Terug naar de website

 

We maken tussen 20 augustus en 9 oktober 2012 een reis in de Verenigde Staten.

We brengen eerst enige dagen door in New York waar we overnachten in een hotel.
Daarna vliegen we naar Denver waar we een camper ophalen. Daarmee maken we een rondreis door het middenwesten van de Verenigde Staten. De reis begint in de staat New York en gaat daarna door de staten Colorado, South Dakota, Wyoming, Montana, Idaho en Utah.

We hebben op onze reis onder meer:
- 4 keer overnacht in 2 hotels;
- 45 nachten doorgebracht op 30 verschillende campings;
- 1 nacht weinig geslapen in een vliegtuig;
- 6177 km met de camper gereden;
- 1450 liter benzine getankt.

Met deze impressie hopen
we je een klein beetje van de sfeer te laten proeven.

 

Op de kaart hierboven staat de 6175 km lange route aangegeven die we met de camper hebben gereden en de overnachtingplaatsen in de volgorde zoals we ze hebben aangedaan.
Hieronder zijn deze overnachtingplaatsen nader omschreven.

1. Hotel Wellington, New York
2. Hotel Crown Plaza Denver International Airport
3. Manor RV Park, Estes Park
4. Pony Soldier RV Park, Fort Laramie
5. Big Pine Campground, Custer
6. Badlands White River KOA, Interior
7. Rapid City KOA, Rapid City
8. Devils Tower KOA, Devils Tower
9. Foothill Motel and Campground, Dayton
10. Greybull KOA, Greybull
11. Red Lodge KOA, Red Lodge
12. Tower Fall Campground, Tower Fall (Yellowstone NP)
13. Mammoth Campground, Mammoth Hot Springs (Yellowstone NP)
14. Norris Campground, Norris (Yellowstone NP)
15. Grant Village Campground, Grant Village (Yellowstone NP)
16. Grant Teton Park RV Resort, Moran
17. The Virginian Lodge RV Resort, Jackson
18. Snake River RV Park and Campground, Idaho Falls
19. Craters of the Moon Lava Flow, Craters of the Moon
20. Twin Falls KOA, Twin Falls
21. Lottie-Dell Campground, Snowville
22. Salt Lake City KOA, Salt Lake City

23. Legacy Inn and RV Park, Price
24. Moab Valley RV Resort, Moab
25. OK RV Park, Moab
26. Needles Outpost, Needles Outpost (bij Canyonlands NP)
27. United Campground, Durango
28. Healing Waters Resort and Spa, Pagosa Springs
29.
Alamosa KOA, Alamosa
30. Royal View Campground, Cañon City
31. Cheyenne Mountain State Park, Colorado Springs
32. The Prospect RV Park, Denver

 

Klik in bovenstaande kaart op een overnachtingplaats
en je gaat direct naar de tekst van de dag waarop we naar deze plaats reizen.

Je kunt hieronder op de foto's klikken om grotere exemplaren te bekijken.
Klik vervolgens op "Terug naar reisverslag" om hier verder te lezen.

Aan het eind van het verslag staan enige tips die handig kunnen zijn
bij de voorbereiding van de reis en tijdens het verblijf.

 

Maandag 20 augustus

De wekker gaat om 4:30 uur af, want de taxi komt ons al om 5:45 uur halen. We hebben daarom wat moeite om wakker te worden, maar de koffers zijn allemaal al gepakt, dus we zijn op tijd.
Maar eerst toch nog even terug naar een dag eerder.
Toen de koelkast werd schoongemaakt was er kennelijk een plasje water op de keukenvloer gekomen. Rob gleed hierover uit en smakte met zijn gezicht tegen de deur van de koelkast. Twee scheurtjes in zijn lip en een bloedende wond eronder. Gauw naar de spoedeisende hulp in het Kennemer Gasthuis, waar het wondje met een soort lijm werd gehecht. Met flink wat ijs hield hij de wond koel waardoor er maar weinig sprake was van een opgezette lip. Maar het was wel schrikken.
Dan nu maar weer verder met de dag van vertrek.
De taxi is keurig op tijd, de rit naar Schiphol verloopt voorspoedig en het inchecken is ook zo gebeurd. We zitten al om 6:40 uur aan de koffie.
Ondanks het redelijk vroege tijdstip, is het toch al behoorlijk druk.  
Ons vliegtuig vertrekt om 9:15 uur, precies op tijd waarop een rustige vlucht volgt.


We komen om 11:30 uur, nog iets eerder dan het geplande tijdstip, aan op het vliegveld van Newark waarna we, zoals gebruikelijk in de VS, lang bij de douane moeten wachten. Zodoende komen we tegen 14:00 uur aan in ons hotel, heel centraal gelegen aan Seventh Avenue, vlakbij Central Park. We hebben een niet al te grote kamer, maar we verblijven er toch niet veel in.
Na een korte rustpauze wandelen we de stad in en lopen eerst een stuk door Central Park. Veel wandelaars, muziek, honkballers, hot-dogtentjes en nog veel meer. Heel gezellig allemaal.
Daarna gaan we lopend naar Times Square. We kijken onze ogen uit naar alle zeer hoge gebouwen en de immense drukte in de straten.
De jetlag begint ons aardig parten te spelen. We gaan daarom niet te laat terug naar ons hotel. We lezen nog wat en gaan bijtijds slapen.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 21 augustus

De jetlag wekt ons erg vroeg. Na een ontbijt in een naburig etablissement gaan we al voor half acht op pad om als echte toeristen New York te verkennen. We staan alweer te kijken van de behoorlijke drukte en de enorme gebouwen. Het Grand Central Station is het eerste doel dat een bezichtiging waard is. Een zeer fraaie hal, veel winkeltjes, eettentjes, e.d. en -uiteraard- een drukte van belang. Hier niet ver vandaan staat het Cryslergebouw dat echter, op de lounge na, niet te bezichtigen is. Omdat we New York toch vanuit een hoog standpunt willen bekijken, is het Empire State Building een must. Omdat we zo vroeg zijn, is het nog niet al te druk. Snelle liften brengen ons naar de 86e verdieping waar het uitzicht bijzonder fraai is. Ver beneden ons zien we de autootjes in het klein rijden en we krijgen nauwelijks genoeg van de skyline van de stad die we in alle windrichtingen bekijken.
Onderweg naar de volgende bezienswaardigheid, komen we langs een winkel van B&H met camera's, computers, verrekijkers en nog meer van dat soort zaken. We hebben nog nooit zo'n grote winkel met dat assortiment gezien. Het is kennelijk een Joodse zaak want er loopt vrijwel uitsluitend orthodox-Joods personeel rond. Het is eigenlijk een soort Kijkshop. Er ligt bij de ingang een catalogus van 500 pagina's en door de hele winkel voeren een soort lopende banden boven ons hoofd de gekochte spullen naar de afrekeningbalie. Hier zitten minstens 15 mensen achter kassa's. Carla koopt een leuk filtertje voor haar fotocamera en met weer een ervaring rijker, verlaten we het pand. 
Een volgend fenomeen is de "Highline". Dit is een voormalige hoog gelegen goederenspoorlijn langs het westelijke havengebied van Manhattan. De spoorweg is al tientallen jaren niet meer in gebruik. Hij stond te verroesten en de natuur nam de baan in bezit. Dit bracht een aantal mensen op het idee om er een wandelpromenade van te maken. En daar zijn ze erg goed in geslaagd. Een prachtig pad van enkele kilometers lang met mooi groen erlangs. Soms zijn de rails nog te zien. Overal staan bankjes langs het pad en uiteraard zijn er weer de nodige mogelijkheden om versnaperingen te kopen. Ook wordt er hier en daar muziek gem
aakt en staan er kunstvoorwerpen langs het pad.
Vervolgens nemen we de metro naar "Battery Park", het meest zuidelijke punt van Manhattan om een boottochtje te maken. We varen langs de Brooklynbridge, het vrijheidsbeeld en Ellis Island. Een ontspannend tochtje waarbij we vanzelfsprekend weer heel wat foto's maken.
Met de subway (ondergrondse) gaat het terug naar ons hotel waar we aankomen, ongeveer 10 uur nadat we er waren vertrokken. Na een uurtje rust, gaan we ergens eten en daarna lopen we in de avond over Broadway naar Times Square waar het nog drukker is dan overdag. We hebben bijna een zonnebril nodig tegen de overdadige, veelkleurige en schreeuwerige lichtreclames.
Een korte wandeling brengt ons weer terug naar het hotel. Het is na 23:00 uur voordat we naar bed gaan.
Het was een zeer lange dag. Behoorlijk vermoeiend, maar de jetlag zijn we vrijwel te boven.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 22 augustus

Ook vandaag maken we ons op voor een lange wandeling. We zijn niet zo vroeg op als gisteren, maar we zitten toch alweer om ongeveer 7:30 uur aan het ontbijt. Carla neemt een bagel met roomkaas en Rob denkt een broodje met gebakken ei en een knakworstje te bestellen. Maar het lijkt wel een avondmaaltijd. Twee toastjes, drie eieren, vier worstjes en bovendien nog gebakken aardappelen. Later komen er onder de toastjes ook nog boter en jam te voorschijn. Enfin, te veel om te kunnen opeten.
De wandeling gaat eerst naar het Rockefellercentrum. Ruim aangelegd tussen hoge gebouwen. Prachtige beeldhouwwerken waaronder Atlas die de wereldbol draagt.
We nemen de subway naar het zuiden om enige oude wijken te bekijken. We stappen uit in Greenwich Village en drinken onze ochtendkoffie in het Washington Park. Er staat een soort Arc de Triomph, maar verder valt de wijk een beetje tegen. Het is een oude woonwijk met veel minder hoge gebouwen. We lopen verder door Soho. Heel oud en rommelig, maar interessant om te zien. Vooral de noodtrappen vallen op die overal aan de gevels van de gebouwen zijn bevestigd. De volgende wijk is Little Italy met v
eel eetgelegenheden en cafés. Hier drinken we dan ook maar weer een kopje koffie. China Town is de volgende wijk en opeens zien we vrijwel alleen nog maar Aziatische mensen en horen we nauwelijks nog Engels spreken. We lopen een overdekte markt in waar van alles te koop is. We hebben een groot voordeel van onze Europese achtergrond want we steken minstens een kop boven iedereen uit en kunnen alles goed bekijken. Het is overal een chaotische drukte in winkelstraten waar van alles te koop is en waar je allerlei massages kunt ondergaan.
Na deze woonwijken gaat de tocht verder naar Pier 17 in het oude havengebied dat helemaal is verbouwd tot uitgaanscentrum. Veel horeca waar we een broodje nuttigen. Rob heeft geen trek in vlees, maar het is bijna niet mogelijk om een broodje zonder kip, varken, koe of vis te kopen. Na lang zoeken vindt hij toch een heerlijk vegetarisch broodje. We rusten uit op een bankje met zicht op het water met alle bedrijvigheid van dien.
Onze tocht gaat verder naar het Financial District waar we uiteraard door Wallstreet lopen en de New York Stock Exchange bewonderen. Hoe hoog de Dow Jones vandaag staat, kom
en we echter niet te weten. Onze wandeling gaat weer verder tot we bij Ground Zero komen. De bouw van de nieuwe torens die de Twin Towers moeten vervangen, vordert al behoorlijk.
We nemen de subway terug naar het hotel waar we uitrusten van een vermoeiende tocht.
Maar niet al te lang, want we hadden al besloten de Brooklyn Bridge nader te bestuderen. We nemen de subway en gaan daarbij met een tunnel onder de East River door
naar Brooklyn. We eten eerst een lekkere pasta waarna we naar de rivier wandelen en flink wat foto's maken van de steeds donkerder en mooier wordende skyline van Zuid-Manhattan. De foto hiernaast is met het sterfilter gemaakt, dat Carla gisteren heeft gekocht. Als je goed kijkt, zie je dat de heldere lichten sterretjes zijn geworden. We wandelen naar Manhattan terug via het voetpad over de Brooklyn Bridge. Ook dat is weer een hele belevenis. De subway brengt ons weer terug naar het hotel.
Het was weer een lange dag met veel bezienswaardigheden.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 23 augustus

Dit is de laatste dag in deze enerverende stad met meer dan 8 miljoen inwoners, 12000 taxi's, 6000 metrotreinen, veel rumoer, toeterende auto's, sirenes van brandweerauto's. Kortom, een drukte van belang, waarbij het geel ziet van de taxi's. Wat bij al dat drukke verkeer opvalt, is dat de automobilisten, ondanks hun gehaast en getoeter, goed rekening houden met voetgangers. Door rood licht rijden is er niet bij en een stopbord betekent echt stoppen. Wat ook aan de stad opvalt is dat er, afgezien van het verkeerslawaai, een constant vrij sterk zoemend gebrom klinkt. Het zal wel van alle airco's komen die hier voortdurend aan staan. Ook verbazen we ons erover dat de stad zo schoon is. Overal worden de straten, gevels en ruiten schoongemaakt.
Na de lunch en enige telefoontjes, hebben we na de drukke dagen wat meer behoefte aan enige rust en daarom bezoeken we vandaag Central Park. Het park ligt midden in de stad en is 340 ha groot. Om je een indruk te geven van deze grootte: dat is ongeveer zo groot als heel Haarlem-Noord, dus van de Delftlaan tot de Spaarndamseweg en van de Vondelweg tot de Kleverlaan. Ondanks de vele bezoekers is de kalmte een verademing. Overal liggen, lopen of fietsen mensen en op tal van plaatsen wordt muziek gemaakt. Er zijn veel sportveldjes waar onder andere honkbal, softbal en basketbal wordt gespeeld. Je kunt een bootje huren om op een van de meren te varen. Groepen van kleine kinderen worden beziggehouden door hun begeleiders. En uiteraard zijn er ook veel stalletjes waar allerlei snuisterijen te koop zijn. Ook veel cartoontekenaars proberen ons tot een opdracht te verleiden. Door het hele park staan fraaie beeldhouwwerken en bijzondere gebouwen. Ook levende standbeelden proberen wat te verdienen. Er rijden veel fietstaxi's rond die klanten lokken. En om de haverklap worden we uitgenodigd om fietsen te huren à $ 15,00 per uur. Maar wij houden het bij wandelen. Het park is zo groot dat je meerdere dagen nodig hebt om alles te bekijken.
Na dit verblijf in deze groene oase, lopen we terug naar het hotel, pikken de bagage op en wachten tot het shuttlebusje komt dat ons naar het vliegveld brengt.
Ondanks het zeer drukke verkeer komen we op tijd op Newark International Airport. Er staan tamelijk lange rijen om in te checken en ik vraag aan een medewerkster waar we dat het beste kunnen doen. Het antwoord is dat dit in elke rij mogelijk is, maar ze is zo vriendelijk het bij haar balie te doen. Een VIP-behandeling zonder dat we daarom hebben gevraagd. We eten nog wat en stappen daarna in het vliegtuig dat een kleine vertraging heeft. Hij komt na 3,5 uur echter nog vroeger in Denver aan dan was gepland, dus hij had kennelijk wind mee (zie ook de routekaart)
Een shuttlebusje brengt ons naar ons tamelijk chique 
hotel Crowne Plaza met op de kamer twee tweepersoonsbedden, een relax stoel, een ruim bureau en nog meer luxe dingen.
We drinken in de zeer ruime lounge (zie foto op vrijdag 24 augustus) een biertje (Rob) en een wijntje (Carla) en zoeken vervolgens onze kamer op om te gaan slapen.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 24 augustus

Van Denver naar Estes Park

 
We slapen heerlijk en worden toch weer vrij vroeg wakker, dankzij een klein jetlagje, want het is hier in de staat Colorado weer 2 uur vroeger dan in New York waar we gisteren vertrokken
We hadden enige dagen geleden een e-mail ontvangen waarin werd meegedeeld dat er h
elaas een kleine vertraging is ontstaan in de aflevering van de camper omdat een van de voertuigen pech heeft gekregen. We kunnen hem nu niet 's morgens vroeg ophalen, maar moeten om 13:00 uur met een taxi naar het verhuurkantoor. Om 8:15 uur worden we gebeld door de camperverhuurder. Hij controleert of we weten wat er aan de hand is. In plaats van de taxi te nemen, biedt hij aan ons om 12:00 uur van het hotel op te komen halen en bij voorrang voor een camper te zorgen. Op deze manier hebben we nog mooi de tijd om een duik te nemen in het zwembad van het hotel. Tegen 12:00 uur worden we opgehaald in de lounge van het hotel (zie foto hiernaast) en naar het verhuurkantoor gereden. We krijgen nogmaals duizend excuses voor de vertraging. We worden zeer vriendelijk geholpen, krijgen gratis stoeltjes en korting in de winkel. Daarna gaan we op pad en doen eerst de meest noodzakelijke boodschappen. Vervolgens rijden we het drukke Denver uit en gaan in de richting van het "Rocky Mountain National Park" dat op een afstand van ruim 100 km van Denver ligt. Voorbij de drukke plaats Boulder wordt het aanvankelijke vrij saaie landschap steeds mooier naarmate we het berggebied in gaan. Het verkeer wordt steeds rustiger. Het overnachtingsdoel is het Manor RV Park in het plaatsje Estes Park. Een zeer toeristisch stadje dat vlakbij het nationale park ligt. We besluiten hier drie nachten te blijven en we worden bij het inchecken op de camping allervriendelijkst ontvangen door Anja, een Nederlandse die op haar 21e uit ons land is vertrokken en met een Amerikaan is getrouwd. Ze is manager van het kampeerterrein en ze vindt het heerlijk om weer eens Nederlands te praten. Ze legt ons van alles uit over de mogelijkheden om de omgeving te verkennen. We vragen haar of we haar morgen voor onze vakantiefilm mogen interviewen. Dat wil ze graag doen.
Nadat we onze kampeerplek hebben bezet, maken we een eenvoudige maaltijd klaar. Daarna lezen we nog wat en gaan behoorlijk vroeg naar bed.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 25 augustus

