.
In Paraparaumu stoppen we voor de thee in een bezoekerscentrum waar allerlei plaatselijke producten worden getoond en verkocht.
Daarna gaat de tocht verder naar Lower Hutt, een plaatsje ten noorden van Wellington. Op de behoorlijk luxe ingerichte camping genieten we nog even van de avondzon.

 
Dinsdag 21 november
Vandaag gaan we met prachtig weer naar Wellington, niet de grootste stad van Nieuw Zeeland (dat is Auckland), maar wel de hoofdstad met ca. 500.000 inwoners. Het is een bijzondere stad met een mengelmoes van oude en hypermoderne gebouwen. Heel indrukwekkend. Na een kop koffie bezoeken we eerst de parlementsgebouwen. Deze bestaan uit een oud en een nieuw gedeelte (vanwege de vorm de Beehive of bijenkorf genoemd). De gebouwen zijn gefundeerd op ronde blokken, bestaande uit rubber, staal en lood om weerstand te bieden tegen aardbevingen.
Vervolgens rijde
n we met een kabeltreintje omhoog naar de botanische tuinen en wandelen we langs mooie bomen, struiken en bloemen terug naar beneden, waar we het Te Papa museum bezoeken. Hier kun je alles te weten komen van de geschiedenis, de flora en fauna, de landschappen en de geologische gesteldheid van Nieuw Zeeland. Zelfs een aardbeving wordt gesimuleerd. Als je wilt kun je in dit moderne gebouw met zes verdiepingen wel een dag doorbrengen. De dag is al weer ver gevorderd als we uit eten gaan in een visrestaurant, waarna we terugrijden naar de camping en nagenieten van een bijzondere dag.
 
Woensdag 22 november
Wellington is de havenplaats voor de oversteek naar het Zuidereiland. De ferry hebben we eergisteren telefonisch geboekt en het inschepen gaat voorspoedig. Het uitzicht op het verdwijnende Wellington is mooi en we kunnen heerlijk in de zon aan dek zitten. We lunchen aan boord, waarna we ons weer naar buiten spoeden voor de vaartocht door de Marlborough Sounds. Dit deel is echt prachtig. Het schip vaart door fjorden en we kijken onze ogen uit. In Picton meren we af en hier vandaan gaat het over een zeer bochtige bergweg in westelijke richting. Onze camper zoeft heerlijk over het hier en daar in de zon smeltende asfalt en ik ben erg blij dat deze auto stuurbekrachtiging heeft. Er is praktisch geen recht stukje weg bij.
In Nelson drinken we weer ons gebruikelijke kopje thee. Nou ja, kopje. Je kunt de invloed van de Britten merken: tea for two betekent bijna een liter thee voor twee.
We overnachten op een mooie camping in Motueka, een plaatsje vlakbij het Abel Tasman National Park.
 
Donderdag 23 november
We gaan naar het Abel Tasman National Park dat zijn naam ontleent aan de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman, de ontdekker van Nieuw Zeeland, die echter nooit een voet aan wal heeft gezet.
Na de ochtendkoffie in een leuk restaurantje rijden we naar het dorpje Kaiteriteri. Hier vandaan worden we met een bootje over zee naar het noorden gevaren. We passeren prachtige baaien en rotsen met zeehonden. We worden afgezet op het strand van Bark Bay en lopen dan over een pad door het regenwoud zuidwaarts. Er valt vandaag geen spatje, het zonnetje schijnt heerlijk en de temperatuur is bijzonder aangenaam. Onderweg hebben we af en toe een prachtig uitzicht over baaien met witte zandstranden en in het bos groeien weer de meest bijzondere bomen en struiken. De vogels zingen als gebruikelijk uitbundig. Na een wandeling van zo´n 2½ uur bereiken we Torrent Bay, waar we weer aan boord gaan van een bootje dat ons terugbrengt naar het startpunt. Terug in Motueka doen we boodschappen en nemen we op de camping een heerlijk bubbelbad dat we voor onszelf hebben. Daarna kunnen we nog vrij lang buiten van de zon genieten.
 
Vrijdag 24 november 
Als we opstaan is het half bewolkt en dat zal deze dag zo blijven (als je het enigszins positief bekijkt). Er vallen fikse buien en tussendoor schijnt de zon dan even heel fel. Het is weer een prachtige rit naar het zuiden door een (ik val in herhaling) zeer afwisselende omgeving, soms door tamelijk vlak land, maar meestal tussen fraaie bergen.
In Punakaiki bezoeken we een aardig natuurverschijnsel. Door bewegingen van de aarde, verschillende afzettingen, golven en wind, zijn hier in de loop van 30 miljoen jaar bijzondere rotsformaties ontstaan die op pannenkoeken lijken en daarom “pancake rocks” worden genoemd. We kunnen merken dat we aan de westkust zijn, want we kunnen onze camera´s nauwelijks stil houden in de stormachtige wind.
In Greymouth staan we op een camping die op een klif direct aan zee ligt, dus ook hier waait het behoorlijk. We wandelen naar het stadje om een overheerlijke pizza en cheesecake als toetje te eten en vermaken ons over een groepje landgenoten dat nogal moeite heeft met de menukaart, terwijl de bediening maar in rap Engels blijft herhalen dat men bij de “dish of the day” kan kiezen uit “vegetables or salad” en “French fries or baked potatoes”. Een van de gasten blijft volhouden dat hij “patat” wil. Ik betwijfel of men krijgt wat de bedoeling is. De zoete wijn die men wenst is volgens mij bijvoorbeeld erg droog.
 