De nacht was vrij fris en als we opstaan is het buiten ongeveer 10°C. De dag begint als gevolg van het eerdergenoemde tijdsverschil voor ons alweer vroeg, maar dat heeft het voordeel dat we een lange dag hebben te besteden.
We beginnen met wat informatie te lezen over het stadje Estes Park en de omgeving en drinken een kopje koffie. We bevinden ons op ca. 2300 m boven de zeespiegel en dat verklaart de lage temperatuur in de ochtend. Heel aardig is dat er door het stadje een gratis bus rijdt die ons overal naar toe brengt. Maar eerst skypen we met Meindert de Haan die samen met familie ook in de VS op vakantie is, maar dan ergens in Florida. Daar dreigt een tornado aan land te komen, dus we hopen dat dit goed voor ze afloopt. We gaan boodschappen doen bij de Saveway in het dorp. We crossen de winkel door en merken ook hier weer dat Amerika een tamelijk duur land is. We kopen eten en drinken in voor de komende dagen en eindigen met een cappuccino en een espresso bij Starbucks, de koffietent die in dit land op bijna elke hoek van de straat te vinden is en hier in de supermarkt is gevestigd. Maar ze serveren dan ook lekkere koffie.
We laten de camper staan op het parkeerterrein van de supermarkt en beginnen aan de volgende dagbesteding: een wandeling van ongeveer 8 km rond het stuwmeer dat aan de rand van het stadje ligt. De omgeving is mooi en het 
weer is prachtig. Niet te warm en prima om te wandelen. We zijn verrast door de vele voorzieningen zoals watertappunten, toiletten, picknicktafels, bankjes, e.d die men langs het mooie pad heeft aangebracht. Er wordt in het meer veel gevaren en gevist. Onderweg eten we onze meegebrachte broodjes op en terug bij het vertrekpunt, besluiten we nog even het dorp te verkennen. Het is een typische drukke en gezellige toeristenverblijfplaats met vele winkeltjes en restaurants. We hebben het al snel gezien, want we hebben nog een afspraak op de camping. Daar aangekomen, filmen we namelijk het afgesproken interview met Anja. En daarna praten we nog lang door over haar leven in de VS en over de verschillen tussen Amerika en Nederland, Er komen serieuze zaken aan de orde, zoals de ziekenzorg, de oudedagvoorziening, de huizenmarkt, de verkiezingen, e.d.
De avondmaaltijd is dit keer spaghetti en die smaakt prima.
Daarna computeren en lezen we nog wat. Tegen 22:00 uur kruipen we ons bed weer in.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 26 augustus

Het is vanmorgen met 4° C nog kouder dan gisteren, maar het wordt vandaag een mooie dag om het "Rocky Mountain National Park" te bezoeken. De ingang is op enkele kilometers van de camping en we rijden er met de camper heen. We schaffen voor $ 80,00 een pas aan die een jaar geldig is voor een auto en twee personen en toegang geeft aan alle nationale parken. Net als in de stad, rijden ook in het park gratis shuttlebussen die verschillende routes nemen en op tal van plaatsen stoppen. We laten de camper daarom op een parkeerplaats staan. We kiezen voor de Bear Lake route die ons enige tientallen kilometers verder in het park naar een aantal meren brengt. We zijn nog maar net op weg en we zien een coyote lopen. De rit is prachtig. De bergen worden steeds hoger en de dalen dieper. Het eindpunt ligt op ongeveer 3000 m hoogte. We zijn nog nauwelijks de bus uitgestapt, of we zien een kleine bruine beer lopen. Het meer doet zijn naam dus eer aan. Parkrangers houden ons op enige afstand van het dier dat waarschijnlijk vooral nieuwsgierig is. Hij loopt het bos weer in, maar het is wel een waarschuwing om uit te kijken. We maken een wandeling rond Bear Lake. Ook hier prachtige uitzichten. Er staan veel bankjes langs het pad en alles is prima aangelegd. We zien geen beren meer, maar vooral veel vlinders en eekhoorns.
Na dit meer gaan we verder met de wandeling die voert naar drie andere meertjes. Daarvoor moeten we wel behoorlijk klimmen. En dan is het te merken dat het zuurstofgehalte op deze hoogte lager is dan op zeeniveau, want we moeten aardig vaak stoppen om op adem te komen. Maar het is de moeite waard. We kijken onze ogen uit en stoppen vaak op fotogenieke plekjes.
Helaas krijgt Carla last van hoofdpijn als we op weg gaan naar het laatste, nog hoger gelegen meer. We gaan daarom maar niet verder en lopen terug naar het beginpunt van de wandeling. Daar stappen we weer op de bus en rijden daarna naar de camping. Daar aangekomen duikt Carla een tijdje het bed in. We doen de was, eten de avondmaaltijd en verder doen we niet al te veel. 
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 27 augustus

Van Estes Park naar Fort Laramie

 
Carla heeft, als ze wakker wordt, nog steeds hevige hoofdpijn (later horen we van iemand dat de grote hoogte en het lage zuurstofgehalte de oorzaak kan zijn). We verwachten daarom vandaag niet verder te kunnen trekken. Maar in de loop van de ochtend knapt ze toch op en besluiten we alsnog op te breken.
Plotseling zien we vlak naast de camper een coyote lopen. Je weet wel: zo'n beest dat Roadrunner (miep, miep) altijd achterna zit.
Hij snuffelt wat rond, maar verdwijnt als hij niets eetbaars vindt.
We vertrekken aan het eind van de ochtend. We doen eerst nog wat boodschappen en rijden daarna langs een rivier door alweer een prachtig gebied. De weg loopt door een diep dal, een soort canyon. Langzamerhand wordt het echter steeds vlakker. De eerstvolgende redelijk grote stad is Loveland. Een typische Amerikaanse stad met brede toegangswegen. Eerst kom je langs een gebied met industrie, hotels en grote winkels, zoals de Walmart. Daar doen we nog wat inkopen en we lunchen daar ook. Vervolgens gaat het verder in noordelijke richting. Na verloop van tijd verlaten we de staat Colorado en komen we in Wyoming. Direct is te zien dat deze staat kennelijk minder streng is met reclame-uitingen, want de billboards zijn hier wel erg groot. Het landschap wordt steeds desolater. Het bestaat voornamelijk uit grasland met wat zwarte koeien en een enkele ranch. Hier en daar staat ook wat mais, maar dat ziet er door de droogte slecht uit. De wegen zijn vaak kaarsrecht en nogal saai. Toch heeft de weidsheid wel iets. Op enkele plekken doemen rotsen op en dan weer is het een eindeloze vlakte.
We wisten van internet al dat dit gebied geen uitgangspunt is voor een lang verblijf. Sterker nog: er zijn hier nauwelijks campings. Op ongeveer 300 km vanaf het vertrekpunt van vandaag ligt bij Fort Laramie een redelijke camping. Als we uit de auto stappen (waarin de airco overuren maakt), voelen we de hitte als een deken op ons vallen. De vrouwelijke beheerder van de camping vertelt dat er hier in de afgelopen vier maanden slechts 1 cm regen is gevallen en dat de temperatuur ongeveer 40 °C is. Ze vertelt dat ze elke dag peren- en perzikmoes maakt. We krijgen een potje perenmoes van haar. Op de campingplaatsen ziet alles er gortdroog uit. Gelukkig doet de airco van het campergedeelte het ook goed, dus het is in ons woonverblijf redelijk uit te houden. Later koelt het ook buiten wat af en zitten we, na de avondmaaltijd, in de schemering nog wat te lezen en dit reisverslag te maken.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 28 augustus

Van Fort Laramie naar Custer

 
We hadden al gezien dat er een spoorweg op niet te grote afstand van de camping loopt. Maar wat we niet wisten, is dat er ook een spoorwegovergang ligt waarvoor de trein moet toeteren. En dat niet één keer, maar vier keer per passage. En niet zachtjes, maar heel hard en lang. En dan moet je ook nog weten dat de trein de afgelopen nacht zeven keer is langs gekomen. Dat betekent dus 28 keer lang en zeer luid getoeter. Carla heeft er nauwelijks iets van gemerkt, maar Rob schrok elke keer wakker. De treinen bestaan uit wel 150 wagons, getrokken door vier locomotieven. Dus ze zijn ook niet even snel voorbij. 
De dag begint weer vroeg en dat komt goed uit. We gaan naar het dichtbij gelegen "Fort Laramie" dat we vanaf 8:00 uur kunnen bezoeken. We zijn om ongeveer 8:30 uur de eerste bezoekers en we worden weer heel vriendelijk ontvangen en krijgen veel uitleg. Het is in feite een nationaal park, dus onze jaarpas komt goed uit. In het fort huisden veel soldaten met hun leiding. Er werd oorlog gevoerd tegen de Sioux indianen. Toen die oorlog voorbij was, werd het fort niet meer gebruikt en raakte het langzamerhand in verval. Later zijn sommige gebouwen gerestaureerd die allemaal zijn te bezoeken. We zien barakken voor de soldaten, gevangeniscellen, maar ook prachtige huizen voor de officieren. In een winkel waar van alles te koop was, zit een man op bezoekers te wachten om ze wat te vertellen. We komen kennelijk als geroepen, want hij kijkt blij als wij langs komen en wat willen weten. Ondanks het militaristische karakter dat ons niet zo aanspreekt, is het fort toch een interessant onderdeel van de Amerikaanse geschiedenis.
Na dit bezoek trekken we weer verder noordwaarts door nog steeds een vrij saai landschap met lange rechte wegen, nauwelijks verkeer en slechts een enkel stadje. Aan het begin van de route van ca. 150 km, zet Rob de Cruise Control van de auto aan die hij slechts één keer moet uitzetten als we koffie gaan drinken in Lusk. Het is een stadje van niks en het koffietentje doet van buiten heel simpel aan. Maar binnen ziet het er gezellig uit en zoals altijd worden we hartelijk ontvangen. We verorberen er een heerlijke pannenkoek met aardbeien en slagroom. De koffie en ijswater hoort er gratis bij en men komt steeds terug om dat bij te vullen.
We passeren in de loop van de middag de staatsgrens met South Dakota en rijden verder naar Custer in de Black Hills. Het landschap verandert zienderogen. We rijden een heuvelachtig landschap in waar nu eindelijk, na meer dan 300 km, weer eens wat bomen groeien. Na de vrede van Laramie kregen de Sioux indianen de eigendomsrechten van dit gebied zodat ze zich er ongestoord konden vestigen. Totdat er goud werd gevonden en de indianen weer werden verdreven alsof er geen afspraak was gemaakt.
De camping in Custer ligt in een dennenbos en de plekken liggen in de schaduw van de bomen. Desondanks is het ongeveer 30 °C. Later wordt het wat aangenamer en we eten lekker buiten en ook als de avond valt, kunnen we buiten onze tijd doorbrengen.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 29 augustus

"Mount Rushmore" is een grote rotspartij waarin een van de belangrijkste patriottische monumenten van de VS werd gerealiseerd, ironisch genoeg uitgerekend in de Black Hills waar ooit de Sioux uit hun reservaat werden verdreven. Het is een sculptuur met de hoofden van vier invloedrijke presidenten, te weten George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln. Het in graniet gehouwen beeldhouwwerk is uitgegroeid tot een nationaal symbool en een ware bedevaartplaats voor Amerikaanse toeristen. De beeldhouwer was Gutzon Borglum die, samen met vele arbeiders, aan de beeldengroep werkte van 1927 tot aan zijn dood in 1941. Het ging gepaard met veel dynamiet, boren en beitels. Het werk werd na de dood van de beeldhouwer wegens financiële problemen slechts gedeeltelijk (door zijn zoon) afgemaakt. De beelden zijn van voorhoofd tot kin 18 m hoog. We hadden vernomen dat de beelden het mooist zijn in het ochtendlicht en daarom gaan we al om 7:00 uur op pad. Het is een indrukwekkend geheel. Er is een uitgebreid bezoekerscentrum waar je van alles over de geschiedenis van het monument te weten kunt komen. Ook worden er films vertoond waarin te zien is hoe men 14 jaar lang te werk ging. Verder is er een wandeling uitgezet waarlangs je de beelden van veel kanten kunt bewonderen. We lopen enige uren op het complex rond.
Aan het eind van de ochtend willen we naar het Custer State Park. We hadden van een kennis de tip gekregen de Needles Byway te nemen, maar dat kunnen we niet, want de camper is te hoog voor de vele tunnels in deze weg. Daarom rijden we aanvankelijk de Black Hills uit en via een omweg weer in om naar genoemd Park te gaan. Het is werkelijk een schitterend gebied met veel afwisseling. Grote vlaktes met prachtige uitzichten, maar ook bos met steile heuvels. In dit park moet veel wild te zien zijn, waaronder bizons. Maar het zal wel te warm zijn, want we ontdekken er maar één, vlak langs de weg. Wel zien we een flink aantal herten, ezels en kalkoenen.
Terug in Custer doen we nog wat boodschappen en rijden we weer terug naar de camping. Het was vandaag minstens 35 °C maar in de loop van de avond koelt het weer wat af en kunnen we weer lekker buiten schemeren. 
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 30 augustus

Omdat we veronderstellen dat de bizons zich vooral vroeg in de ochtend laten zien, als het nog niet zo warm is, gaan we alweer op 7:30 uur op pad. Nu gaan we direct het "Custer State Park" in en daarna naar het "Wind Cave National Park". Aanvankelijk ziet het er weer niet naar uit dat de dieren zich laten zien, maar plotseling zien we op een heuvel een kudde staan. Er loopt een onverhard weggetje heen en al snel staan we midden in een kudde van ongeveer 20 zeer grote bizons of buffalo's zoals ze hier vaker worden genoemd. Ooit liepen er in de Verenigde Staten vele miljoenen bizons rond, maar in de negentiende eeuw mochten ze ongelimiteerd worden geschoten om aan de vraag naar het vlees en de huiden te voldoen. Ze werden vrijwel uitgeroeid. In de loop van de twintigste eeuw zijn ze in enige gebieden uitgezet en het Custer State Park is een van die streken. Hier leven nu ongeveer 1500 bizons. Daarom verbaasden we ons erover dat we ze gisteren, op één na, niet zagen. Bij een informatiecentrum vernamen we dat de beesten in de warmte vooral het bos opzoeken. Vandaag is het wat frisser en daarom hebben we nu meer geluk. Ook in het Wind Cave National Park zien we van zeer dichtbij enige kuddes. Op enkele plaatsen steken ze gewoon de grote weg over en hebben ze totaal geen haast om de auto's door te laten. Je moet ze zeker niet buiten de auto proberen te benaderen, want ze kunnen behoorlijk agressief zijn, zeker als er jongen bij zijn. Bovendien halen ze een topsnelheid van 50 km/h en dat is ook niet mis. De stieren zijn minstens manshoog, maar ook de dames moet je niet onderschatten. Verder lopen er ook nog jonkies mee die af en toe bij hun moeder drinken. Al met al is het een bijzonder gezicht om de kuddes te zien. We hebben er helemaal geen spijt van dat we opnieuw op pad zijn gegaan om deze dieren te bewonderen.
Terug in Custer wandelen we de hoofdstraat door. Het is weer een vertrouwd Amerikaans stadje met een kaarsrechte hoofdstraat met winkeltjes en horecagelegenheden. We zijn er redelijk snel uitgekeken.
De camper is intussen aan een kleine onderhoudsbeurt toe en daarom gaan we, op advies van de campingbaas, naar een kleine werkplaats die de olie direct kan verwisselen. We worden geholpen door een tamelijk vreemd uitziende man die nauwelijks is te verstaan. Zijn bedrijfje heet "DJ's Auto" waarbij "DJ's" staat voor "Doing Jesus Service", dus het moet wel goed gaan. En dat is ook zo. Hij controleert allerlei zaken, zoals de bandenspanning, de remolie en het luchtfilter. Hij vult de ruitensproeier bij en smeert de stuurinrichting. En uiteraard vervangt hij de motorolie en het oliefilter waarvoor we kwamen. En dat allemaal in een half uurtje.
Als we wegrijden, zien we aan de overkant van de weg het "Museum of woodcarving". Het is een aandoenlijk museum over de activiteiten van ene Dr. Harley Niblack, aanvankelijk een chiropractor, die voldoende geld had verdiend om zich op zijn 42e te storten op zijn hobby: houtsnijwerk. Hij heeft in het midden van de vorige eeuw een enorme collectie geproduceerd. De meeste objecten zijn cartoonachtige beeldhouwwerkjes van dagelijkse taferelen en bezigheden, zoals een kapperszaak, een tandarts, dronken mensen, enfin, te veel om op te noemen. De meeste taferelen kunnen ook nog bewegen. Hij maakte ook levensgrote beelden van cowboys en indianen. Leuk om te zien. Als we geen olie hadden laten verversen, hadden we dit museum nooit ontdekt.
De rest van de middag brengen we rustig bij de camper door.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 31 augustus