Zaterdag 25 november
Het weer is vandaag opnieuw onvoorspelbaar. ´s Ochtends en een groot deel van de middag, begrijpen we waarom de Engelsen het hier zo´n fijn land vonden toen ze hier in de 19e eeuw kwamen wonen. Het weer kwam ze namelijk zeer bekend voor: veel regen. Maar in de loop van de middag klaart het op. We gaan naar een van de gletsjers van de Mount Cook, de Fox Glacier. Volgens de folder die we hierover gisteren lazen, regent het hier altijd en zouden we geluk hebben als het alleen maar motregent. We verwachten dus onze regenkleding nodig te hebben, maar we hebben kennelijk beter verdiend: het is droog, niet koud en de zon schijnt! De gletsjer is zeer imposant en we lopen over een redelijk begaanbaar pad tot vlakbij de “tong”.
Hierna gaat de tocht verder naar het zuiden over (wederom) prachtige wegen en met stralend weer. Door bossen, langs bergen, dan weer hoog boven de zee met fraaie vergezichten. Het wordt steeds stiller op de weg; we rijden heel ontspannen. We gaan door tot Haast, een gat van niks, maar met een prima camping om te overnachten.

 

Zondag 26 november 
Een af en toe adembenemende rit door de zuidelijke alpen naar Queenstown. Maar voordat we daar zijn, moeten er weer heel wat bochten en hellingen worden genomen, onder meer over de Haast pas. Prachtige meren met besneeuwde toppen op de achtergrond. De kleuren van de velden en berghellingen zijn elke keer weer anders. Geel van de onafzienbare velden met brem, bruin van een soort hei en geel en blauw van lupinen. In het stadje Wanaka, gelegen aan het meer met dezelfde naam, bezoeken we “Puzzle World”, waar men ruimten heeft ingericht waar allerlei illusies worden gewekt met hologrammen, scheve vloeren, vreemde perspectieven, e.d. Daarna gaan we weer verder langs woeste rivieren. In Queenstown zoeken we onze camping op. Dit keer met vrij kleine plaatsen. Het stadje, gelegen aan Lake Wakatipu, is heel druk. Dat zijn we niet meer gewend. De meeste winkels en restaurants zijn ingesteld op de vele Aziatische toeristen. Dit gebied is destijds tot leven gebracht door Chinezen die hier goud zochten.

 

Maandag 27 november 
We waren al tot de conclusie gekomen dat Queenstown erg druk is en dat de ruimte op de camping wat tegenvalt. Daarom besluiten we vandaag een klein stukje verder te rijden, maar niet zonder eerst met een kabelbaan in Queenstown naar boven te gaan waar het behoorlijk koud is, maar we een prachtig uitzicht over de stad en Lake Wakatipu hebben. Sonja Bakker *) zal het wel niet goed vinden, maar we nemen toch weer een heerlijke koek bij de koffie. Overigens valt op dat de Nieuw Zeelanders de gebruikelijke slappe koffie niet van de Engelsen hebben overgenomen, want de espresso´s en de cappuccino´s smaken uitstekend.
We rijden naar het dorpje Arrowtown. Hier werd in de 19e eeuw (door Chinezen) naar goud gezocht. Een straat heeft men in de oorspronkelijke staat gebracht. Ook enige schamele hutjes waarin de gouddelvers destijds verbleven heeft men weer gereconstrueerd. De lunch (sorry Sonja: een enorme bagel met gerookte zalm, avocado en sla) smaakte erg goed. Even verder stoppen we bij een oude brug waar men in dit land voor het eerst aan bungyjumpen deed. En ook nu wordt er gesprongen. We staan te popelen om ook mee te doen, maar besluiten de jongeren voor te laten gaan. We kijken vol ontzag naar deze durfallen en zijn blij dat we vaste grond onder onze voeten houden. Als je op de foto hiernaast klikt, zie je een klein filmpje van zo'n sprong.
In Cromwell gaan we op een uitgestrekte en rustige camping staan. We lopen naar een oud gedeelte van de stad dat eind jaren tachtig van de vorige eeuw grotendeels onder water is verdwenen door de bouw van een dam. Onze zwembandjes groeien gestaag onder het genot van een heerlijke maaltijd in het historische Victoria hotel. Omdat we menen dat mevrouw Bakker op ons blijft letten, lopen we een flink stuk en houden het er maar op dat we daarmee voldoende calorieën verbruiken.

*) Klik hier als je niet weet wie Sonja Bakker is.

 

Dinsdag 28 november 
We besluiten nog een dagje in Cromwell te blijven. Het is goed weer en er zijn verschillende wandelmogelijkheden in de omgeving. ´s Morgens lopen we een stuk langs Lake Dunstan en drinken we koffie in het nieuwe centrum van het stadje. Na de lunch rijden we naar het nabij gelegen dorpje Bannockburn waar we een wandeling maken door een gebied waar tussen 1862 en 1930 goud werd gedolven. Enorme hoeveelheden gesteente van de heuvels werden als het ware uitgespoeld om het kostbare metaal te winnen. We komen terecht in een spookdorp Stewart Town waar nog enkele ruïnes staan van de huisjes waarin de goudzoekers woonden. Een interessante en mooie tocht door een vreemd gevormd landschap.
Terug in Cromwell doen we boodschappen en tanken we de auto weer vol. Voor de statistiek: de camper, een 5,5 meter lange Ford Transit, rijdt ongeveer 1:10 en de diesel kost hier maar ca. € 0,50, dus we hoeven niet op een paar kilometertjes te letten.
Op de camping gaan we barbecueën. Elke camping heeft een plek waar je dit kunt doen. Voor ons is het nieuw, want thuis hebben we zo´n apparaat niet. Het smaakt goed en het blijft een vreemd idee dat we hier om 19:30 uur in het zonnetje zitten te eten, terwijl men in Nederland 12 uur vroeger net wakker wordt om nog aan dezelfde dag te beginnen.

 

Woensdag 29 november
Van Cromwell gaan we in noordoostelijke richting door een adembenemend landschap met veel bergen, zowel kaal als begroeid, hoogvlakten, maar ook woestijnachtige gebieden. Bewoning is er nauwelijks, maar toch zijn er pleisterplaatsen genoeg voor een koffiestop en om broodjes te kopen voor de lunch. We hebben al eerder opgemerkt dat het een winderig land is, maar vandaag waait het niet: het stormt. Volgens mij windkracht 10 of meer. De auto krijgt af en toe een beste gooi. We zien zelfs een kleine stoftornado. Bij Lake Pukaki waar we een mooi uitzicht op Mount Cook zouden moeten hebben, durven we de auto niet eens uit. Het meer lijkt wel een zee met woeste golven en de hoogste berg van Nieuw Zeeland is in wolken gehuld. We zijn van plan te overnachten aan Lake Tekapo, maar ik ben bang dat mijn haar door de hevige bries niet goed blijft zitten en daar kan ik niet tegen. Het is nog vroeg, dus we rijden verder oostwaarts. Wat hier ook opvalt zijn de onafzienbare velden met lupinen: wit, geel, roze, blauw en paars. En hiertussen staat soms ook nog oranje klaprozen. Een prachtig gezicht.
We kamperen op een mooi parkachtig terrein in Fairlie, een overzichtelijk dorpje waar je geen plattegrond voor nodig hebt: er zijn drie straten, maar wel met 5 restaurants, 2 tankstations, een supermarkt en enkele andere winkels. We kunnen nog heerlijk buiten zitten; het is inmiddels 25°C en zonnig.

 

Donderdag 30 november
Van deze dag, waarop we verhuizen van Fairlie naar Christchurch, is niet veel meer te vertellen dan dat hij k
oud en nat is. Het weer is volgens de inwoners op dit moment af en toe behoorlijk van slag: de ene dag warm en de volgende dan weer 10 tot 15° kouder. We vernamen zelfs dat men bij Lake Tekapo, waar wij gisteren ook waren, in de sneeuw reed.
´s Avonds lopen we door het nabij de camping gelegen zeer uitgebreide winkelcentrum waar een enorme supermarkt zelfs 7 dagen in de week 24 uur per dag open is. We gaan eten in een Thais restaurant. Carla neemt een kipgerecht en ik iets met “squid”, waarvan ik niet weet wat het is. Later kom ik er achter dat het een soort inktvis is. Uiteraard is het eten behoorlijk gepeperd maar erg lekker en met een biertje en water koelen we het af.

 

Vrijdag 1 december
Onze camping in Christchurch ligt aan de rand van de stad en de stadsbus stopt vlakbij, dus we laten de camper staan waar hij staat en maken gebruik van het openbaar vervoer om naar Christchurch te gaan. Er wordt gezegd dat deze stad Britser is dan welke stad dan ook in Groot Brittannië. Wij vinden dit wat overdreven, maar men doet erg zijn best door het riviertje dat door de stad loopt de Avon te noemen en er punters op te laten varen zoals in het Engelse Cambridge. De kathedraal is mooi, er rijdt een antiek trammetje door de stad en bijna elke straatnaam doet je inderdaad denken dat je in Engeland bent. Maar verder valt op dat veel historische gebouwen hebben moeten wijken voor moderne exemplaren en dat is niet overal even fraai gedaan. De kathedraal staat een beetje zielig op een plein tussen veel beton, staal en glas.
We bezoeken enige musea (vaak gratis in Nieuw Zeeland): de Christchurch Art Gallery, een hypermodern gebouw met oude en moderne kunst en het Canterbury museum over de geschiedenis van het land. Vooral dit laatste museum verrast ons door de uitgebreide informatie over de oorspronkelijke bewoners, de komst van de Europeanen, de geologie, de natuur en nog veel meer. We maken als rechtgeaarde toeristen een rondrit met het trammetje en verder wandelen we door de bijzonder mooie en uitgestrekte botanische tuin, waar ook de thee en scones goed smaakten. Ook hier valt weer op dat de bomen in dit land erg hoog zijn en dat er sprake is van een zeer rijke en afwisselende flora.

 

Zaterdag 2 december
Hanmer Springs is een stadje in de bergen ten noordwesten van Christchurch en dat wordt onze volgende stop. De weg erheen is weer schitterend en het weer ook: praktisch geen wolkje aan de hemel. Toen we vanmorgen opstonden was het 8°C, maar de temperatuur loopt snel op.

Het is maar een korte autorit en we hebben daarom na aankomst op de camping volop tijd om een prachtige wandeling te maken door bossen, langs weilanden en bergopwaarts. Op deze manier verbranden we onze (behoorlijk uitgebreide) lunch die we op een terrasje met muziek gebruikten.
Het stadje is bekend om de warmwaterbronnen. Door een breuk in het gesteente komt hier het regenwater dat 180 jaar geleden viel, met een temperatuur van ca. 50°C en voorzien van allerlei mineralen, aan de oppervlakte, hoewel er tegenwoordig een pomp aan te pas moet komen. Sinds medio 19e eeuw gebruikt men dit water om heilzame baden te exploiteren. Nu heeft men er een uitgebreid en modern complex van gemaakt met verschillende warme baden van 35 - 40°C. En wij maken daar prettig gebruik van. Na de behoorlijk vermoeiende wandeling is het heel ontspannend. Na het bad liggen we heerlijk in de zon te lezen.
Aan de picknicktafel naast de camper eten we maar weer eens een zelf klaargemaakte en eenvoudiger maaltijd dan de afgelopen dagen.