Van Custer naar Interior (Badlands)

 
In 1939 wilde Sioux opperhoofd Henry Standing Bear de blanken duidelijk maken dat de roodhuiden ook helden kennen. Hij gaf daarom beeldhouwer Korczak Ziolowski opdracht in de bergen een beeldhouwwerk te creëren als indiaanse tegenhanger van de nabij gelegen Mount Rushmore (zie 29 augustus), maar dan nog veel groter. Het kunstwerk heet "Crazy Horse". De beeldhouwer begon in 1949 aanvankelijk in zijn eentje met hakken, boren en ontploffingen. Na zijn dood in 1982 namen zijn vrouw en kinderen het werk over. Het project wordt niet gesubsidieerd of uit belastinggeld betaald. Alles wordt gefinancierd door inkomsten uit toegangsgeld en de verkoop van kunstvoorwerpen en snuisterijen. In 1998, dus bijna 50 jaar na het begin van de werkzaamheden, was het aangezicht voltooid. Nu in 2012 lijkt het project nog niet veel verder te zijn gevorderd, maar schijn bedriegt. Er zijn vele duizenden tonnen rots verwijderd om de wijzende hand en het paard, waarop Crazy Horse zit, te verwezenlijken. Het beeldhouwwerk moet 172 m hoog en 195 m lang worden en dat is tien keer zo hoog als Mount Rushmore en hoger dan de piramides van Gizeh. Alleen al het oog in het hoofd is ca. 1,50 m hoog. Het geheel moet omstreeks het jaar 2050 zijn voltooid. De foto linksboven toont de huidige stand van zaken. Op de foto rechts is te zien hoe het voltooide beeld, compleet met paard, eruit moet gaan zien.
Na dit wonderlijke schouwspel rijden we verder naar de plaats Rapid City. Het is een voor dit gebied relatief grote stad, maar de meeste ruimte wordt ingenomen door industrieterreinen. Het is behoorlijk druk in de stad en we hebben nogal moeite om dicht in het centrum een parkeerplaats voor de camper te vinden. Maar uiteindelijk lukt het en we slenteren door het oude centrum. Opeens worden we geconfronteerd met een steeg die geheel is voorzien van graffiti, zowel de muren, als de straat en de vuilniscontainers. En dat alleen maar in dit straatje, want verder is het overal heel netjes. Op het centrale plein(tje) vinden een lunchroom waar we een lekker broodje verorberen. Daarna doen we aan de rand van de stad weer wat boodschappen en zijn we onze volgende $ 100 aan benzine kwijt. Dat krijg je als de camper ongeveer 1:4 loopt en een tankinhoud van zo'n 220 liter heeft. Maar dat is heel gewoon voor een 5200 kg zware auto, voorzien van een 10 cilinder motor met een inhoud van 6800 cc. Gelukkig kost de benzine omgerekend maar ongeveer € 0,80 per liter en dat is dus aanzienlijk minder dan de € 1,80 die we in Nederland moeten betalen.
We rijden verder in oostelijke richting naar het "Badlands National Park". Het landschap wordt heel bijzonder. Veel geërodeerde wit, groen en bruin gekleurde zanderige heuvels. Het lijkt wel of er grote hopen zijn gestort. Het doet wat luguber aan, maar daarom heet het hier ook Badlands.
We verblijven op een camping in het plaatsje Interior, net buiten het nationale park. Als we de door de airco gekoelde auto verlaten, merken we dat het 37 °C is, maar dat hebben we al eerder meegemaakt. Gelukkig waait er een behoorlijke wind en koelt het 's avonds enigszins af. Bovendien heeft de camping een zwembad waar we dankbaar gebruik van maken.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 1 september

Een van de nuttigste voorzieningen vandaag is de airco in de auto en in het campergedeelte. De weersverwachting geeft code rood. Als we om 7:00 uur opstaan is het al 28 °C en midden op de dag loopt het op tot boven de 40 °C. En dat is een frisse luchtstroom geen overbodige luxe. We waren van plan te gaan wandelen, maar dat stellen we uit tot morgen want dan zou de temperatuur wat lager moeten zijn. Vandaag rijden we daarom dwars door het "Bandlands National Park" en dat is een hele belevenis. We beginnen in het informatiebureau waar we van alles leren over de geschiedenis van het park, zowel wat betreft de geologie, de flora, fauna en de inwoners. En dat dit gebied bewoond is geweest, mag heel bijzonder worden genoemd. Het landschap is weliswaar een plaatje om te zien, maar het leven moet hier toch erg zwaar zijn geweest. Het gebied is ontstaan door rivierafzettingen en vulkanische as van uitbarstingen die elders plaatsvonden. Vervolgens zijn grote delen van het gebied door weersinvloeden geërodeerd en die erosie vindt nog steeds plaats. En daarom verandert de omgeving voortdurend. Het ene moment rijden we door een hoog gelegen prairie en even verder tussen de grillige heuvels die uit verschillend gekleurde lagen bestaan. Er zijn tal van uitzichtpunten aangelegd en daar maken we dankbaar gebruik van. We krijgen er niet genoeg van.
Iets heel anders ligt er niet ver vandaan en dat is de "Wall Drug Store". Op vele kilometers afstand wordt je er met grote billboards op attent gemaakt dat je dit winkelcentrum moet bezoeken. In het plaatsje Wall zijn Dorothy en Ted Hustead in 1931 een drogisterij begonnen, maar die liep totaal niet. De bevolking was arm en de voorbijrijdende auto's stopten niet. Totdat zijn vrouw na een droom op het idee kwam de automobilisten gratis ijswater aan te bieden en koffie te schenken voor 5 cent. En toen liep de zaak wel. En het water en de koffie kosten ook vandaag nog steeds even weinig.
Het is nu een complex van allerlei winkeltjes waar de meest vreemde dingen worden verkocht. Cowboylaarzen, edelstenen, T-shirts, en nog veel meer. Maar het meeste is toch wel afgestemd op de toeristen. Tussen de winkeltjes is zelfs een kapelletje gebouwd waar gelovigen zich even kunnen terugtrekken. We eten in het restaurant een cheeseburger en een buffaloburger. Of deze laatste echt van bizonvlees is gemaakt, zullen we nooit zeker weten. In dit restaurant is de koffie overigens gratis en een tweede glas frisdrank kun je ook gewoon tappen zonder te betalen.
We rijden via een snelweg terug naar het Badlands National Park waar we weer op enkele plaatsen stoppen. Daarna gaan we weer naar de camping en nemen weer een frisse duik in het zwembad. We zetten een pizza in de oven en zitten om 21:00 uur 's avonds bij een temperatuur van 30 °C buiten. Binnen in de camper is het gelukkig een stuk koeler.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 2 september

Van Interior (Badlands) naar Rapid City

 
De temperatuur is vandaag een stuk aangenamer. Het wordt weliswaar tegen de 30 °C, maar dat is toch heel wat beter dan gisteren.
We gaan opnieuw het Badlands National Park bezoeken en dat doen we nu voor een deel te voet. Wat het eerste bij elke wandeling opvalt, is dat er borden staan waarop wordt verteld dat we moeten uitkijken voor ratelslangen. We zijn er echter geen een tegengekomen. We beginnen met een wandeling waarbij we worden gewaarschuwd dat deze vrij zwaar is en dat je geen last moet hebben van hoogtevrees. Er zitten inderdaad steile gedeelten in en soms is het pad erg smal en loopt het dicht langs een steile afgrond. Bovendien moeten we een bijzonder steile touwladder van ongeveer 10 m hoog beklimmen. Het is af en toe echt uitkijken geblazen, maar het is alleszins de moeite waard. De omgeving is schitterend. De heuvels zijn heel afwisselend en niet te vergelijken met wat we eerder hebben gezien. Ze zijn bovendien erg los van structuur. Dat verklaart de gemakkelijke erosie van dit gebied. Als we boven zijn gekomen, kijken we uit over een laag gelegen prairie met hier en daar heuvels. We blijven een tijdje van het uitzicht genieten.
Doordat de bodem is ontstaan door overstromingen en vulkanische afzettingen, zijn er miljoenen jaren geleden relatief veel dieren snel gestorven en begraven in de grond. Vervolgens is het gebied geërodeerd en zijn de fossielen van de dieren weer aan de oppervlakte gekomen. Er is een pad uitgezet dat langs een aantal fossielen leidt. Dat is maar een korte wandeling en daarom lopen we nog een eind de andere kant het gebied in. Het blijft verrassend dat de omgeving er op korte afstanden steeds anders uitziet. De grond is gortdroog en toch groeien er hier en daar plantjes.
We picknicken bij een uitzichtpunt en vervolgens rijden we richting Rapid City waar we het Journey Museum bezoeken. Een groot en mooi ingericht complex waar de geschiedenis van de streek aanschouwelijk wordt gemaakt. We kunnen heel veel leren over gesteenten, uitgestorven dieren, indianen en goudzoekers. Heel interessant.
Nadat we wat boodschappen hebben gedaan, gaan we naar een camping aan de rand van de stad. We komen in gesprek met Canadezen van Franse afkomst. Zij wonen bij Quebec en vertellen dat ze pech hebben met hun Volkswagen camper. En die is in de VS kennelijk moeilijk te repareren. Ze hebben daarom een auto en een tent gehuurd en trekken daar nu mee verder.
Opnieuw kunnen we 's avonds weer lekker buiten zitten. Nu met een aangenamer temperatuur.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 3 september

Van Rapid City naar Devils Tower

 
Het is vandaag Labor Day en dat betekent het einde van het vakantieseizoen. De meeste mensen hebben een vrije dag. We dachten dat het dan overal erg druk zou zijn, maar daar valt niet al te veel van te merken. In ieder geval is het op de weg erg rustig, zoals tot nu toe steeds het geval is geweest.
We slapen voor ons doen aardig uit. Op de camping bakt men 's morgens pancakes die op een terras kunnen worden verorberd. Dat doen wij ook en eten er roerei, worstjes en bacon bij. Een gemakkelijk ontbijt dus en ook nog smakelijk. We vertrekken om 10:00 uur uit Rapid City en hebben als uiteindelijke doel vandaag Devils Tower. Maar eerst doen we het stadje Deadwood aan. De weg erheen is weer erg mooi. Het is een oude goudzoekers- en gokkersstad waarvan de hoofdstraat weer in de oude stijl is teruggebracht. En zo trekt men veel toeristen, onder wie dit stel Nederlanders. De straat ziet er erg leuk uit met tal van winkeltjes, eetgelegenheden, hotels. Maar vooral gokhallen, omdat het gokken hier in 1989 is gelegaliseerd. Het inkomen van het stadje komt daarom vooral uit de "eenarmige bandieten". De beroemdste inwoner van Deadwood was Wild Bill Hickock, een van de bekendste revolverhelden uit de 19e eeuw. Tegen zijn principes is hij één keer tijdens het pokeren met zijn rug naar de deur gaan zitten en prompt is hij door Jack McCall in zijn rug geschoten. Omdat hij een paar zwarte azen en een paar zwarte achten in zijn hand hield, heet die combinatie sindsdien "deadman's hand". Saloon No. 10, waar deze schietpartij plaatsvond, bestaat ook nu nog en enige keren per dag wordt de aanslag, met behulp van "artiesten" uit het publiek, nagespeeld. Ook wij volgen zo'n voorstelling, onder het genot van een verfrissend drankje.
Daarna rijden via een mooie omweg naar de "Devils Tower". We verlaten daarbij South Dakota en rijden Wyoming weer in. De duivelstoren biedt letterlijk een verheven, zelfs onwezenlijke aanblik. Het is een 386 m hoge rots die wel wat lijkt op een kolossale boomstronk.
We vinden een camping aan de voet van en met uitzicht op de tower. We duiken het zwembad in waar we in gesprek komen met een Amerikaans echtpaar dat ons wat suggesties doet voor het verblijf later op onze reis. De zon verdwijnt achter de duivelstoren en dat levert een mooi plaatje op. Het is deze avond wat koeler dan de afgelopen periode maar desalniettemin kunnen we buiten genieten van een drankje met een koor van krekels op de achtergrond.
We besluiten het een dagje rustig te doen en hier twee nachten te blijven.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 4 september

Het is behoorlijk koel als we opstaan, maar naarmate de dag vordert, stijgt de temperatuur naar een heerlijk niveau. De zon schijnt weer volop.
We hebben dan wel besloten het vandaag rustig aan te doen, maar dat weerhoudt ons er niet van het "Devils Tower National Monument" te bezoeken. De duivelstoren is volgens de overlevering als volgt ontstaan. Op een dag waren zeven kleine indiaanse meisjes op enige afstand van dorp aan het spelen. Opeens werden ze door een beer belaagd. Ze renden terug naar hun dorp, maar de beer was sneller en had ze bijna te pakken. Ze sprongen op een rots van een meter hoog en begonnen te bidden: "Rots, heb medelijden met ons, redt ons". De rots hoorde de gebeden en begon steeds groter te worden, zodat de meisjes steeds hoger buiten het bereik van de beer kwamen. De beer begon tegen de rots op te klimmen, brak zijn klauwen en viel naar beneden. Hij bleef proberen op de rots te springen totdat de meisjes de lucht in stegen, waar ze tot op de dag van vandaag in een groep van zeven sterren (de grote beer) te zien zijn. De groeven die de beer in de rots maakte, zie je ook nu nog. Als je de tower ziet, zou je dit verhaal bijna geloven.
Een meer wetenschappelijke verklaring is dat de berg is ontstaan door vulkanische activiteit. Waarschijnlijk werd een opstijgende magmastroom afgesloten en kon deze niet uitvloeien. Zodoende ontstond er in de bodem een zeer hoge kolom van gestolde lava. De grond rond de kolom verdween door erosie, maar de lavakolom was te hard en bleef overeind. De kolom bestaat uit een veelvoud van zeshoekige zuilen die door weer en wind gedeeltelijk zijn afgebrokkeld. Dat geeft het effect van de verticale groeven.  
Het monument ligt vlak naast de camping, dus we hoeven niet ver te rijden. We gaan zoals gewoonlijk eerst naar het bezoekerscentrum en kiezen dan voor een wandeling van enkele kilometers rond de voet van de berg. De uitzichten erop zijn prachtig. We merken ook dat de tower wordt gebruikt voor bergbeklimming, want we zien een aantal sportievelingen (of zijn het waaghalzen) de bijna loodrechte wand beklimmen.
In het begin van de middag gaan we weer terug naar de camping en gaan we lekker lui naast de camper zitten lezen en maken de planning voor de komende dagen.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 5 september

Van Devils Tower naar Dayton

 
Vandaag is een dag waarop we (voor ons doen) een aardige afstand gaan afleggen omdat het gebied waar we doorheen trekken niet al te interessant is. We rijden van Devils Tower naar Dayton. Het begin en eind van de 300 km lange route gaat nog door heuvelachtig gebied, maar voor het overgrote deel zien we, zover het oog reikt, vrijwel alleen maar uitgestrekte prairies, met hier en daar een jaknikker die het zwarte goud op pompt.
Onderweg stoppen we in Gilette. Een stadje van niets waar we voor slechts een paar dollars koffie drinken en een met jam gevulde beignet-achtige versnapering eten.
De volgende stop is Buffalo waar me met lunchtijd aankomen. We gaan naar het bezoekerscentrum van deze oude stad en lopen de hoofdstraat door waarin een aantal historische gebouwen staan. Het "Occidental hotel" is geheel in de stijl van het begin van de 20e eeuw herbouwd. Het leuke is dat je dit hotel kunt bezoeken, ook als je geen gast bent. Je kunt de kamers bekijken die ook helemaal in de oude stijl zijn ingericht. Deze kamers worden gewoon door de gasten gebruikt. Ze kosten $ 110 - $ 250 per nacht. Maar bij de duurste heb je dan wel drie slaapkamers tot je beschikking. Het hotel doet niet onder voor een museum. Heel leuk om te zien.
In het bezoekerscentrum lazen we dat er in de nabij gelegen bergen al enige weken een uitgebreide bosbrand woedt. Vanaf de snelweg is dat goed te zien.
In Sheridan doen we boodschappen bij de Walmart. Het is weer een zeer uitgebreide winkel waar van alles te koop is. We zien zelfs enige grote aquaria met vissen. De goudvissen zijn voor $ 0,28 per stuk te koop, maar wij laten ze maar zwemmen. Nadat we de nodige etenswaren hebben ingeslagen en we bij een van de 34 kassa's hebben afgerekend, tanken we maar weer eens benzine. Want die brandstof lust onze camper wel. Hij rijdt ongeveer 1:4, maar gelukkig gaat er 220 liter in de tank en kost de benzine hier "slechts" ongeveer € 0,80 per liter, maar toch...
Het eindpunt is Dayton, een plaatsje aan de voet van de Bighorn Mountains. We staan op een kleine camping die op zijn zachtst gezegd niet al te luxueus is. Het kantoor ziet er zeer bouwvallig uit en we betwijfelen of er wel iemand is. Maar als we op een bel hebben gedrukt, komt de campingbaas te voorschijn die ons aan een plaatsje helpt. Overal op het terrein ligt rommel en de picknickbanken zijn afgeleefd. Maar de wc's zijn schoon en wij zijn vrijwel de enige gasten. Het wemelt rond de camper van de grijze eekhoorns. Langs de camping loopt een riviertje en naast de camping ligt een park waar we na het avondeten even wandelen.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 6 september 