 

Zondag 3 december
We zijn vandaag erg vroeg wakker. Dat komt goed uit, want we willen naar Kaikoura, een plaatsje aan de oostkust waar we walvissen zouden kunnen spotten. In een folder lezen we echter dat we in deze maanden een week van tevoren moeten boeken om verzekerd te zijn van een plaats op de boot. Bovendien is het zondag en aardig weer, dus misschien maken we geen kans. We rijden door een prachtige binnenweg naar onze bestemming en gaan direct naar het boekingskantoor van de “whale watching”. Tot onze verrassing kunnen we al met de volgende boot mee die over 25 minuten vertrekt! De tekst in de folder is misschien slechts een lokkertje. De tocht kost een paar centen, zo’n € 65 p.p. om precies te zijn, maar we krijgen 80% van de uitgaven terug als we geen walvis te zien krijgen. Men waarschuwt ons dat de zee nogal “bumpy” is en Carla neemt daarom bij voorbaat maar een pilletje tegen reisziekte in. We gaan met een bus naar de plaats waar de boot afvaart. Het is een zeer modern schip en er kunnen zo´n 50 personen mee. Bij het vertrek van de boot valt het nog mee, maar als we in dieper water komen, gaat hij heftig te keer. We schudden, schommelen en stampen. Het duurt dan ook niet lang of de eerste schepelingen worden zeeziek. De bemanning bestaat uit vijf personen die heel behulpzaam zijn en veel vertellen over het leven in de zee. De walvissen komen eerst aan de oppervlakte om adem te halen en duiken dan ongeveer 800 m naar de bodem om te eten: vooral veel inktvis. Ze blijven vervolgens 20 tot 40 minuten onder voordat ze weer boven komen. We zien in totaal drie walvissen naar de diepte duiken; een fraai gezicht. Verder dartelen en duiken er ook nog een aantal dolfijnen langs en onder de boot. Heel leuk allemaal. Het gezicht van Carla wordt grauwer naarmate de tocht duurt, maar ze weet, dankzij nog enige pilletjes, alles binnen te houden wat er eigenlijk niet uit hoort te komen. Gelukkig heb ik nergens last van dus kan ik blijven filmen. Foto´s maken is nauwelijks te doen: je mist eigenlijk altijd het juiste moment. De foto hierboven is dan ook een enkel beeldje uit video-opnamen: de techniek staat voor niets. De tocht duurt een kleine drie uur en Carla knapt zienderogen op als we weer vaste grond onder de voeten hebben.
Na de lunch (een een
voudig broodje dit keer) rijden we naar de punt van het schiereiland waar Kaikoura op ligt. Hier is een zeehondenkolonie en we zien enige van deze dieren van nabij. Er zijn ook mensen die de zee in gaan en bij de zeehonden zwemmen. Kennelijk vinden de dieren dat ook leuk want we zien ze steeds vlakbij de zwemmers opduiken.
We zoeken onze slaapplaats voor de komende nacht op en maken nu eens gebruik van de kookgelegenheid die hier op elke camping is. Deze is van alle gemakken voorzien: kookplaten, koelkasten, een oven, magnetron, kokend water en een afwasgelegenheid. Je hoeft zelfs je eigen afwasmiddel niet mee te nemen. De maaltijd kun je vervolgens ook in deze ruimte nuttigen. Wij gebruiken echter, gelet op het aardige weer, een picknicktafel buiten.

 

Maandag 4 december 
Het regent weer, maar toch is het een mooie rit langs de grillige oostkust tussen Kaikoura en Picton in het noorden van het Zuidereiland. In Blenheim is het droog en eten we als lunch een heerlijke pie (hartig taartje) met sla. Picton is de havenplaats waar de boot naar het Noordereiland afmeert. Het plaatsje ligt pittoresk aan een baai van de Marlborough Sounds. We wandelen wat door de winkelstraten en langs de haven en kijken naar de aankomst en het vertrek van de veerboot. We houden er eigenlijk helemaal niet van, maar we gaan weer uit eten. Carla neemt lamsrack en ik eet scallops. Volgens onze reisgids zijn dit grote mosselen, maar daar lijken ze helemaal niet op. Het zijn juist kleine schaaldieren, kokkels of iets dergelijks en erg lekker. Een fles plaatselijke witte wijn smaakt er prima bij. Als dessert nemen we een plankje met kaas uit de streek, maar ook Edammer, vergezeld van druiven, meloen, olijven en aardbeien. Een glaasje sherry maakt dit dessert compleet. U ziet het, het is weer een echte SASdag *).

*) Klik hier als je niet weet wat een SASdag is.

 

Dinsdag 5 december
Lang zal ze leven, lang zal ze leven, Carla is vandaag jarig! Een aantal familieleden belt op of SMS't om haar te feliciteren. Ze is van mening dat ze dit keer 36 uur jarig is: de Nieuw Zeelandse + de Nederlandse 5 december als je begrijpt wat ik bedoel. Ze draagt vandaag haar verjaardagscadeautje: een kettinkje met een stukje gepolijste Pauaschelp. De Paua is een schelpdier dat aan de kusten van het Zuidereiland voorkomt en dat in dit land als een lekkernij geldt. De binnenkant van de schelp heeft dezelfde samenstelling als parelmoer en ziet er ook zo uit. Naast de Nieuw Zeelandse jade (hier greenstone genoemd) is Paua een van de meest gebruikte materialen voor sieraden.  Vandaag verlaten we het Zuidereiland. Onze camping ligt slechts 5 minuten van de Interislanderferry, dus we hoeven ons niet te haasten. De overtocht duurt van 10:00 – 13:00 uur die we voornamelijk doorbrengen met lezen. We gaan Wellington in voor de lunch en vervolgens rijden we in noordoostelijke richting over een bergpas(je) naar de volgende plaats om te overnachten: Masterton. Een stadje als zovele: rechte straten met rommelige gevels van winkels, restaurants, e.d. Sommige panden vertonen de vergane glorie van statige theaters en zakenpanden. Het eigenaardige is dat de winkelstraten vaak vrij smakeloos zijn, maar de parkjes er omheen zijn keurig verzorgd en zien er fraai uit.