Van Dayton naar Greybull

 
We nemen ruim de tijd om de volgende eindbestemming te bereiken, want we rijden vandaag grotendeels over de "Big Horn Scenic Byway". Dat betekent dat we over een weg met mooie uitzichten rijden. En daar is geen woord van miszegd. Het is een route die totaal anders is dan we gisteren hebben gevolgd. Deze gaat met veel bochten aardig steil de Big Horn mountains in. Deze bergen maken deel uit van de Rocky Mountains. Er zijn schitterende vergezichten en overal zijn gelegenheden om te stoppen en het landschap te bewonderen. En dat doen we dan ook vaak. Ook staat overal geologische informatie over de wijze waarop het landschap gedurende vele honderden miljoenen jaren is gevormd. Wat het aantal kilometers betreft, schiet het niet erg op, maar dat hoeft ook helemaal niet. Bij een van de uitzichtpunten zetten we rustig onze ochtendkoffie en een tijdje later maken we ons broodje voor de lunch klaar. Erg gemakkelijk dat dit allemaal in de camper mogelijk is, want horecagelegenheden zijn er niet of nauwelijks.
In een bezoekerscentrum leren we nog meer van de omgeving. Als we de bergrug zijn over getrokken, komen we bij een mooie waterval, de "Shell Falls". Een wandeling voert erlangs en biedt een goede gelegenheid om er foto's van te maken.
We hebben in een bezoekerscentrum vernomen dat hier in de buurt afdrukken van dynosauruspoten te zien moeten zijn en men vertelt ons hoe we daar moeten komen. We moeten daarvoor 8 km over een onverharde weg door een uitgestorven gebied rijden. De camper produceert daarbij grote stofwolken. De weg bestaat uit slechts één rijstrook, maar gelukkig zijn er geen tegenliggers. Aangekomen op de plaats waar de sporen te zien moeten zijn, komen we tot de ontdekking dat we de enige bezoekers zijn. Wel zijn er vier mannen bezig de locatie te voorzien van informatieborden, zitplaatsen en andere voorzieningen. Ze zijn net aan het opruimen om naar huis te gaan, maar ontvangen ons uiterst vriendelijk. Een van de mannen biedt aan ons een kleine rondleiding over het terrein te geven en de sporen aan te wijzen. Dat is maar goed ook, want we vrezen dat we ze anders niet gemakkelijk hadden ontdekt. Als je weet waarnaar je moet kijken, zie je dat de bodem vol staat met de drietenige pootafdrukken die naar schatting 165 miljoen geleden in de toenmalige zachte grond zijn gemaakt. We hebben op de foto de pootafdruk maar met een rode cirkel verduidelijkt. In het losse gesteente van de rotswand zitten honderden fossielen van een soort slakken. Op een bord staat dat je er enkele mee mag nemen en dat doen we dan ook. Zo hebben we weer iets heel bijzonders gezien.
We rijden door naar Greybull waar we aan het eind van de middag een camping opzoeken. We worden ontvangen door de Nederlandse eigenaar. De camping is totaal anders dan de vorige. Hij is zeer degelijk ingericht. Na de avondmaaltijd zitten we nog gezellig een uurtje met de eigenaar en een Amerikaan (in het Engels) te kletsen.   
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 7 september

Van Greybull naar Red Lodge

 
We hebben de afgelopen nacht iets gehoord wat we deze vakantie nog niet hebben kunnen beluisteren: regen op het dak van de camper. Een zacht buitje. Maar als we wakker worden, is de hemel weer staalblauw. De reis gaat eerst verder westwaarts door een vrij vlak landschap naar Cody. Dit is een drukke, toeristische stad met in de hoofdstraat zoals gebruikelijk veel winkels en restaurants. Maar wij bezoeken het "Buffalo Bill Historical Center". Een schitterend museum, gebaseerd op het leven van William F. Cody, beter bekend onder zijn bijnaam Buffalo Bill. Het museum gaat echter niet alleen over het leven van deze legendarische figuur, maar vooral ook over de natuur en de geschiedenis van de omgeving. Zo is er een uitgebreide afdeling over Yellowstone Park die onze aandacht trekt omdat we daar heen gaan. Er zijn prachtige foto's te zien, een fraaie film, allerlei opgezette dieren die er leven, zoals grizzly's, bruine beren, wolven, coyotes, bizons, bighorns en nog meer. En uiteraard is er veel informatie over de geologie. In de afdeling waarin het leven van Buffalo wordt getoond, staan voertuigen uit die tijd, nagebouwde hutten, kleding, enfin, te veel om op te noemen. Je kunt wel enige dagen in dit museum doorbrengen, zo interessant is alles, maar wij houden het op enkele uren.
Hierna rijden we noordwaarts door een vrij saai gebied naar het stadje Red Lodge waarbij we de staatsgrens van Montana oversteken. Red Lodge is een verrassend leuk stadje zoals we er nog niet veel hebben gezien. We nemen een camping iets ten noorden van dit stadje en dat is dan ook gelijk het meest noordelijke punt van onze reis.  We besluiten namelijk niet nog verder noordwaarts naar Bozeman te gaan, zoals we aanvankelijk wel van plan waren. Maar we zitten hier evengoed op dezelfde breedtegraad als Zuid-Frankrijk. We gaan uit eten in Red Lodge en komen terecht in de pub van hotel Pollard. Het is er heel gezellig en er wordt live muziek gespeeld door een driemans formatie, bestaande uit een saxofonist, een gitarist en een bassist die prima jazzy muziek maken. In de pauze komt de saxofonist een praatje met ons maken. Hij zag kennelijk dat ik het niet kon laten op de tafel  een beetje mee te "drummen". Hij heeft vrijwel zijn hele pauze met ons zitten kletsen.
We zitten aldus lekker te eten en daarbij naar leuke muziek te luisteren. Dat maakt de enigszins saaie rit weer helemaal goed.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 8 september

Van Red Lodge naar Tower Falls (Yellowstone National Park)

 
We rijden vandaag over de Beartooth Highway naar het Yellowstone Park. Deze weg wordt wel de "most beautiful drive in America" genoemd. En hij is inderdaad zeer fraai. Hij kronkelt met zeer veel bochten vele kilometers lang behoorlijk steil omhoog. We beginnen op een hoogte van ongeveer 1900 m boven de zeespiegel en stijgen naar ca. 3300 m tot boven de boomgrens. Dankzij het flinke vermogen van de camper rijden we vrij gemakkelijk omhoog. De weg is voor Amerikaanse begrippen vrij smal, maar het is prima te doen. De uitzichten zijn weer bijzonder mooi. Prachtige vergezichten, mooie blauwe meren, sneeuw in de bergen. Het is zeer afwisselend. Je moet alleen geen last hebben van hoogtevrees. We stoppen uiteraard vaak, dus we hebben ook genoeg tijd voor een kopje koffie en een broodje. Elke keer als we uitstappen is te merken dat we ons op grote hoogte bevinden. Ondanks het prachtige weer, is het namelijk erg koud.
We rijden op de grens van Montana en Wyoming die vrijwel op 45° Noorderbreedte loopt. Enige keren passeren we deze staatsgrens en dan rijden we, via de Noordoostelijke ingang, Yellowstone Park in. Dan weer rijden we door een breed dal, dan weer door een nauwe kloof. Het valt op dat het, ondanks dat het hoogseizoen van de vakantieperiode voorbij is, behoorlijk druk is. Onderweg zien we grote kuddes bizons lopen. Overal staan mensen ze te fotograferen en te filmen.
We willen niet al te ver het park in rijden, maar de eerste twee campings die we tegenkomen, zijn vol. We rijden daarom enige tientallen kilometers door naar Tower Falls. Op die camping, in een bosachtig gebied, zijn nog enkele plaatsen vrij. De camping heeft, zoals de meeste in Yellowstone Park, geen elektriciteit en wateraansluiting. Maar dankzij alle voorzieningen in de camper, doen de koelkast en de diepvrieskast het gewoon, hebben we koud en warm stromend water, licht, verwarming, wc en douche. Noem je dat eigenlijk nog kamperen? Maar als we de buren in hun tentje zien, prefereren we toch ons luxe verblijf.
We wandelen vanaf de camping naar de Tower waterval, waar we niet de enige zijn. Maar hij is dan ook mooi om te zien.
's Avonds kruipen we de camper in, want als de zon onder gaat, wordt het al snel koud. En het is maar goed ook dat we binnen zitten, want plotseling loopt er een bizon vlak langs de camper. Hij loopt rustig over de camping, kijkt eens om zich heen en loopt verder het bos in. Weer zijn we blij dat we niet in een tentje bivakkeren. De foto hier links is misschien niet al te duidelijk, want het is een "still" uit een video-opname en het was al aardig donker. Er brandt geen licht op de camping en als we 's avonds naar de wc gaan, kijken we met een zaklantaarn toch maar goed om ons heen.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 9 september

Van Tower Falls naar Mammoth Hot Springs (Yellowstone National Park)

 
Brrr, wat is het koud als we opstaan. Het is slechts 2 °C boven het vriespunt en we hebben medelijden met degenen die in een tentje kamperen. Maar ook wij hebben 's nachts onze pyjama's aangetrokken. Maar in de loop van de dag loopt de temperatuur op naar een aangename 25 °C en er staat een heerlijk windje. We besluiten meerdere dagen in Yellowstone Park te blijven, maar wel elke avond op een andere camping. Dat is nog wel een beetje spannend, want de meeste campings kunnen we niet reserveren, dus vol=vol.
We gaan al vroeg op pad en rijden naar Mammoth Hot Springs, een plaatsje waar het relatief druk is met toeristen, maar behalve die figuren op twee benen, lopen er ook elk's vrij rond. Het zijn een soort grote edelherten, waarvan de mannetjes erg agressief kunnen zijn. De rangers houden de bezoekers dan ook op voldoende afstand. We doen een paar boodschappen en bezoeken het visitor center. Hier worden we opnieuw gewaarschuwd voor de elk's. Op videofilmpjes is te zien hoe ze voetgangers, maar ook auto's aanvallen als die te dichtbij komen. Het is dus echt uitkijken geblazen. Daarna gaan we
naar de nabij gelegen camping. Deze heeft nog genoeg plaatsen vrij en we zoeken er eentje uit die ons bevalt. Na onze gebruikelijke ochtendkoffie, rijden we naar het dorp waar we eerst een wandeling maken door het historische Mammoth Springs. Hier was destijds een legerkorps gehuisvest dat orde op zaken stelde. De wandeling gaat verder naar de "hot springs". Men veronderstelt dat onder dit gebied een hittebron ligt die ervoor zorgt dat er gloeiend heet water uit de hoog gelegen delen opborrelt. Deze stroompjes vormen allerlei fraaie terrassen met afzettingen van mineralen. We zien poelen in allerlei vormen en kleuren. Overal komt ons de geur van zwavelwaterstof tegemoet, hoewel ik daar door mijn "gebrek" niets van waarneem.
Het is een prachtige wandeling van enige uren waarbij we onze ogen uitkijken. Terug lopend komen we een Canadees van Nederlandse afkomst tegen waar we een tijdje mee praten. Hoewel hij in Canada is geboren heeft hij nog enige woorden Nederlands geleerd van zijn opa en hij neemt zelfs afscheid met "doei"! We lopen terug naar het bezoekerscentrum waar we een filmpje zien over het park. Daarna vinden we dat we een ijsje hebben verdiend. We nemen twee bolletjes, maar dat zijn tenminste acht Nederlandse bolletjes. Dat is te veel voor ons en we bewaren de helft daarom maar voor een toetje bij het avondeten.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 10 september

Van Mammoth Hot Springs naar Norris (Yellowstone National Park)

 
Het is in deze vakantie zo langzamerhand gebruikelijk dat we vroeg opstaan. We worden al om 6:45 uur wakker, lezen nog wat in bed en doen om 7:30 uur de gordijnen open. Meteen zien we een vrouwtjes-elk (je weet wel, een groot soort edelhert) vlakbij de camper aan wat struiken knabbelen. Ze loopt rustig door naar een volgend lekker hapje. Na een coyote, een bizon, is dit dus het derde dier dat ons vlak naast de camper verrast.
We gaan weer vroeg op pad naar het zuiden. Als we vlakbij de camping door het plaatsje Mammoth Hot Springs rijden, zien we midden op de weg alweer een elk staan, nu een mannetje. Dus niet te dicht bij komen.
Onderweg zien we de eerste geothermische verschijnselen in de vorm van kokend opborrelend water en stoom dat uit de heuvel opstijgt. We komen om 9:30 uur aan in Norris waar we gelijk maar weer een plaatsje op de camping uitzoeken en registreren. En het is maar goed ook dat we zo bijtijds zijn, want zelfs op dit vroege uur loopt de camping alweer aardig vol. De camping heeft ruime plaatsen en ligt in een bos aan de rand van een open vlakte waar een riviertje doorheen loopt.
Bij de ingang van de camping is een oud onderkomen van parkrangers ingericht als museumpje. Aardig om te zien. En een vriendelijke vrijwilliger vertelt ons wat over de geschiedenis. Maar hij wil ook graag, net als zovelen, weten waar we vandaan komen. 1,5 km verder is het Norris geiser Basin, waar we een wandeling van enkele kilometers maken. En we zijn niet de enigen, want het is ook vandaag weer behoorlijk druk. Het is een uitgestrekt gebied vol met heetwaterbronnen, stoomwolken en geisers. Men heeft al die verschijnselen namen gegeven, zoals "Hurricane Vent", "Sunday Geyser" en "Green Dragon Spring". Je moet in dit gebied niet denken aan een geiser waar het kokende water tientallen meters omhoog spuit. Er zijn er wel enkele, maar die hebben al jaren niet op die manier gewerkt. Een ervan is de "Steamboat Geyser" die meer dan 90 m hoog kan spuiten, de hoogste ter wereld. Hij heeft zich voor het laatst in 2005 zo vertoond. Nu zijn het hoogstens kleine, maar wel gloeiend hete, fonteintjes van 1 m hoog.
Na deze prachtige rondwandeling, rijden we door tot Madison en keren dan weer terug naar Norris. Onderweg zien we nog de mooie "Gibbon waterval" en de "Artists Paintpots". Ook hier weer veel gebubbel en geborrel. Omdat dit plaatsvindt bij verschillende grondsoorten en mineralen, geeft dat allerlei kleuren, vandaar de naam van het gebied.
Terug op de camping in Norris, rusten we uit van de nodige kilometers die we hebben gewandeld. Na het avondeten lopen we nog een rondje over de camping.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 11 september

Van Norris naar Grant Village (Yellowstone National Park)

 
Overal hangen vandaag de vlaggen halfstok in verband met "nine-eleven". Elf jaar geleden vlogen vliegtuigen in de Twin Towers in New York.
We verlaten Norris en gaan verder zuidwaarts. Bij Madison stoppen we bij een bezoekerscentrum. Hier laat men ons weten op welke tijdstippen de erupties van de werkende geisers plaatsvinden. Dat is handig, want sommige geisers spuiten maar één keer per dag. De meeste actieve geisers zijn te zien in de "Old Faithful Area". Dit gebied is genoemd naar de meest bekende geiser. En daar gaan we heen. Er zijn immens grote parkeerterreinen en heel veel mensen. Iedereen loopt naar het pad dat rond de "Old Faithful" is aangelegd en waar een lange rij bankjes staat waar men kan zitten wachten tot die "Oude Betrouwbare" gaat spuiten. Zijn naam heeft hij te danken aan de vrij punctuele regelmaat waarmee hij het kokend hete water de lucht in pompt, namelijk elke 90 minuten. Een bord geeft op de minuut aan wanneer de volgende uitbarsting plaatsvindt. En dat klopt vrijwel precies. Eindelijk zien we dan in Yellowstone Park een geiser spuiten. Het duurt enkele minuten waarbij tussen de 14.000 en 32.000 liter kokend water 30 tot 55 m hoog de lucht in gaat. De honderden mensen rond de geiser staan vol bewondering te kijken en vooral te fotograferen en te filmen.
Hierna maken we een wandeling door een soort maanlandschap dat kookt, borrelt en bruist. We zien zeer bijzonder mooie poelen, bronnen, stoomwolken, maar ook nog meer spuitende geisers. De "Old Faithful" heeft dan wel de naam en vooral het voordeel dat hij vele keren per dag actief is, maar het is volgens ons niet de mooiste. Wij vinden de "Grand Geyser" het mooist. Zie de foto rechts. Deze buldert en komt meerdere keren tot leven. Hij trekt niet zo veel bekijks, maar hij ligt ook wat verder in het gebied en de Amerikanen zijn nu eenmaal niet zo verzot op lange wandelingen.
Nadat we enkele uren in dit gebied met de vele wonderlijke vulkanische bezienswaardigheden hebben rondgewandeld, gaan we nog even naar het prachtige bezoekerscentrum en de "Old Faithful Inn". Het in 1904 van dikke boomstammen gebouwde hotel is een van de grootste blokhutten ter wereld. De reusachtige natuurstenen open haard vormt het middelpunt van de 23 m hoge lobby. Dan verlaten we dit meest bezochte punt van Yellowstone Park en rijden naar Grant Village waar we een plaatsje op een camping hebben gereserveerd. En dat is maar goed ook, want als we aankomen, is ook deze camping vol.
De camping ligt mooi aan het westelijke deel van het zeer grote Yellowstone meer. We gaan uit eten in het Lake House Restaurant en bereiden ons voor op een koude nacht.
 

Terug naar de routekaart

 
Woensdag 12 september
We blijven nog een dagje op dezelfde camping omdat we het na enige vrij drukke dagen een beetje rustig aan willen doen. Het weer is opnieuw prachtig. Nauwelijks een wolkje aan de lucht, maar niet al te warm. De afgelopen nacht heeft het zelfs gevroren. We tanken weer benzine en bellen kleindochter Kim om haar te feliciteren met haar dertiende verjaardag. Vervolgens rijden we een klein stukje naar het "West Thumb Geyser Basin". Een klein geologisch gebied, gelegen aan Yellowstone Lake, waar we onder leiding van  parkranger Linda een rondwandeling maken. Het is een enthousiaste vrouw die veel weet te vertellen over het ontstaan van Yellowstone Park en de geothermische activiteiten. Zo'n 640.000 jaar geleden is Yellowstone Park ontstaan door een vulkaanuitbarsting. Het centrale deel van het park met een diameter van ongeveer 50 km is het ingezakte stuk van deze zeer grote vulkaan. In de oplopende randen daarvan vinden nu de meest actieve vulkanische activiteiten plaats. De "West Thumb" is een uitloper van Yellowstone Lake dat zich heeft gevormd door een kleinere vulkaanuitbarsting die ongeveer 150.000 jaar geleden plaatsvond. Er zijn hier sinds het eind van de vorige eeuw geen actieve geisers meer, maar dat betekent niet dat ze niet opnieuw tot leven kunnen komen. Nu zijn er vooral prachtige poelen met heet water te zien met de mooiste kleuren. En dat vlak langs het meer. We wandelen er enige uren rond.
Verder doen we niet al te veel. We rijden een stukje langs de oever van het meer tot we een aardige picknickplaats hebben gevonden. Na de lunch pakken we onze comfortabele vouwstoelen en gaan lekker in het zonnetje, maar wel met een trui aan, zitten lezen. Ook maakt Carla natuurlijk weer ettelijke foto's. Nu met de meegebrachte miniatuurpoppetjes als hoofdpersonen. Zie de foto hierboven.
Terug op de camping vragen onze Amerikaanse buren, zoals zo vaak gebeurt, waar we vandaan komen. We wisselen weer heel wat wetenswaardigheden over onze beide vaderlanden uit. Dat varieert van politiek, drugsgebruik, wapenbezit, daklozen, het landschap, in wat voor soort huizen we wonen, de pensioenen, sociale voorzieningen en wat al niet meer.
Na het avondeten worden we erop attent gemaakt dat er nabij de camping elk's rondlopen en we gaan (voorzichtig) een kijkje nemen. En ja hoor, ongeveer 200 m vanaf onze kampeerplek lopen in een dal elf elk's rond: tien vrouwtjes en één mannetje. Opnieuw komen de toestellen te voorschijn om dit tafereel vast te leggen.
Als we terug zijn bij de camper, wordt het alweer snel donker en vrij koud. Maar binnen is het aangenaam en het leesvoer doet de rest.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 13 september

Van Grant Village naar Moran

 
We hebben een record gevestigd. Het grootste temperatuurverschil tijdens één reis. Was het een kleine twee weken geleden (overdag) ongeveer +41 °C, afgelopen nacht was het -5 °C. En dat is nog niet zo heel erg, ware het niet dat we op een camping staan zonder elektrische aansluiting en de accu's van het woongedeelte van de camper kennelijk uitgeput zijn geraakt. Het is precies 0 °C in de camper en de kachel wil niet aan vanwege de lege accu's. En dat is niet fijn. Maar gelukkig hebben we wel heet water en heeft onze tijdelijke woning ook een generator aan boord, dus als we die starten, hebben we weer elektriciteit, kunnen we de verwarming aan zetten en loopt de temperatuur gelukkig redelijk snel weer op.
We wensen onze buren een prettige voortzetting van hun vakantie en dan verlaten we, nadat we nog een mooie waterval zien, Yellowstone National Park in zuidelijke richting. Na enkele kilometers rijden we het volgende park alweer in, namelijk "Grand Teton National Park". Het is een niet al te groot park, maar het is een prachtig geheel. Het bestaat uit het langgerekte dal van de Snake River, begrensd door hoge bergpieken. De Fransen die dit gebied als pelsjagers binnentrokken, koesterden vast erotische gedachten bij het zien van de bergtoppen. Ze noemde ze de "grandes tètons", dat "grote boezems" betekent. We vragen ons echter af of het wel Fransen waren, want als ik hoor hoe de Amerikanen "teton" uitspreken, klinkt dat hetzelfde als het platte Nederlandse meervoud "t....." voor de boezem van een vrouw. Maar hoe ze ook worden genoemd, het is een prachtige boezem. Jammer dat de verten nogal wazig zijn, zowel hier als in Yellowstone. Het komt door de rook van de zeer vele bosbranden die hier al minstens een maand het land teisteren. De branden zijn soms opzettelijk aangestoken om het bos te vernieuwen, maar zijn ook ontstaan door onachtzaamheid van bezoekers en blikseminslagen. Zelfs van de rook van de bosbranden in Californië heeft men hier last. Vandaar ook dat de foto's met vergezichten altijd wat mistig lijken.
We rijden over een mooie weg door het park waar op tal van plaatsen uitzichtplaatsen zijn aangelegd en waar we bijna overal stoppen om van het uitzicht te genieten. Als we picknicken zien we vlakbij een hert lopen. Daar komen we (alweer) in gesprek met een Amerikaans echtpaar, dit keer van Pools-Joodse afkomt. Zij is juriste en hij leraar. Hij raakt niet uitgepraat en weet opvallend veel van Nederland. Hij doet ons ook enige suggesties voor de rest van ons verblijf in dit park. Hij geeft ons zelfs zijn kaartje met telefoonnummer en vraagt ons hem alsjeblieft te bellen als we nog meer informatie willen hebben of als we in de problemen komen. We mogen zelfs bij hen in huis logeren als we geen camping zouden kunnen vinden. Dat is nou Amerikaanse gastvrijheid.
Langs onze route treffen we nog een kapelletje, een winkeltje en een veerpontje over de rivier. En dat allemaal uit het begin van de vorige eeuw.
We gaan op een camping staan die net buiten het park in Moran ligt. We bellen met de camperverhuurder die ons advies geeft waar we andere accu's kunnen krijgen. Maar gelukkig hebben we nu weer aansluitingen op het elektriciteitsnet en de waterleiding, dus wie maakt ons nog wat?
Carla maakt nog een serie mooie foto's, waaronder een fraaie zonsondergang met de Grand Tetons op de achtergrond.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 14 september

Van Moran naar Jackson

 
Omdat het zo adembenemend mooi is en we gisteren wat mooie plekjes hebben overgeslagen, brengen we vandaag opnieuw een bezoek aan het Grand Teton National Park voordat we onze reis verder vervolgen.
We rijden naar South Jenny Lake, een aan de voet van de bergen gelegen meer dat je helemaal rond kunt wandelen. Omdat dit pad 16 km lang is en ook nog aardige hoogteverschillen kent, doen we dat maar niet. We lopen daarom ongeveer 9 km heen en terug langs het meer. We hadden gedacht vlak langs het water te lopen, maar voor een groot deel gaat het door het bos en hebben we dus geen uitzicht op het meer. En ook hier zijn enkele steile stukjes. Maar we kunnen toch enkele mooie plaatjes schieten.

Ondanks de niet zo grote afstand, zijn we toch behoorlijk moe als we weer bij de camper terugkomen, ook omdat het al lunchtijd is geweest. Dus langzamerhand hebben we behoorlijk trek gekregen in een boterhammetje.
Carla heeft gelezen dat de beroemde landschapsfotograaf Ansel Adams in dit park een mooie foto heeft gemaakt van de Snake River met de Grand Tetons op de achtergrond. En je begrijpt, zij wil vanaf hetzelfde standpunt die foto ook maken. Helaas lukt dat niet helemaal, want de locatie is tegenwoordig keurig voor de toeristen in orde gemaakt. Dat wil zeggen compleet met wandelpaden en muurtjes waar je niet overheen kunt komen. Bovendien staan er nu hogere bomen dan 70 jaar geleden toen Ansel zijn foto schoot. Verder was hij er 's winters en er waren geen bosbranden. Je ziet aan de foto van Carla dat hij daarom nogal afwijkt van de afbeelding van Ansel Adams die we van internet hebben geplukt. Maar daarom was het toch leuk om de plek terug te vinden.
Dan gaat de reis verder zuidwaarts naar het stadje Jackson dat ook weer net buiten het park ligt. We rijden naar het bedrijfje dat ons door de camperverhuurder is aangeraden om de accu's na te laten kijken en zo nodig te vervangen. Men doet een uitgebreide test en komt tot de conclusie dat vervanging niet nodig is, want de accu's zijn in orde. De lage capaciteit van de twee accu's in het woonverblijf van de camper zal zijn veroorzaakt doordat we vijf dagen geen elektrische aansluiting op de campings hadden en we weinig hebben gereden, zodat de accu's onvoldoende werden opgeladen. We gebruikten redelijk wat energie: licht, waterpomp, ventilator voor de verwarming, e.d., Daarbij was het ook nog eens behoorlijk koud en dat nekte onze 12 volt stroomvoorziening. Hadden we de generator maar af en toe moeten gebruiken. Nu we de afgelopen nacht een elektrische aansluiting hadden en we weer een aardig stukje hebben gereden, zijn de accu's weer vol. We hoeven ons dus niet ongerust te maken.
We doen weer uitgebreid boodschappen, want dat kwam er de afgelopen dagen in beide parken niet echt van. We zetten de camper op een stadscamping die weliswaar niet erg fraai is gelegen, maar wel van alle gemakken is voorzien, inclusief een gratis buslijn naar het centrum van het stadje. Maar dat gaan we morgen doen.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 15 september

Vandaag is er op het centrale plein van de uiterst gezellige stad Jackson wat te doen, dus we nemen de bus erheen. Het is een drukte van belang. Op de vier hoeken van het plein staan poorten die helemaal gemaakt zijn van geweien van elk's (die ook wapiti's heten, zoals we leren). Op het plein staat een flink aantal kunstenaars hun werken te maken. Kennelijk is het een soort wedstrijd waarbij ze hun kunstwerk binnen een bepaalde tijd af moeten hebben. Er zijn zeer fraaie schilderijen, beeldhouwwerken en gemengde composities bij en iedereen heeft de aandacht van het bezoekende publiek. Er wordt koffie geschonken en ook staat er een stand van de brandweer waar we informatie krijgen over de bosbrand in de omgeving. Vlakbij de stad woedt al enige weken een flinke brand die men bestrijdt met helikopters die water en andere blusmiddelen uitwerpen.
Rond 11:00 uur is de wedstrijd voorbij en worden de kunstwerken in een grote tent bij opbod verkocht. De kustenaars leggen uit hoe ze tot hun werk zijn gekomen waarna de veilingmeester zeer rap van tong de bedragen noemt die worden geboden. De kunstwerken worden in de meeste gevallen voor vele duizenden dollars aan de man gebracht.
Rond het marktplein is een "farmersmarkt" waar allerlei plaatselijke producten worden verkocht. Groente, fruit, kaas, brood. Er staat zelfs een stalletje waar alleen maar knoflook wordt verkocht.
We bezoeken een galerie waar men originele foto's heeft hangen van Ansel Adams (zie het verslag van gisteren). Ze hangen in een afgesloten, verduisterde ruimte waar de vochtigheidsgraad op peil wordt gehouden. Voor ons gaat de deur open en het licht aan. Er hangen fraaie zwart-wit foto's die hij in de eerste helft van de vorige eeuw maakte. Maar ook de rest van de galerie is indrukwekkend met fraaie schilderijen.
We eten een hamburger in een klein tentje, waarna we de (alweer gratis) bus nemen naar het "National Museum of Wildlife Art" dat even buiten de stad ligt. Het museum heeft een zeer grote collectie van vooral schilderijen, maar ook beeldhouwwerken die zijn gebaseerd op de natuur. Dus veel dieren en landschappen. Er hangen zelfs enige werken van Nederlanders. Na een verfrissende dronk in het museumcafé en een bezoek aan de winkel, bewonderen we buiten nog even enige levensgrote bronzen beelden van dieren. Prachtig allemaal.
We nemen de bus terug, maar stappen onderweg uit om de helikopters te zien die water tanken en hun last over de brand lossen. Daarna lopen we terug naar de camping waar we wat lezen.
's Avonds doen we voor ons doen iets geks: we gaan naar een "Western Dinner". Wat moet je je daarbij voorstellen? Op een voormalige ranch even buiten de stad, heeft de eigenaar 35 jaar geleden een enorm groot restaurant gebouwd in "cowboy" stijl. Het is een grote houten ruimte met een podium. Daar kunnen 750 gasten voor $25,00 eten en kijken naar een optreden van een vijfkoppige band die "western music" speelt, dus cowboyliedjes. Als we aankomen op een groot parkeerterrein worden we al verwelkomd door een cowboy die, naar later blijkt, een van de twee broers is die de zaak van hun vader hebben overgenomen. Beide broers spelen ook in de band. We staan in een lange rij om naar binnen te gaan, maar dat gaat behoorlijk vlot. Bij binnenkomst bestellen we onze maaltijd en krijgen we onze zitplaats toegewezen. De maaltijd bestaat uit rundvlees, kip, een aardappel in de schil, appelmoes, een broodje en een taartje als toetje. Daarbij limonade of water zo veel als we willen. Alcoholische dranken zijn er niet bij. Dit schijnt een typische cowboymaaltijd (van vroeger) te zijn. We lopen eerst wat rond over het terrein (waar ook nog een treintje rijdt) en zoeken onze plaats op. We zitten aan een soort lange picknicktafels voor 16 personen. Een van de broers legt ons uit hoe de gang van zaken is bij het verkrijgen van de maaltijd en de andere broer vertelt hoe het allemaal is begonnen, waar de maaltijden uit bestaan en hoe ze het voor elkaar krijgen om zo veel mensen in korte tijd te bedienen. Dan worden we opgeroepen om de maaltijden af te halen. We krijgen een aluminium bord en lopen langs een aantal mensen die de gerechten op ons bord deponeren. Dat alles gaat wonderbaarlijk snel. Later blijkt dat alle bandleden helpen bij de ontvangst en het uitdelen van het voedsel. Nadat we de overigens zeer smakelijke maaltijd hebben verorberd, begint het optreden van de band. En of je nu van cowboyliedjes houdt of niet, ze zingen verrassend goed, zelfs a capella, en ze spelen ook een prima stukje muziek. En dat alles gelardeerd met de nodige grappen die we helaas niet allemaal kunnen volgen vanwege het accent dat men gebruikt. We komen ook weer in gesprek met onze tafelgenoten die weer van alles willen weten over ons kleine landje.
Omdat het niet de bedoeling is dat we na 22:00 uur over de camping rijden, vertrekken we voordat de show helemaal is afgelopen. Op deze manier hebben we ook geen last van de ongetwijfeld grote uittocht van vele auto's.
We hadden geen idee wat we van de avond moesten verwachten, maar het is ons 100% meegevallen.   
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 16 september

Van Jackson naar Idaho Falls

 
Vandaag doen we niet al te veel. Het is vooral een dag waarop we ons verplaatsen naar de volgende bestemming. Of eigenlijk naar een tussenbestemming, want van lange afstanden op één dag houden we niet erg. Het tussenstation is Idaho Falls. Die plaats ligt op ongeveer 140 km van Jackson. Na het ontbijt doen we rustig aan, want we hebben alle tijd. Ook de koffie gebruiken we nog op de camping.
Dan vertrekken we in westelijke richting. De rit gaat de eerste ca. 100 km door een prachtig bergachtig en bosrijk gebied. Het zijn de uitlopers van het Grand Teton gebergte dat we de afgelopen dagen van de andere kant hebben gezien. De weg gaat af en toe over een vrij grote afstand behoorlijk steil omhoog. Maar de camper doet zijn best en we halen de toppen met gemak. We rijden de staat Idaho in. We hadden eigenlijk gedacht dat de weg saaier zou zijn, maar dit eerste deel is mooi.
Daarna wordt het inderdaad minder interessant. Het landschap wordt vlakker en we rijden langs uitgestrekte lage heuvels met graanvelden zo ver het oog reikt. Overal past men op het land irrigatie toe om het gewas van water te voorzien. Dat is toch wel wat anders dan in ons waterrijke westelijke deel van ons landje waar je maar een schop in de grond hoeft te steken en je komt al water tegen. De weg is vaak weer kaarsrecht en dat schiet lekker op. Onderweg stoppen we op een mooi aangelegde rustplaats met een prachtig uitzicht over in de laagte gelegen Snake River.
In Idaho Falls doen we boodschappen, tanken we benzine en propaangas voor de verwarming en het kooktoestel. Ook de koel/vrieskast werkt op dat gas als we geen elektrische aansluiting hebben. Dan rijden we naar de camping die in een bebost stukje land aan de Snake River ligt, vlak naast een industrieterrein. Maar daar merken we nauwelijks wat van want dat wordt afgeschermd door de bomen. We doen de was in de camping-wasserette en gaan wat zitten lezen. We spotten de zoveelste eekhoorn die ons vanuit een boom aandachtig bekijkt.
Na het avondeten maken we een wandeling langs de Snake River. Het eerste stukje langs het industrieterrein is oninteressant, maar het wandelpad langs de rivier is heel aardig. Zo lopen we toch nog ongeveer 5 km en komen we in het donker langs het onaantrekkelijke en weinig verlichte laatste stukje weer terug bij de camping.
Halverwege deze week waren we op de helft van onze vakantie en dit is de 16e camping. Vanaf morgen hebben we nog drie weken te gaan. In de afgelopen periode van ruim drie weken hebben we 3235 km gereden. Daar doen we in Nederland minstens vier maanden over.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 17 september