 

Woensdag 6 december
Voor degenen die het nog niet weten: we zijn in het land van de kiwi´s. Het woord “kiwi” heeft drie betekenissen. Het is de bijnaam voor de inwoners van dit land, een vogelsoort die ´s nachts zijn voedsel zoekt en niet kan vliegen heet zo en ook het bekende fruit wordt zo genoemd. Overigens zijn dit van oorsprong Chinese vruchten die in dit land echter nog beter bleken te groeien en de wereld veroverden.
Ons vorig relaas eindigde in Masterton en vanmorgen vertrekken we hier weer, maar eerst bezoeken we een aardig museum annex kunstgalerij waar onder meer gewag wordt gemaakt van de geschiedenis van de nationale vlag en de discussie die hier kennelijk gaande is over het ontwerp van een nieuw exemplaar. Vermeld wordt dat het eerste vaandel dat in Nieuw Zeeland aan land kwam een VOC-vlag was die Abel Tasman had meegebracht. Verder bezoeken we een heel aardig museum waar wordt verhaald van de geschiedenis van de wolproductie in dit land. In dit museum kunnen
we ook onze website updaten zodat onze familie, vrienden en kennissen onze reiservaringen kunnen lezen. Al met al loopt het tegen het middaguur (Carla zegt dat ze nu in Nederland ook niet meer jarig is) voordat we het stadje verlaten. Onderweg naar de oostkust drinken we in een obscuur cafeetje thee en koffie (dat omgerekend slechts € 0,50 voor een hele sloot kost). De andere gasten zijn wat wazige figuren, maar voor de hand ligt dat zij dat ook van ons vinden. We stoppen nog even in Hastings en rijden dan door naar Napier waar we een grote camping opzoeken om te overnachten.

 

Donderdag 7 december
Deze dag zullen we blijven herinneren als een bijzondere dag. De voorbereiding daartoe is eigenlijk al in het voorjaar van 2006 begonnen. Toen we hadden besloten onze vakantie door te brengen in Nieuw Zeeland, hadden we het idee opgevat kennissen op te zoeken die in 1980 naar dit land waren geëmigreerd. Carla heeft in die tijd enige keren met Corrie, de vrouw des huizes, gecorrespondeerd. We wisten niet wat er met het gezin was gebeurd en of men bijvoorbeeld nog wel in Nieuw Zeeland woonde. We hebben op internet alle families met de naam van onze kennissen opgezocht in het telefoonboek van dit land. We hebben deze families een brief gezonden met de vraag of men het betreffende gezin kende. Drie maanden later ontvingen we per e-mail een reactie van Corrie die de brief van haar zoon had gekregen. Uit de e-mails die we ontvingen konden we echter niet opmaken waar ze woonde, hoe het met haar ging en of ze ons wilde ontmoeten. Achteraf bleek dat ze het bijzonder druk had gehad. Ze had onder meer een nieuwe partner, was bij hem ingetrokken, ze hadden kort geleden een nieuw huis gekocht, dus nog eens een verhuizing doorgemaakt. Enfin, van e-mailen e.d. was weinig gekomen. Carla stuurde de dag voor onze vakantie een laatste e-mail en gelukkig werd deze beantwoord. We ontvingen telefoonnummers waar ze te bereiken was en uiteindelijk maakten we een afspraak om elkaar te ontmoeten in Napier. We beginnen daarom in de stad met een bezoek aan het café Manna, eigendom van Mark, de partner van Corrie. We wisselen wat ervaringen met hem uit en hij nodigt ons uit voor een etentje bij hun thuis. We spreken ´s middags in het café af om Corrie te treffen. Maar voor het zover is, gaan we de stad in. In 1931 werd Napier getroffen door een aardbeving die de stad met de grond gelijk maakte. De weinige gebouwen die nog overeind stonden, werden de dagen daarna door brand verwoest. Ook in het nabij gelegen Hastings stond niets meer overeind. Zo´n 260 inwoners vonden de dood. In relatief korte tijd heeft men Napier weer opgebouwd. Alle gebouwen werden destijds in art-decostijl ontworpen. De stad ziet er dan ook zeer fraai en verzorgd uit.
Een bezoek aan het Hawke´s Bay museum leert ons het nodige over de verwoestende aardbeving. Zo is de stad zelfs groter geworden, want een flink stuk land werd door de aardbeving opgetild en kwam boven de zeespiegel te liggen. We maken een mooie stadswandeling en bewonderen de mooie art-decogevels. Je moet wel veel naar boven kijken, want op straatniveau zijn vrijwel alle gevels gemoderniseerd en voorzien van overkappingen. Na dit moois rijden we naar Bluff Hill waar we een
prachtig uitzicht over de haven hebben.
Dan wordt het tijd om naar het café terug te gaan en daar zi
en we Corrie na 26 jaar terug. We herkennen elkaar over en weer niet, maar dat maakt het weerzien er niet minder om. Er worden heel wat herinneringen opgehaald. We gaan naar hun prachtige huis dat schitterend op een heuvel naast de benedenstad is gelegen. Er is nog een echtpaar uitgenodigd dat van oorsprong Duits is. Mark is een geboren Kiwi en heeft Russisch-Joods-Zweedse voorouders, dus het is een aardig mengelmoesje van nationaliteiten. We eten heerlijk buiten op de veranda en genieten van de ondergaande zon en prachtig avondrood. We rijden in het donker naar de camping terug en kijken terug op een buitengewone dag.

 

Vrijdag 8 december
Omdat het aardig weer is, besluiten we nog eens richting Rotorua te gaan. Toen we hier in het begin van onze vakantie waren, was het slecht weer en hebben we niet alles gezien van de bijzondere geothermische gebieden. De rit gaat weer door fraaie landschappen. In Taupo eten we een hapje, maar we blijven hier niet lang want we willen naar het Waiotapu thermisch gebied. Nieuw Zeeland ligt op de breuklijn van twee gigantische brokken aardkorst. Deze tektonische platen, de Pacifische en de Indo-Australische, schuren tegen elkaar. De aarde is hier dus eigenlijk constant in beweging. Bovendien is hij relatief dun. Dit alles veroorzaakt vulkanisme, aardbevingen, bergvorming, warmwaterbronnen, e.d. Het thermische gebied dat we bezoeken ligt precies op deze breuklijn. We zien daarom veel borrelende modderpoelen, dampende geisers, diepe gaten. In feite zijn het hier allemaal ingestorte vulkanen. Ergens lezen we dat een groot gat nog maar enkele tientallen jaren geleden is ontstaan. Het landschap verandert dan ook nog steeds. De grond en de meertjes hebben de meest bijzondere kleuren, afhankelijk van de mineralen en metalen. De gifgroene meren en de grond met alle kleuren van de regenboog, samen met de stank van zwavelwaterstof (rotte eieren) maken dit weer tot een onvergetelijke gebeurtenis. We treffen het bijzonder met het weer, want als we na afloop van ons bezoek weer in de camper stappen, gaat het regenen. In Rotorua doen we boodschappen en onze overnachtingplaats ligt enkele kilometers daarbuiten aan het Lake Tikitapu, ofwel het Blauwe Meer (ook in hetzelfde vulkanische aardbevingsgebied…).

 

Zaterdag 9 december 
We besluiten nog een dag op dezelfde plaats te blijven zodat we de omgeving kunnen verkennen. In 1886 werd een aantal Maori-dorpen in de omgeving bedolven onder as, rotsblokken en modder als gevolg van de plotselinge eruptie van de Teraweravulkaan. Op de foto hiernaast is rechts de vulkaan te zien. Sommige plaatsen verdwenen onder een laag van ca. 10 meter en daarvan is nooit meer iets teruggevonden. Een van de dorpen was ook toen al een trekpleister door de aanwezigheid langs de flanken van de vulkaan van witte en roze terrassen waarlangs water stroomde en die door de Europese toeristen werden bezocht. Die terrassen zijn bij de vulkaanuitbarsting verloren gegaan. Dat dorp, Te Wairoa geheten, werd bedekt door 2 tot 3 meter eruptiemateriaal waarbij enkele tientallen inwoners het leven verloren.
In 1931 vestigde de familie Smith zich bij het dorp zonder dat ze wisten van de aanwezigheid ervan. Ze waren vooral bezig te overleven tijdens de crisisjaren. Op een dag stuitten ze bij graafwerk toevallig op een huis. Dat betekende het begin van de ontgraving van “the burried
village”. 75 jaar later wordt deze toeristische attractie nog steeds door dezelfde familie beheerd. We worden eerst in het museum rondgeleid door een jonge Maori-vrouw die een rechtstreekse afstammeling is van de toenmalige “Chief” van het dorp. Ze vertelt ons veel interessants. Zo horen we ook dat er gemiddeld 50 aardbevinkjes per dag in het gebied voorkomen. De meeste zijn echter niet zonder instrumenten waarneembaar. Op het terrein zijn verschillende gebouwtjes uitgegraven. De meeste woningen waren voorzien van rode daklijsten met mooi houtsnijwerk. Veel huishoudelijke materialen en werktuigen werden opgegraven en zijn nu tentoongesteld. Op deze manier krijgen we een idee van de wijze waarop men destijds leefde.
´s Middags rijden we eerst naar het nabij gelegen Lake Tarawera waar we een mooi uitzicht hebben op de vulkaan met dezelfde naam die veroorzaker was van het onheil. Daarna gaan we naar 
Lake Okareka waar we een prachtige wandeling maken langs het water. Op het meer veel watervogels waaronder zwarte zwanen. Verder zoals gebruikelijk veel vogels die ons op de wandeling vergezellen en overdadig groen in de vorm van varens, pampasgras en nog veel meer.
Het is alweer een eind in de middag als we naar Rotorua rijden om naar de Polynesian Spa te gaan. Hier zijn baden met een temperatuur van 36 - 42°C waarvan het water hier uit de grond komt. Er zit uiteraard weer veel zwavel in zodat de inmiddels bekende lucht ons al van verre tegemoet komt. In de baden, van waaruit we uitkijken op Lake Rotorua, komen we weer heerlijk bij van de wandeling. Vermeldenswaardig is nog dat alle meren waarvan hierboven sprake is, in feite ingestorte kraters zijn die vol water zijn gelopen.
Terug op de camping maken we ons eten buiten klaar op een hete stalen plaat. Met het gebruikelijke glaasje wijn komen we de tijd wel door.