Van Idaho Falls naar Craters of the Moon National Monument

 
Op onze wandeling van gisterenavond, zagen een mooi groot verlicht gebouw waarvan we niet wisten wat het was. Toen we erlangs liepen stond er op een bord dat het een "visitor centre" was. Omdat we meer informatie over de omgeving willen krijgen en van de bestemming die we vandaag willen bereiken, gaan we er daarom vandaag langs.
We rijden er heen en staan vol verbazing naar het fraaie gebouw te kijken. Rob krijgt een voorgevoel dat wordt versterkt door de man die bij de ingang staat en zeer vriendelijk (zoals zovelen) vraagt waar we vandaan komen. Als we vertellen dat we uit Nederland komen, zegt hij enthousiast dat zijn vrouw, die binnen is, ons ook graag wil zien. Als we naar binnen gaan, komen we er definitief achter dat dit geen bezoekerscentrum is voor toeristische informatie maar voor de kerk die in het gebouw is gevestigd.
De man en de vrouw vertellen ons vol overgave dat dit een tempel is van "The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints" ofwel de kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Omdat ook kerkgebouwen onze belangstelling hebben, horen we het allemaal geïnteresseerd aan. Op een zeker moment vraagt de man tot welk kerkgenootschap wij behoren. Ons antwoord dat wij niet gelovig zijn, verbaast hem hogelijk. "Waar denkt u dan dat u vandaan komt?", vraagt hij. Als we proberen uit te leggen dat wij in de evolutietheorie geloven, zien we aan zijn reactie dat hij hier heel anders over denkt. Maar het echtpaar blijft ons vriendelijk toespreken en vertelt ons nog veel meer over de kerk. Er zijn honderden van deze tempels, zelfs in Nederland. We worden uitgenodigd erbij te gaan zitten. Hij houdt niet op de eigenschappen van de kerk uit te leggen. Het lijkt er sterk op dat hij ons "heidenen" probeert te bekeren. We krijgen aan het eind van zijn betoog zelfs "The Book of Mormon" cadeau, een soort bijbel van 779 bladzijden, die we vooral moeten lezen. Ook krijgen we hun visitekaartje met hun telefoonnummer en het dringende advies te bellen nadat we het boek hebben gelezen. Uiteindelijk krijgen we de kans ons los te rukken van het echtpaar. Ze zijn ons uiterst dankbaar dat we zijn gekomen en we krijgen wel twee keer zeer hartelijk een hand bij het afscheid. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we daarna een zucht van verlichting slaakten. Maar een bijzondere ervaring was het wel. Het blijft een verrassend land.
Na bij Starbucks te zijn bijgekomen bij een bak cappuccino en espresso en nog wat boodschappen te hebben gedaan om de vrieskast te vullen, gaan we verder in westelijke richting. We doen de autoradio aan en de eerste zender die zich aandient is er een met alleen religieuze muziek. Dit moet toch allemaal wel wat te betekenen hebben.
We zetten maar snel een CD op en de rit gaat aanvankelijk weer door een heuvelachtig landschap met veel graanvelden, maar later wordt het gebied steeds desolater. Het ligt er tientallen kilometers volslagen ongebruikt bij en ziet er woestijnachtig uit. Er staat wel een aantal kernenergiecentrales in. Hier was in 1951 zelfs de eerste commerciële atoomcentrale gevestigd die elektriciteit voor de nabij gelegen stad Arco leverde. Deze centrale is nu te bezichtigen, maar dat slaan we maar over.
We beginnen ons af te vragen of de omgeving nog aantrekkelijker wil worden, maar nogal plotseling verandert het landschap. Opeens rijden we door lavavelden zoals we die jaren geleden ook op IJsland veel hebben gezien. En dit is dan ook de bestemming voor deze dag. We eindigen in het "Craters of the Moon National Monument". In het park is een camping waar de plaatsen midden tussen de lavabrokken zijn aangelegd. Een wonderlijke ervaring om daar te staan.
Als we na het avondeten een stukje wandelen, komen we toevallig bij een soort amfitheater waar een parkranger ons uitnodigt om, samen met andere bezoekers, uitleg te krijgen over de omgeving. Ze vertelt honderd uit over de flora en fauna en uiteraard ook over de geologie. Zelfs vanuit het raam boven het bed in de camper zien we een mooie zonsondergang en later op de avond bewonderen we de sterrenhemel.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 18 september

We blijven nog een dag in het gebied dat de geoloog Harold Stearns in 1923 beschreef als "het oppervlak van de maan, gezien door een telescoop". Vandaar dat het de naam "Craters of the Moon" kreeg. De genoemde geoloog wist toen echter niet dat de kraters op de maan voornamelijk het gevolg zijn van inslagen van meteorieten. Terwijl dit landschap geheel is ontstaan door vulkanische activiteit. Er was echter niet één grote vulkaan actief, maar meerdere kleinere. De meest recente eruptie vond 2000 jaar geleden plaats en men verwacht dat het in de toekomst opnieuw kan gebeuren.
Er loopt een weg door het park waarlangs een flink aantal parkeerplaatsen is aangelegd. Hier vandaan zijn wandelingen uitgezet. Elke wandeling laat een ander facet van dit wonderbaarlijke gebied zien. We zien de voormalige vulkanen als hoge heuvels in het landschap, uitgestrekte lavavelden, vreemde rotsformaties, gaten in de grond en zogenaamde "spatter cones", kleine vulkanen van enkele tientallen meters hoog die nog werkten nadat de grotere vulkanen niet meer actief waren. Sommige delen van het gebied zijn begroeid met bomen en planten, andere stukken zijn vrijwel onbegroeid. We rijden de route door het park en stoppen op vrijwel elke parkeerplaats om een wandeling te maken en van de informatieborden wat te leren over het ontstaan van het gebied. Ook komen we te weten wat de bezoekers in de loop der jaren allemaal hebben vernield door buiten de paden op de zeer erosiegevoelige lavabodem te lopen.
We beklimmen een van de vulkanen en kijken vanaf de ongeveer 50 m hoge top uit over de omgeving. Een andere wandeling voert naar een aantal grotten. Deze tunnels, zoals ze ook worden genoemd, zijn ontstaan doordat de lava aan het oppervlak afkoelde en stolde, maar ondergronds bleef de vloeibare lava doorstromen. De grotten zijn op eigen gelegenheid te bezichtigen. Als we dat willen doen, worden we aangeraden stevige kleding en schoenen en een zaklantaarn mee te nemen. We kiezen voor de "Indian Tunnel", een grot waarvan het plafond (dus het oppervlak van het landschap) op sommige plaatsen is ingestort waardoor er licht naar binnen valt. Het nadeel is dat we dan over een berg lavabrokken moeten klimmen om verder te gaan. Het is een bijzondere tocht die af en toe knap lastig is. Aan het eind van de tunnel moeten we zo ongeveer door een gat naar buiten kruipen en over het zeer ongelijkmatige lavaveld naar het wandelpad terug lopen.
Terug op de camping, gaan we wat zitten lezen en dan vernemen we dat de camping deze avond gaat sluiten. We kunnen blijven, maar dan moeten we er rekening mee houden dat we morgenochtend om 7:00 uur de camping moeten verlaten omdat men de wegen gaat onderhouden. Het was prettig geweest als we dit wat eerder hadden geweten. Dan maar vroeg op.
Aan het begin van de avond komt een jonge man vragen wat er zoal in het park te zien is en of het de moeite waard is er een dag te blijven. Zijn naam is Shane Rose en we raken met hem in gesprek. Dat heeft tot gevolg dat we tot 22:45 uur gezellig over van alles en nog wat zitten te kletsen. Het zijn, onder het genot van een biertje en een wijntje, vooral tamelijk indringende gesprekken over het leven. Hij reist in zijn eentje zo'n beetje de hele wereld rond. We wisselen e-mail- en website-adressen uit en nemen hartelijk afscheid van elkaar.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 19 september

Van Craters of the Moon National Monument naar Twin Falls

 
We staan om 6:45 uur op omdat we worden geacht om 7:00 uur de camping te verlaten, maar zo'n vaart loopt het niet, want de wegwerkers komen nog niet erg opdraven. We rijden de camper naar het nabij gelegen parkeerterrein van het bezoekerscentrum en maken daar ons ontbijt klaar. Shane (zie gisteren) staat er ook. Hij vertelt dat hij al om 4:30 uur is opgestaan en hierheen is gereden. Hij is van plan vandaag bijna 1300 km naar Californië te rijden. Wij denken aan wat minder kilometers, namelijk ongeveer 140. We nemen opnieuw afscheid van hem en gaan op pad. Omdat we zo vroeg zijn, doen we het rustig aan. In een klein dorpje drinken we bij een benzinestation een kop koffie met een taartje erbij en we vervolgen onze weg zuidwestwaarts. Onderweg komen we langs de "Shoshone Ice Cave", een grot waarin het onder het vriespunt is en die daardoor is gevuld met ijs, terwijl het buiten tegen de 40 °C kan zijn. De kou wordt veroorzaakt doordat de grot enige tientallen meters beneden het aardoppervlak ligt, maar ook door een zwakke luchtstroom die via het poreuze en vochtige gesteente door de grot voert. Nadat deze grot in de 19e eeuw was ontdekt, werd hij gebruikt om voedsel koel te bewaren, maar tegenwoordig is het alleen nog maar een toeristische attractie. Wij komen er om 9:45 uur aan en zien op een bord dat de grot gesloten is. Het bord wordt echter ijlings verwijderd en vervangen door de tekst "welkom". Men vertelt ons dat de grot alleen onder leiding van een gids kan worden bezocht en dat de eerste tocht vandaag over een half uur begint. Dat biedt ons de gelegenheid nog een kop koffie te zetten en in het winkeltje bij de grot rond te kijken. Het is allemaal tamelijk aandoenlijk ingericht, maar het is een manier om wat geld te verdienen. Wij zijn de enige bezoekers en dat houdt in dat we een privérondleiding krijgen. Het meisje doet haar best, maar het klinkt alsof ze haar verhaaltje voor de zoveelste keer opdreunt. We dalen diep af in de grot en zien op een zeker moment het ijs liggen. Het is een laag van vele meters dik en we zijn blij dat we tamelijk dikke kleding en een jas hebben aangetrokken. Het is weer een aardig verschijnsel dat we min of meer toevallig op onze tocht tegenkomen.
De rit gaat verder zuidwaarts en we gaan op een camping staan vlakbij de stad Twin Falls waar we al rond het middaguur aankomen. We stellen ons aanvankelijk weinig van de stad voor, maar het valt alles mee. Het is een tamelijk grote stad die kennelijk een regionale behoefte vervult, want er is een zeer groot winkelcomplex waar men boodschappen doet. Maar voor de toeristen heeft de "Snake River", waaraan de stad ligt, de grootste aantrekkingskracht. We rijden naar de "Shoshone" watervallen die men hier de Niagara watervallen van het westen noemt. Nu vinden we dat op zijn zachtst gezegd wat overdreven, want er valt maar betrekkelijk weinig water. Dit wordt veroorzaakt door de grote droogte van de laatste tijd en doordat de rivier veel wordt gebruikt voor irrigatie doeleinden. Maar de waterval is wel 15 m hoger dan zijn beroemde broer. De rivier stroomt hier overigens door een schitterende kloof die op zijn beurt weer een beetje doet denken aan de Grand Canyon. Al met al is het een prachtig gezicht en een verrassing voor ons want we wisten niet van het bestaan van dit alles voordat we hier arriveerden.
Terug op de camping doen we het rustig aan.  
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 20 september

Van Twin Falls naar Snowville

 
 Zo vroeg als we gisteren opstonden, zo laat is het (althans voor ons doen) vandaag. Pas tegen 9:00 uur worden we wakker. Desondanks doen we het uiterst rustig aan en vertrekken pas om 10:30 uur. We zetten de TomTom op "vermijd snelwegen" en volgen een route via secundaire, tertiaire en quartaire wegen. Het landschap dat we vandaag doorkruisen is erg eentonig en af en toe bijzonder saai. Net als enige dagen geleden rijden we langs uitgestrekte landbouwgebieden waar het uiterst droog en stoffig is. Desondanks groeien er hier en daar mooie bloemen, zoals in dit geval de "Black eyed Susan". Wel blijft het jammer dat het gehele westelijke deel van de Verenigde Staten last heeft van rook van bosbranden, waardoor het zicht in de verte altijd wazig is.
Overal zien we weer irrigatievoorzieningen en doet men zijn best het land te bevloeien. We stoppen om een boterham te eten. Aan de overkant van de parkeerplaats is men bezig met grote machines suikerbieten te rooien en op vrachtwagens te laden. Deze storten ze vlakbij op een grote hoop. Een groot aantal roofvogels (wij denken dat het havikken zijn) wacht geduldig bovenop de irrigatiebuizen tot de machines voorbij zijn en speuren dan het land af of er iets van hun gading bij is.
Na ongeveer 200 km veelal rechte en stille wegen, bereiken we het dorp Snowville dat in het uiterste noorden van de staat Utah ligt. Dat is de zesde staat die we deze reis aandoen.
We zetten de camper op een eenvoudige camping aan de rand van het dorp. Er is niemand aanwezig om ons te ontvangen. Het kantoortje is wel open en op een briefje worden we verzocht het campinggeld in een brievenbus te doen. We hebben $ 2,00 te weinig klein geld om het bedrag te voldoen, maar er is niemand om geld te wisselen. Een jong katje zit ons nieuwsgierig aan te kijken zodra we de camper hebben neergezet. Hij (of zij) lijkt te wachten totdat we hem iets aanbieden. Maar dat doen we maar niet. Het is bijna aandoenlijk te zien hoe de voorzieningen op camping zijn ingericht. De wc's zijn voorzien van warm en koud stromend water, er hangen wat schilderijtjes aan de muur, er staat handzeep en er hangt een keukenrol aan de muur om je handen af te drogen. Ondanks de wat eenvoudige en enigszins verwaarloosde staat van de camping, ziet alles er schoon uit. Er is zelfs een wasserette en we hebben elektriciteit, stromend drinkwater en afvoer van afvalwater. Het is erg rustig op de camping. We zijn bijna de enige gasten en een tukje is dan snel gedaan. Tegen etenstijd komt de eigenaar toch nog even op de camping en maakt een praatje met ons. Hij wil er niet van horen dat we het ontbrekende campinggeld aan hem betalen.
's Avonds doen we iets wat we nog niet eerder hebben gedaan: we kijken een film. We hebben een televisietoestel en een DVD-speler aan boord en we hebben uit Nederland enige films meegenomen. We kiezen voor de film "The world's fastest Indian". Deze film is gebaseerd op een ware gebeurtenis en gaat over een Nieuw-Zeelander die met zijn vele jaren oude en omgebouwde Indian motorfiets een snelheidsrecord wil breken. Dat doet hij op de zoutvlakte van Bonneville. Deze vlakte wordt al jarenlang gebruikt om records te vestigen en ligt bij Salt Lake City waar wij nu ook in de buurt zijn. Daarom vonden we deze film wel toepasselijk.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 21 september

Van Snowville naar Salt Lake City

 
De reis gaat vandaag naar het zuiden. We rijden daarbij voornamelijk over een snelweg. Het verbaast ons elke keer weer dat gigantisch grote vrachtauto's, vaak met zowel een oplegger als een aanhanger, 120 km/h rijden. Dat is de maximum snelheid die voor alle verkeer geldt, dus zowel voor personenauto's als voor vrachtverkeer. Wij doen het iets rustiger aan en we worden dan ook vaak ingehaald door zo'n grote truck. In het begin is de snelweg aardig rustig, maar naarmate we Salt Lake City, ons reisdoel voor vandaag, naderen wordt het drukker. We houden halt voor een kop koffie bij "Denny's", een keten van wegrestaurants. Men kijkt wat gek op dat we geen ontbijt willen, want dat is kennelijk om deze tijd, 11:00 uur, gebruikelijk. Ook als we wat lekkers bij de koffie willen, is men wat verbaasd. Dat is kennelijk in de VS niet de gewoonte. Ze hebben wel een dessertkaart, en daar staan lekkere dingen op. Alleen betekent het wel dat we daarmee eigenlijk al genoeg hebben als lunch, zo groot zijn de gebakjes. En men blijft maar aandringen om de koffie (gratis) bij te vullen.
Tegen het middaguur slaan we van de snelweg af om naar "Antelope Island" te rijden. Dit is een eiland in het "Salt Lake" dat door middel van een dam is verbonden met het vasteland. Het is tevens een State Park, wat betekent dat we toegang moeten betalen om het eiland te bezoeken. Maar dat is het waard. Als we over de dam rijden, zien we links en rechts witte zoutvlakten waar het water is gezakt. Op het eiland gaan we, zoals gewoonlijk, eerst naar het bezoekerscentrum om wat te weten te komen over het zoute meer. We leren dat het, op de Dode Zee na, het meer is met het hoogste zoutgehalte ter wereld. Het is zo zout vanwege de mineralen die door water uit de bergen wordt aangevoerd, maar niet worden afgevoerd, want er stroomt geen water uit het meer. Het water verdampt en het zout blijft achter. We picknicken op een plek langs een breed strand. Het lijkt IJmuiden wel. We zien enkele mensen in het water en dat brengt ons op het idee dat we ook willen zwemmen. En zodoende zie je ons hier in het water drijven. Want zinken is in dit zoute water onmogelijk. Als we het water verlaten, drogen we al snel op en zien we zoutkristallen op onze huid verschijnen. Boven aan het strand staan douches waaronder we ons kunnen afspoelen.
We rijden nog een stukje over het eiland waar we kuddes buffalo's zien en vlak langs de weg twee vossen.
Dan is het nog ongeveer 50 km over de snelweg naar Salt Lake City waar we op een stadscamping gaan staan die op ongeveer drie km vanaf het centrum ligt. We nemen een duik in het zwembad en de "hot pool". Hierin wisselen we reiservaringen uit met een Canadees echtpaar. Daarna gaan we lekker douchen. Na het avondeten is het buiten nog aangenaam genoeg om wat te lezen en dit verslag te maken.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 22 september