 

Zondag 10 december
Dit is de laatste dag dat we van onze camper mogen genieten. Als we opstaan is het slechts 7°C, maar het is prachtig weer en in de loop van de dag stijgt de temperatuur tot een aangename zomerse waarde. We hoeven geen grote afstand af te leggen en daarom doen we dat ook op ons gemak. Te Puke is het centrum van de teelt van het Kiwifruit. De plant daarvan kwam oorspronkelijk uit China en is in het begin van de 20e eeuw als Chinese Gooseberry (klapbes) in Nieuw Zeeland terechtgekomen. De planten bleken het hier beter te doen dan in hun thuisland. De vulkanische grond, de niet te hete zomers en zachte winters en voldoende regen zorgen voor goede groeiomstandigheden. Rond 1950 kwam de teelt op gang en werden de vruchten voor het eerst naar Engeland geëxporteerd. Sinds het begin van de jaren 70 begon men pas goed met de commerciële teelt. Nu is veel land ervoor in gebruik. De voormalige weilanden zijn nu boomgaarden omzoomd door hoge bomenrijen om de wind tegen te houden. Lange tijd kwamen de kiwi´s alleen uit Nieuw Zeeland, maar de concurrentie uit Italië, Frankrijk, Iran en nog meer landen is in opkomst. De vruchten zijn in april/mei rijp en worden dan met de hand geplukt. Ze bevatten twee keer zoveel vitamine C als een sinaasappel en hebben een hoog vezelgehalte. De Nieuw Zeelanders noemen het dan ook het gezondste fruit ter wereld. Wij bezoeken een bezoekerscentrum waar men tijdens een rondrit door de boomgaarden uitgebreide en duidelijke informatie verstrekt. De boompjes zijn ongeveer manshoog en in deze tijd zijn de vruchten uiteraard nog niet rijp.
We bezoeken vervolgens Tauranga, een grote en gezellige plaats aan de Bay of Plenty waar we lunchen. Na de camper te hebben afgetankt brengen we hem na 3576 km terug naar Karen en Xander van Tulip Campers. We ruimen onze spullen op en nemen dan een bad in de Hot Pool die gevuld is met heerlijk warm water dat de familie van een diepte van 370 m op pompt. In de gezellige woonkamer eten we een pizza en we wisselen daarna buiten in de tuin vakantie-ervaringen uit met een ander echtpaar dat ook vandaag is teruggekeerd. Later komen ook Karen en Xander ons vergezellen en met een flesje wijn en knabbeltjes wordt het heel gezellig.

 

Maandag 11 december
We rijden vanochtend samen met het andere echtpaar in een shuttlebusje naar Auckland. We staan al om 6:30 uur op omdat zij op tijd op het vliegveld moeten zijn. Tijdens de ruim 2½ uur durende rit, die af en toe over alternatieve en mooie wegen voert, vertelt de chauffeur ons weer van alles over de omgeving: de schaalvergroting in de landbouw, dorpjes die min of meer worden verlaten, de mijnbouw en de flora en fauna. Heel interessant. Nadat we onze medepassagiers op het vliegveld hebben afgezet, worden wij naar Auckland Downtown gebracht. We logeren in het Aspen House, een backpackershotel vlakbij de binnenstad. Onze kamer stelt niet veel voor: veel meer dan twee bedden en een tafel is het niet. Een heel verschil met het vijfsterrenhotel dat we in Kuala Lumpur hadden, maar dat wisten we vooruit.
Omdat we al om 11:00 uur inchecken, hebben we veel meer tijd dan we gepland hadden om de grootste stad van Nieuw Zeeland te bekijken. Er wonen 1.300.000 mensen en dat is bijna 1/3
van de totale bevolking. De stad is weer een vreemd mengseltje van oude, maar vooral van nieuwe gebouwen. Veel winkels en restaurants. De Sky Tower is een zeer opvallend bouwsel. Hij is 320 m hoog en daarmee het hoogste gebouw op het zuidelijk halfrond. Vanuit de toren hebben we een prachtig uitzicht over de stad. Weer beneden gekomen, zien we enkele mensen langs kabels vanaf de bovenste verdieping in 14 seconden naar beneden abseilen, maar dan in een soort vrije val: zij liever dan wij. We lopen nog wat door de stad en kijken alvast wat we morgen allemaal kunnen beleven. Na een korte rust op onze kamer gaan we uit eten in een voor Nieuw Zeelandse begrippen duur restaurant: hier zijn de prijzen op Nederlands niveau. Maar het smaakt uitstekend: drie soorten vis, sla, friet en een fles lokale Sauvignon Blanc en cheesecake toe.

 

Dinsdag 12 december 
De tweede dag in Auckland begint met een busrit naar het Auckland Museum. Een groot gebouw op een heuvel in een groot park, bestaande uit drie verdiepingen met (alweer) uitgebreide informatie over de bevolking van Nieuw Zeeland, de ontwikkeling van de flora, fauna en het landschap. Heel confronterend is een filmpje over een gefingeerde vulkaanuitbarsting nabij deze stad: wat er allemaal zou kunnen gebeuren en wat in werkelijkheid niet onmogelijk is. Verder van alles over de oorlogen waarin Nieuw Zeeland verzeild is geraakt. Daarna met de bus naar Victoria Market, een overdekte markt met allerlei kleine winkeltjes, waarin vooral kleding en snuisterijen worden verkocht. We dwalen hier vrij lang rond en kopen onder meer een trui gemaakt van een mengsel van wol van een merinoschaap, de vacht van een possum en zijde. Men heeft verteld dat dit het summum is van behaaglijkheid: niet te dik, zacht en warm. De possum is een nachtdier dat oorspronkelijk niet in dit land thuishoort, maar ooit door emigranten uit Australië is meegenomen. Nu is het een plaag. Het beest heeft het hele land bevolkt en is zeer schadelijk voor de inheemse dieren en de landbouw. Men probeert het dier met alle macht uit te roeien, maar dat lukt niet erg. Daarom vind ik het ook niet zo´n ramp dat ik een kledingsstuk heb gekocht met de vacht van dit dier erin verwerkt.
We lopen terug naar de binnenstad waar we in een Ierse pub aan de haven een Guinness drinken. Nadat we de koopwaar naar het hotel hebben gebracht, eten we (weer in de Ierse pub omdat het daar zo gezellig was) een heerlijke mediterraanse schotel, niet echt Iers of Nieuw Zeelands dus, maar wel overheerlijk.

 

Woensdag 13 december – donderdag 14 december 
Dit is de datum van vertrek uit dit mooie land. Het is bewolkt, dus we hebben het de laatste dagen uitermate goed getroffen met een vrijwel onbewolkte hemel. We laten ons met een taxi naar het vliegveld rijden voor een prijs waarvoor een taxichauffeur in Nederland zijn auto volgens mij niet eens start. Deze chauffeur is, in tegenstelling tot de bestuurders van de eerdere shuttlebusjes, erg zwijgzaam, dus we moeten weer met zijn tweeën de conversatie gaande houden. We zijn ruimschoots op tijd op Auckland International Airport, dus alle winkeltjes krijgen weer een bezoek. De kerstsfeer is volop aanwezig. Na een eenvoudige lunch volgt dan de 11 uur durende vlucht naar Kuala Lumpur. Op het vliegveld van deze hoofdstad van Maleisië maken we voor ongeveer 8 Euro gebruik van een lounge waar we een douche nemen en drankjes en een ontbijt kunnen nuttigen terwijl we wachten op de volgende vlucht die 3½ uur later vertrekt. Deze vliegtocht duurt ruim 12 uur. Met in totaal vier maaltijden, drankjes, broodjes en een stuk of vijf speelfilms, leesboeken en een MP3-speler komen we de tijd toch redelijk goed door. We worden net als op de heenreis prima bediend door Maleisische schonen. Ruim 34 uur nadat we ons hotel in Auckland verlieten stappen we tegen 8:00 uur op donderdag 14 december ons eigen huis weer binnen. Je moet er wel wat voor over hebben om het prachtige Nieuw Zeeland aan de andere kant van de aarde te bezoeken, maar het was de moeite meer dan waard.

 

Feitjes, wetenswaardigheden, eigenaardigheden Enige informatie voor degenen die ook het plan hebben opgevat met vakantie te gaan naar dit prachtige land aan de andere kant van de aardbol.

  • Prijzen
    Deze zijn aan de lage kant. Soms lijkt het wel of we in het guldentijdperk zijn teruggekeerd. De munteenheid is hier de Nieuw Zeelandse dollar die ongeveer € 0,53 waard is. Enige prijsvoorbeelden (prijspeil november 2006, alles in Euro´s):
    benzine: 0,75/l
    diesel: 0,55/l
    mineraalwater: 0,55/l
    sinaasappelsap: 0,80/l
    kaas (Cheddar): 4,50/kg
    wijn (Cabernet Sauvignon, Shiraz): 4,50/fles
    brood: 1,30
    koffie of thee in een café: 1,60
    niet te ingewikkeld driegangenmenu: 16,00
    een gewone hamburger bij Mac Donalds: 0,90
    kampeerplaats 2 personen, camper, incl. elektriciteit: 14,50/nacht
    Geldautomaten zijn talrijk. Overal (ook bijvoorbeeld in café´s en supermarkten) kun je met een creditkaart terecht.

  • Horeca
    In restaurants krijgen we hier ongevraagd altijd water geserveerd. Ook staat er in ieder café een karaf met water en glazen waarvan men gratis gebruik kan maken. In een flink aantal restaurants, herkenbaar aan het opschrift BYO (bring your own), is het toegestaan je eigen wijn mee te nemen en te drinken. Je betaalt dan alleen een klein bedrag voor de glazen. Het eten moet je meestal aan de bar bestellen en betalen. Roken is in alle horecagelegenheden verboden. Binnen in de café´s zelf zijn vaak geen toiletten; daar moet je voor naar buiten. Het zijn dan gelijk openbare toiletten die er volop zijn en gratis (net als in Groot Brittannië). De meeste zijn uitgerust met warm en koud stromend water en zeep. Op vallend is verder het grote aantal motels langs de weg.

  • Verkeer
    We rijden hier aan de linkerkant van de weg, maar men rekent niet in mijlen, zoals in Engeland, maar gewoon in kilometers. Buiten de bebouwde kom mag men 100 km/h rijden. Bij alle bochten waar die snelheid te hoog is, staat een adviessnelheid. Dat werkt heel goed. Bij zebrapaden stopt men ruim van tevoren, zodra men denkt dat iemand wil oversteken. De bruggen over de rivieren hebben vaak maar één rijstrook (one lane bridge), zodat de een de ander voorrang moet geven. In enkele gevallen rijdt de trein over de zelfde ene rijstrook.

  • Telefoon
    Om naar Nederland te bellen, zou je een Nieuw Zeelandse simkaart in je GSM kunnen doen, maar veel goedkoper is een oplaadbare prepaid telefoonkaart te kopen. Daarmee bel je voor minder dan 0,20 ct/minuut in een telefooncel naar het vaderland. Telefooncellen zijn talrijk.

  • Internetten
    Dit kun je op tal van plaatsen voor weinig geld (0,50 à 1,00 per kwartier), bijvoorbeeld op elke camping die we bezochten, maar ook in veel gelegenheden in de dorpjes.

  • Reclame-uitingen
    Men houdt hier van ontsierende en schreeuwerige reclames langs de weg, maar ook op de radio. Na elke plaat begint men ons zeer opgewonden een boodschap toe te schreeuwen. Toch maar weer handig dat ik met behulp van de MP3-speler en de laptop onze eigen cd´tjes kan branden en afspelen in de autoradio.

  • Vee in het landschap
    In de weilanden veel schapen, koeien en herten. We zijn er niet achter gekomen waarvoor deze laatstgenoemde dieren worden gefokt; in de winkels vinden we in ieder geval geen vlees of andere producten van deze dieren.

  • Vertrekbelasting
    Denk eraan dat je bij het verlaten van het land merkwaardig genoeg ongeveer € 13,00 vertrekbelasting per persoon betalen. Uiteraard kan dit met een creditcard.

Kaart met de gereden route

 

Terug naar de website    Klik hier voor meer foto's