We brengen vandaag een bezoek aan de stad Salt Lake City. Het is de hoofdstad van de staat Utah en heeft ongeveer 170.000 inwoners. In Utah is ca. 70% mormoon. In Salt Lake City is dat ongeveer 35%.
We rijden met de gratis shuttle bus vanaf de camping naar "Temple Square", het centrale plein waar de tempel van de mormoonse kerk staat. Maar we gaan eerst naar het toeristenbureau om informatie te verkrijgen over de stad en de omgeving. We worden uitgebreid te woord gestaan door een vriendelijke dame die ons van alles vertelt over de stad. Verder geeft ze tips om met de auto de omgeving te bezoeken en zelfs over verder weg gelegen gebieden in Utah. We gaan weg met een stapel folders en boekjes.
Maar het is alweer hoog tijd voor een kop koffie. Dat drinken we in een prachtig nieuw winkelcentrum, waar onder meer de "Cheesecake Factory" is gevestigd. Een luxe café-restaurant waar men, zoals was te verwachten, heerlijke cheesecakes serveert. Het kost wel een paar centen, maar dan heb je ook wat.
Dan haasten we ons naar de tabernakel op Temple Square waar een organiste op het zeer grote kerkorgel aan het oefenen is. We komen, als gevolg van het grote gebakje, eigenlijk te laat binnen en maken daarom nog maar een half uur van de repetitie mee. Maar het klinkt mooi en de zaal en het orgel zien er fraai uit. Dan bewonderen we in Temple Square de prachtig aangelegde paden met bloemen, een fraaie fontein en uiteraard de opvallende tempelkerk. Overal zien we bruidsparen vergezeld van keurig aangeklede mensen. Kennelijk is het vandaag de dag voor de mormonen om te trouwen en dan is een foto bij de kerk uiteraard een uitverkoren mogelijkheid om deze gebeurtenis voor het nageslacht te bewaren. We brengen vervolgens een bezoek aan "Beehive House", het huis waarin Brigham Young een groot deel van zijn leven doorbracht. Hij was de pionier en de mormoonse apostel die, toen hij in dit dal arriveerde zei: "This is the place to be". We worden vriendelijk in het huis rondgeleid door twee religieuzen in opleiding. Ze vertellen van alles over het huis en een beetje over het geloof.
Daarna lunchen we in "Lion House", een huis uit de tijd van Brigham Young, waarin nu een restaurant is gevestigd waar eenvoudige, maar lekkere maaltijden worden bereid.
We lopen daarna naar het capitool waar de regering van de staat Utah zetelt. Het is zowel van binnen als van buiten een prachtig gebouw. Het valt op dat er maar weinig bezoekers zijn en al vrijwel helemaal geen controle door veiligheidsmensen. We kunnen gaan en staan waar we willen.
Het is behoorlijk warm geworden en dat is waarschijnlijk de oorzaak dat Carla zich niet echt lekker voelt. We gaan daarom maar weer met de shuttle terug naar de camping waar we de rest van de dag rustig doorbrengen.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 23 september

Als we opstaan, voelt Carla zich weer goed. En we zien voor het eerst sinds lange tijd wolken aan de hemel. We blijven nog een dag op de camping in Salt Lake City omdat we wat van de omgeving willen zien en daarom een ritje gaan maken.
We beginnen met een klein openluchtmuseum waar een dorpje is gebouwd dat de situatie weergeeft uit de tijd dat de eerste mormoonse pioniers hier woonden. Er is een bezoekerscentrum bij en een klein binnenmuseum. In dit museum wordt verteld dat de mormonen destijds vanwege hun geloof van elders werden verjaagd en onder barre omstandigheden een lange tijd door bergen en woestijnen hebben moeten lopen om uiteindelijk hier hun bestemming te vinden. Normaliter lopen er in het dorpje mensen in klederdracht van vroeger rond en zijn er veel gebouwen van binnen te bezichtigen. Maar op deze zondag is het rustdag en is alles gesloten en lopen wij er in ons eentje rond. Bij elk huis staat wie er heeft gewoond en of het origineel is of nagebouwd, dus we leren er toch nog wat van. Het ziet er allemaal aardig en heel vreedzaam uit op deze zondag. Verder staan er in het parkje ter nagedachtenis aan alle pioniers en hun belevenissen veel beeldhouwwerken.
Dan vervolgen we onze rit van vandaag naar de plek waar in 2002 de olympische winterspelen zijn gehouden. Het is een prachtige snelweg door bergachtig gebied. We hebben veel bewondering voor de wijze waarop de Amerikanen hun wegen hebben aangelegd. Lange hellingen, veel bochten, minstens drie rijstroken breed en dat dwars door en tussen de bergen. We zien hier ook goed dat de bladeren van de loofbomen allerlei kleuren krijgen, van groen, naar geel, bruin en rood. 
We rijden eerst naar een grote outlet-store waar kleding, schoenen, e.d. van veel bekende merken met korting worden verkocht. Maar wij kunnen niet slagen. Dan is het nog een klein stukje naar een deel van het gebied waar de olympische spelen werden gehouden en waar nu kunststof skihellingen en rodelbanen zijn gebouwd. We zien jongelui van de helling afglijden en vervolgens met koprollen in een zwembad terecht komen. Heel leuk om te zien.
Dan rijden we weer terug naar de stad waar we het "Clark Planetarium" bezoeken. Er wordt daar veel uitgelegd over het heelal en men is uiteraard erg trots op wat de Amerikaanse ruimtevaart heeft voortgebracht. In het gebouw is ook een IMAX-theater waar we een film zien over het leven van de dieren in de poolgebieden. We komen er eigenlijk te laat achter dat het een 3D-film is, waar Rob, kijkend met slechts iets meer dan één oog, weinig aan heeft. Bovendien wordt de film ook nog ingesproken door Merel Streep die hij niet zo graag mag. We zien haar dan wel niet, maar haar commentaar is net zo "overacted" als ze in haar films speelt. Maar de film is het aanzien waard.
Terug op de camping, besluiten we na een uurtje in de stad te gaan eten. We doen dat in een winkelcentrum waar we van een pizza genieten.
We merken goed dat het later in het jaar wordt, want het is om 19:30 uur al aardig donker. Maar we kunnen nog steeds tot laat buiten zitten. 
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 24 september

Van Salt Lake City naar Price

 
Vandaag vertrekken we na twee interessante dagen uit Salt Lake City. Het is voor de tweede keer in deze vakantie dat de dag bewolkt begint. En hoewel de zon zijn best doet, blijven de wolken overheersen. Af en toe vallen er zelfs enige spatjes regen. Nadat we eerst de nodige etenswaren hebben ingeslagen, zetten we onze reis voort in zuidelijke richting. De stad Salt Lake City is weliswaar in feite niet bijzonder groot, maar dat geldt niet voor de grote regio die bij de stad hoort. Het is een aaneenschakeling van steden zonder veel natuur er tussen. De eerste helft van de rit gaat dan ook over snelwegen van vaak vijf rijstroken breed met heel veel op- en afritten. En het is erg druk waardoor het constant oppassen is geblazen, want iedereen haalt, zoals in dit land is toegestaan, links en rechts in. En dat is heel wat anders dan het rijden op de uiterst rustige wegen die we in het algemeen gewend zijn. Na ongeveer 85 km slaan we bij Spanish Fork af naar een rustiger weg die naar het Zuidoosten leidt. Het is een bijzonder mooie weg die al snel de bergen van de Rocky Mountains in gaat. Weer zien we de bomen die in dit najaar de prachtigste kleuren krijgen. Ook de rotsen hebben overal verschillende kleuren: grijs, geel, bruin, rood en zelfs groen. Langs de route loopt een spoorbaan die af en toe de wonderlijkste bochten maakt om hoogteverschillen te overwinnen zonder te steile hellingen te moeten maken. De spoorbaan is aan het eind van de 19e eeuw aangelegd tussen Salt Lake City en Denver en dat is toch een afstand van zeker 800 km. Af en toe zien we de bekende lange treinen met drie locomotieven rijden. De spoorbaan was (en is) vooral ook belangrijk voor het vervoer van steenkool. In het gebied dat we doorkruisen bevinden zich meerdere kolenmijnen en bij een daarvan staan herinneringsmonumenten voor de ongevallen die daar in de loop van de tijd hebben plaatsgevonden.
Onze reis eindigt vandaag in het stadje Price. Niet dat deze plaats echt uitnodigt voor een uitgebreid bezoek. Er is wel een natuurhistorisch museum, maar dat is het dan ook wel. Voor ons is het meer een tussenstop en daarom is het ook geen ramp dat we op een vrij onaanzienlijke camping annex motel verblijven. Vlakbij zijn winkels, restaurants en benzinestations. En ook de trein rijdt op niet te grote afstand langs. Maar de camping is wel voorzien van alle zaken die we kunnen gebruiken, zoals een wasserette. En daarom is het voor ons vandaag/maandag wasdag zoals het hoort.
Tegen zonsondergang verschijnen er zeer donkere wolken aan de hemel die Carla vanzelfsprekend wil fotograferen. We lopen daarom een eind een pad op maar keren toch maar snel terug voordat het begint te regenen. En dat doet het even later ook, hoewel het niet langer duurt dan enkele minuten. 
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 25 september

Van Price naar Moab

 
Afgelopen nacht heeft het voor het eerst op onze reis langer dan 5 minuten achter elkaar geregend. Maar als we opstaan is het vrijwel onbewolkt. We proberen in onze overnachtingsplaats een fles wijn te kopen. In deze staat kunnen alcoholische dranken boven een bepaald alcoholpercentage alleen in officiële drankwinkels van de staat worden gekocht en dan alleen aan personen van 21 jaar en ouder. Helaas gaat de staatswinkel, zoals de wet voorschrijft, pas om 11:00 uur open en zo lang willen we niet wachten voordat we vertrekken. Bier is (soms) wel in een supermarkt te koop. Het wonderlijke is dat de kassamedewerker bij het afrekenen naar onze legitimatie vraagt. Maar dat komt natuurlijk omdat we er zo jong uitzien.
Enfin, we verlaten Price en gaan richting Moab, onze eindbestemming voor vandaag. In de loop van de dag komen de wolken echter terug en af en toe valt er zelfs een korte, maar hevige regenbui. De weg gaat voor het grootste deel over een hoogvlakte. Het verschil met enige dagen geleden is dat het niet meer zo wazig is als gevolg van de bosbranden. Men heeft ons verteld dat dit komt doordat de wind uit een andere hoek is gaan waaien en er wat regen is gevallen. Daardoor zien we nu prachtige bergen op de achtergrond. We stoppen op een rustplaats om een kop koffie te drinken. We zijn aanvankelijk de enigen in dit uitgestrekte gebied, maar binnen enkele minuten staat de parkeerplaats bijna vol. Dat zal toch niet komen omdat men op onze heerlijk geurende koffie af komt?
We vervolgen onze weg, die af en toe weer eindeloos ver reikt, naar het zuiden en in de buurt van "Green River" gaan we een stukje over de snelweg. We gaan van de snelweg af om dit stadje kort te bezoeken. Green River staat bekend om zijn meloenenteelt. Overal staan stalletjes waar men deze producten uit eigen teelt verkoopt. Wij kunnen het ook niet laten om te kijken wat men zoal te bieden heeft. Een al wat oudere vrouw laat ons minstens zes soorten meloenen proeven die allemaal lekker smaken. Maar we kopen twee soorten die we in Nederland niet gewend zijn.
We rijden daarna naar het bezoekerscentrum annex museum dat in het stadje is gevestigd en waar allerlei informatie wordt gegeven over het leven dat men hier vroeger aan de rivier leidde. De spoorlijn waarover we gisteren ook al iets vertelden, loopt langs het stadje en toen deze hier was aangelegd, bracht het destijds bloei.
Dan is het nog ongeveer 60 km naar Moab. We verlaten de snelweg en zien in de verte de bergen opdoemen met hun karakteristieke grijs/oranje/bruine kleur.
We kiezen een camping die centraal ligt ten opzichte van de stad en de beide Nationale Parken die we willen bezoeken. Maar vanmiddag rijden we eerst naar Downtown Moab. Het is een stadje met het gebruikelijke vierkante stratenpatroon waar de hoofdweg dwars doorheen loopt. Het is een drukke stad, niet in de laatste plaats door de tamelijk grote verkeersstroom. Maar de winkels en restaurants langs de weg maken het er gezellig. We gaan, zoals gebruikelijk, eerst naar het bezoekerscentrum om informatie op te doen. Daarna kopen we wijn in de "Liquor Store" die nu wel open is, wandelen nog wat door het centrum en rijden weer terug naar de camping. Nu drie maal raden wat we 's avonds als toetje eten. Juist: heerlijke meloen.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 26 september

Na meer dan vijf weken prachtig weer, is het vandaag slechter. Als we opstaan is het zwaar bewolkt. Bovendien is het behoorlijk regenachtig. We gaan toch naar "Arches National Park" waarvan de ingang op enkele kilometers van de camping ligt. Twee jaar geleden brachten we ook een bezoek aan dit park. Toen was het bloedheet en nu is het fris. Afgezien van de wolken en de regen, blijft het een prachtig landschap met de meest vreemde rotsformaties. Ze hebben de mooiste namen gekregen naar gelang ze ergens op lijken. Zoals "het orgel", "de toren van Babel", "drie praatjesmakers", en dergelijke. We stoppen op verschillende uitzichtpunten, maar van uitstappen komt voorlopig niet veel als gevolg van het slechte weer. Het meest beroemd in dit park zijn de "arches", ofwel "bogen". Hieraan dankt dit park dan ook zijn naam. En hiervan zijn er in het park veel te vinden. De meest bekende is de "Delicate Arch". Daarom rijden we een flink eind door naar de parkeergelegenheid waar het voetpad naar deze boog begint. Twee jaar geleden was het zo heet dat we afzagen van de wandeling. Het is weliswaar maar 2,5 km heen en 2,5 km terug, maar je moet wel een hoogteverschil van 150 m overwinnen. Bovendien bestaat het pad hier en daar uit ruwe rotsen. En dat was toen bij een zeer hoge temperatuur wat te veel van het goede.
Nadat we ons twaalfuurtje hebben opgegeten, wordt het droog en klaart het steeds meer op. Met ongeveer 18 °C is het prima wandelweer en naarmate we de berg op gaan, wordt het langzamerhand warmer en zonniger. Na een klein uurtje komen we dan bij de boog aan en het is werkelijk een bijzonder gezicht. De "Delicate Arch" is 16 meter hoog en is een belangrijk symbool voor de staat Utah. De boog staat afgebeeld op tal van drukwerken en op de nummerplaten van de auto's uit deze staat.
Enige dagen geleden merkte een van onze vrienden op dat we mooie foto's in ons reisverslag opnemen, maar dat wij zelf er niet vaak opstaan. Welnu, als je goed op de foto hierboven kijkt, zie je dat Rob onder de boog staat te juichen.
We blijven lang naar dit fenomeen kijken en dat doen we niet alleen. Het is een drukte van belang.
Hoewel we er bijna niet genoeg van kunnen krijgen, besluiten we op een zeker moment terug te keren naar de parkeerplaats waar de camper staat en verder te rijden. We stappen uit bij de "Balanced Rock". Een zeer vreemde formatie waarbij een groot stuk rots van ongeveer 17 meter hoog balanceert op een gedeeltelijk door erosie verdwenen onderkant van zandsteen van ca. 23 meter hoog. We lopen er helemaal omheen en maken uiteraard weer veel foto's.
We rijden uiteindelijk weer terug naar de camping waar we het verder rustig aan doen.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 27 september

Van Moab (Noord) naar Moab (Zuid)

 
In tegenstelling tot gisteren, is het vandaag prachtig weer. Volop zon met later op de dag vriendelijke stapelwolkjes die geen kwaad in de zin hebben.
Zoals we gisteren ook al vermeldden, zijn we hier twee jaar geleden ook al geweest. Toen waren we er in het weekeinde voor Memorial Day, de dag waarop voor de meeste Amerikanen de vakantie begint. We konden toen twee nachten op een camping blijven, maar daarna waren de kampeerplekken op alle campings in de omgeving gereserveerd. En dat betekende dat we er niet meer konden overnachten. We hadden het "Canyonlands National Park" willen bezoeken, maar dat ging dus helaas niet door. Dat is een van de redenen dat we hier nog een keer terug wilden komen. En vandaag gaan we naar dat nationale park en ook naar het kleinere "Deadhorse Point State Park". Beide parken grenzen aan elkaar en bieden prachtige uitzichten over de diepe en brede kloven die de "Colorado River" en de "Green River" in miljoenen jaren in het land hebben uitgesleten. De wegen door de parken lopen over een hoogvlakte waarlangs op zeer veel plaatsen uitzichtpunten zijn aangelegd. De overgang tussen de kloof en de hoogvlakte is op de meeste plaatsen vrijwel loodrecht. 
Eerst rijden we naar Deadhorse Point. Dit is een klein staatspark waarvoor we apart toegang moeten betalen. Op de hoogvlakte kwamen vroeger veel wilde paarden voor die door de cowboys werden gevangen. Ze werden vervolgens bij elkaar gedreven op dit punt dat, op een kleine 25 m brede doorgang na, was omgeven was door diepe kloven met steile afgronden. Om de paarden niet te laten ontsnappen, hoefden de cowboys alleen de nauwe doorgang met een hek af te sluiten. Het park dankt zijn naam aan de volgende legende. Op een dag gingen de cowboys weg met enkele paarden, maar ze lieten er een aantal achter. Deze konden echter geen kant op. Ze kwamen, in het zicht van de 600 m lager stromende en dus onbereikbare rivier, om van de dorst in dit verder gortdroge gebied.
Hoe dan ook, wij hebben op deze plek een prachtig uitzicht over de canyon van de bruin gekleurde Coloradorivier. Gisteren zagen we Rob op een foto. Dit keer staat Carla te genieten.
Na een broodje te hebben gegeten, verlaten we dit park en gaan naar Canyonlands. Dat bestaat uit drie delen die, alweer als gevolg van de kloven, niet door wegen met elkaar zijn verbonden. Elk deel moet van een andere kant worden benaderd. Het gebied dat wij vandaag bezoeken heet "Island in the Sky". Deze naam duidt ook weer op de hoogvlakte die aan alle kanten, op een kleine doorgang na, door de meanderende rivieren wordt omsloten. Zodoende doet de hoogvlakte zich voor als een eiland, maar eigenlijk dus een schiereiland. Ook hier weer prachtige uitzichtpunten waarbij de rivieren niet of nauwelijks te zien zijn als gevolg van de grote diepte en de steile kloven.
De dag vordert al aardig als we weer terug rijden naar Moab. We tanken weer eens benzine en doen nog wat inkopen. Omdat we morgen naar het zuiden rijden, kiezen we voor de komende nacht een camping aan de zuidkant van de stad. Deze is eigenlijk vol, maar we krijgen voor het zeer schappelijk bedrag van $ 15,00 een plaatsje waar we elektriciteit kunnen aftappen van een aansluiting van een camper naast ons.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 28 september

Van Moab naar Needles Outpost

 
We gaan vandaag opnieuw naar Canyonlands. Maar nu naar het deel genaamd "The Needles". Deze naam komt van de puntige naaldvormige rotsen die vele tientallen meters hoog zijn. Het park ligt 100 km ten Zuidwesten van ons vertrekpunt Moab. Het is opnieuw een fraaie dag met nauwelijks een wolkje aan de hemel en met 25 °C en een zwak windje zeer aangenaam. De weg erheen is afwisselend en, ondanks dat het een "highway" is, erg rustig. Na ongeveer 50 km slaan we af naar de weg die naar het park leidt. Een zeer fraaie route met zeer verschillende landschappen. Soms rechte wegen, soms erg bochtig en vrij steil. Ca. 1½ uur na het vertrek uit Moab bereiken we de ingang van het nationale park en gaan we eerst naar de camping die hier is gevestigd. Helaas zijn, zoals overigens te verwachten was, alle plaatsen bezet en dus moeten we later vandaag een andere camping zien te vinden. Maar eerst gaan we van het park genieten. Het gebied is totaal anders dan we gisteren hebben gezien. Toen zagen we vooral de canyons van de twee rivieren die er doorheen lopen. Nu zijn het bergen en dalen en uiteraard de "needles". We rijden naar het eind van de weg die door het park loopt. Hier maken we een vier kilometer lange wandeling. Vele miljoenen jaren geleden was hier zee, compleet met stranden en zandduinen. De zee is verdwenen, de grond werd omhoog gedrukt en samengeperst, waardoor het zand is versteend. De wandeling voert over deze versteende zandduinen. Ze worden hier "slickrocks" genoemd, ofwel gladde rotsen. Ze zijn inderdaad nergens scherp. En je kunt zien dat ze gemakkelijk eroderen. We kunnen stukjes van de rots afbreken en met de voet vermalen zodat het weer zand wordt. Er groeien veel cactussen en overal schieten hagedissen weg. We picknicken onderweg en kijken onze ogen uit bij de verschillende uitzichtpunten. In een informatiefolder die we hebben meegenomen, wordt uitgelegd wat we allemaal te zien krijgen. En overal moeten uiteraard foto's en video-opnamen worden gemaakt. En dat kost heel wat tijd. We doen er uiteindelijk zo'n drie uur over om de wandeling af te maken, maar dat hoort erbij.
We overleggen hoe we onze reis zullen vervolgen. We kunnen bijna 100 km verder rijden tot het eerstvolgende stadje waar campings zijn. Maar we hebben op de kaart gezien dat er net buiten het park ook een camping is, de "Needles Outpost" die overigens niet in onze gids is vermeld. Dat kan dus nooit veel zijn. Toch gaan we er kijken en het valt alles mee. Sterker nog: het is weliswaar geen luxe camping, maar hij ligt prachtig en er is plaats genoeg. We hebben deze reis nog niet zo'n mooi uitzicht gehad. Ook de "needles" zijn in de verte te zien. En dat alles zonder dat er ook maar iets is te horen.
Na het avondeten, genieten we van een prachtige zonsondergang. De zon verdwijnt kleurrijk achter een smalle wolkenband. De zonnestralen tekenen zich af tegen een hemel die langzaam oranje kleurt. Prachtig! En hoewel het nu snel donker wordt en het al eind september is, kunnen we nog heerlijk buiten onze koffie en thee drinken. En ook daarna is het nog prima uit te houden.
Omdat er geen licht op de camping brandt, zien we een oneindig aantal sterren verschijnen. Ook de maan komt boven de rotswand achter de camper op. Hij is heel fel en verlicht de omgeving. We kunnen er bijna bij lezen.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 29 september

Van Needles Outpost naar Durango

 
Geen geluid van verkeer, geen getoeter van treinen, geen windgeruis, het was de afgelopen nacht vrijwel helemaal stil. En als we opstaan is het wederom praktisch wolkeloos. Niet verschrikkelijk warm, maar lekker fris om wakker te worden. En we zien de "needles" nu in een mooi schijnsel van de opkomende zon.
Gisteren vertelde de eigenaresse van de camping dat ze een heerlijk ontbijt voor ons zou kunnen klaarmaken. Dat lijkt ons wel wat. Als we naar het kantoortje/winkeltje/restaurantje gaan, moet ze ons helaas teleurstellen. Ze heeft het heel druk met een noodgeval en kan geen ontbijt verzorgen. Dan maken we zelf ons ontbijtje maar klaar. Als we dat op hebben, komt de vrouw naar ons toe en vraagt of we alsnog willen ontbijten. We zeggen dat dit helaas niet meer nodig is. Ze zegt het jammer te vinden dat het zo is gelopen, want ze had liever voor ons gezorgd dan het noodgeval (wat het dan ook maar was) oplossen.
We vertrekken om onze reis verder te vervolgen. Na ongeveer 20 km stoppen we bij "Newspaper Rock", waar indianen tekeningen hebben "gegraveerd" in de zandstenen rots. De tekeningen zijn waarschijnlijk zo'n 2000 jaar oud en men vermoedt dat ze een verhaal vertellen. Daarna stoppen we in Monticello voor de koffie en een bezoekje aan het toeristenbureau. Vervolgens gaat het in oostelijke richting om na enkele tientallen kilometers de staatsgrens met Colorado over te steken. Langzamerhand wordt het landschap lieflijker: minder woestijnachtig en meer bossen. In de buurt van Dolores eten we ons lunchbroodje, waarna we verder reizen. Het landschap begint steeds meer op Zuid-Europa te lijken. Mooie bergen, begroeid met bomen die herfsttinten vertonen.
Aan het begin van de middag bereiken we Durango, het einddoel van vandaag. Het is een zeer levendige stad met een historisch centrum. De stad is ook het beginpunt van een ongeveer 75 km lang spoortraject naar Silverstone. Hier rijdt ook nu nog een oude stoomtrein met antieke wagons. Tegenwoordig is het een toeristische attractie.
We gaan staan op een camping even buiten de stad. Ook hier kunnen we met gratis busvervoer naar "downtown" Durango en dat doen we dan ook, want we gaan vanavond uit eten. We wandelen eerst nog wat door de gezellige hoofdstraat waar nog veel oorspronkelijke gebouwen staan. We kunnen zien dat de stad veel Mexicaanse invloeden heeft. En we horen veel Spaans spreken. We kiezen daarom voor een Mexicaans restaurant waar we een enchilada en een burrito eten met een Mexicaans biertje erbij. Toe nemen we een appel-chimichango en churros met honing. Dat is veel te veel en daarom nemen we het restant mee voor de hond.
We lopen de hoofdstraat nog eens door en bewonderen de stoomtrein die net terug komt van zijn reis naar Silverstone. Dan pakken we de gratis bus die ons weer terug brengt naar de camping.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 30 september

We hebben gisteren al besloten nog een dagje in Durango te blijven en het, na de inspannende wandelingen en dergelijke van de afgelopen dagen, een beetje rustig aan te doen. Eigenlijk hadden we bedacht een dag helemaal niets te doen. De dag begint in ieder geval al zonder haast, want we staan pas om ongeveer 9:15 uur op. We doen het, zoals gezegd, heel kalm aan, maar helemaal niets doen is toch ook niet alles. En dus kiezen we er toch voor om een lange wandeling langs de rivier de "Animas" te maken. Er is een pad uitgezet dat op enkele kilometers van de camping begint. Daar rijden we heen met de camper. Het is een gemakkelijk pad waarlangs picknickplaatsen zijn aangelegd en verder is het voorzien van veel informatieborden die ons iets vertellen over de omgeving en de geschiedenis van de stad Durango. Het pad loopt door tot in de stad. We leren dat deze plaats aan het eind van de 19e eeuw tot bloei is gekomen door de goud- en zilvermijnen. In 1881 bereikte de spoorlijn uit Denver de stad en werd daarna in noordelijke richting doorgetrokken. De spoorlijn was destijds bedoeld om het goud en zilver aan te voeren. In de stad werden onder meer smelterijen gebouwd. Tegenwoordig moet de stad het vooral hebben van het toerisme en de wintersportactiviteiten.
Na 1½ uur wandelen krijgen we trek en lunchen we vrij uitgebreid in de "Diamond Belle" saloon van hotel "Strater". Het hotel ging in 1888 open en ademt nog de sfeer van die tijd. Er zijn veel houten lambriseringen en er staan antieke meubelen in. Ook de saloon ziet er uit alsof er sinds de jaren twintig van de vorige eeuw weinig aan de inrichting is veranderd. We worden bediend door schaars geklede serveersters, zoals destijds kennelijk gebruikelijk was. Er is live muziek van een zanger/gitarist die niet onverdienstelijk speelt en zingt. Het eten smaakt prima en het is, ondanks de entourage, niet duur.
We lopen via Main Street naar een punt waar we het pad langs de rivier weer kunnen oppikken en lopen terug naar het beginpunt. We komen nog langs een viskwekerij waarin honderden regenboogforellen te zien zijn. We doen wat boodschappen en rijden terug naar de camping.
Daar zien we drie stroomtreinen fluitend en bellend langs (of liever gezegd dwars door) de camping rijden. We kunnen daardoor van dichtbij foto's en video-opnamen maken.
We raken in gesprek met onze buurman die ook plaatjes staat te schieten. Als we vragen waar hij vandaan komt, zegt hij dat hij Amerikaan is. Hij en zijn vrouw hebben alleen formeel een vaste verblijfplaats in Texas, maar feitelijk hebben ze geen huis, maar wonen ze al 14 jaar in een camper waarmee ze de Verenigde Staten doortrekken. In het begin bleven ze een langere tijd op één camping en hielpen daar dan bijvoorbeeld een zomerkamp op poten te zetten, maar de laatste jaren gebeurt dat niet veel meer en zijn hij en zijn vrouw voornamelijk op elkaar aangewezen. Hij vertelt dat zo'n 5 miljoen Amerikanen op deze manier leven. Een levenswijze die we in Nederland volgens ons niet kennen.
Omdat we zo uitgebreid hebben geluncht, is de avondmaaltijd niet veel meer dan een toetje van yoghurt met meloen.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 1 oktober

Van Durango naar Pagosa Springs

 
Het archeologische gebied rond de "Chimney Rock" telt tientallen, deels gerestaureerde ruïnes uit de 11e eeuw. Toen woonden hier zo'n tweeduizend Anasazi-indianen. Men neemt aan dat de nederzetting voor religieuze doeleinden werd gebruikt. Vlakbij deze vindplaats torent de Chimney Rock boven het landschap uit. Deze bergtop, die inderdaad wel wat op een schoorsteen lijkt, is van verre te zien. We willen wel eens een kijkje nemen in dit gebied. Helaas: we zijn een dag te laat! Het monument kan met ingang van vandaag niet meer worden bezocht en de weg erheen is afgesloten, zoals je op de foto hiernaast kunt zien. Op 15 mei is het gebied weer toegankelijk. Het gaat ons te ver om zo lang te wachten. Dus wandelen we alleen een klein stukje en rijden we weer verder. Dit punt is tevens het meest zuidelijke deel van onze reis. We bevinden ons op ongeveer 37,2 ° noorderbreedte en dat is ongeveer dezelfde breedtegraad als Grenada in Zuid-Spanje. Het is dus niet zo gek dat het hier op 1 oktober nog 24 °C is.
De indianen kenden de heilzame en ontspannende werking van de "Pagosa Springs" al. Ze beschouwden ze als een geschenk van de Grote Geest en doopten ze "helend water". Met een gemiddelde temperatuur van 67 °C behoren ze tot de warmste minerale bronnen ter wereld. Ze worden momenteel gebruikt voor de verwarming van gebouwen en voor een aantal minerale warmwaterbaden in het stadje dat naar de bron is genoemd. En het lijkt ons wel wat om van zo'n bad gebruik te maken en daarom is "Pagosa Springs" ons einddoel voor vandaag. De afstand tussen deze stad en Durango, het vertrekpunt van vandaag, is niet groot zodat we er al vroeg kunnen zijn. We hebben op internet ontdekt dat er in de stad een motel annex termaalbad is dat ook een aantal camperplaatsen heeft. We komen er al kort na het middaguur aan. Er blijken maar vier plaatsen voor campers op de vrij eenvoudige camping te zijn, maar wij bemachtigen er nog een. Als campinggasten hoeven we niet voor de baden te betalen. Na de lunch gaan we er gauw in. Het is een redelijk eenvoudig complex, maar het buitenzwembad is vrij groot en het water is met een temperatuur van ca. 35 °C zeer aangenaam. We hebben het bad vrijwel voor ons alleen. Er zijn ook zogenaamde "hot pools" en aparte binnenbaden voor vrouwen en mannen, maar die zijn ons te heet.
Na het badderen lopen we het stadje in. Het centrum stelt niet al te veel voor; men moet het duidelijk hebben van de hotels en motels die soms heel aantrekkelijk langs de rivier liggen en waar men hier en daar zeer luxe baden heeft aangelegd. We vinden ook de "moeder"bron waar het hete water opborrelt en waar het stadje zijn bekendheid aan ontleent.
De rest van de dag lezen, drinken en eten we wat. En dat is ook een aangename manier om af en toe de tijd door te brengen. 's Avonds gaan we nog een keer het bad in en onder een stralende sterrenhemel met een vrijwel volle maan is het heerlijk toeven. Als we terug zijn in de camper, smaakt een glaasje wijn ook prima.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 2 oktober

Van Pagosa Springs naar Alamosa

 
We kunnen merken dat we ons op 2000 m boven de zeespiegel bevinden, want het mag dan overdag lekker warm zijn, toen we vanmorgen opstonden was het precies 0 °C. En dan is het op zijn zachtst gezegd nogal fris. Dus gauw de verwarming aan.
Wat doen we vandaag? We gaan naar Z..., nee niet naar Zandvoort, maar wel naar de duinen. En wat voor duinen. Zo kennen we ze in Nederland niet. Ons eindpunt voor vandaag is een camping in de buurt van de "Great Sand Dunes". Maar voordat we daar zijn, rijden we vanaf Pagosa Springs over een prachtige weg door de bergen. De hellingen zijn rijk begroeid met naald- en (verkleurende) loofbomen, dus het is weer een genot om het landschap aan ons voorbij te zien trekken. Langs de weg zijn parkeerplaatsen aangelegd waar we stoppen om van het uitzicht te genieten. De weg gaat over de Wolf Creek Pass van ruim 3300 m en dat is niet niks. Het is een zeer lange, maar niet al te steile klim en de weg is prima. Als we na het hoogste punt naar beneden gaan, wordt de weg smaller en voert hij door een mooi dal. Niet lang daarna wordt het minder bergachtig en loopt de weg over een hoogvlakte.
In het plaatsje Del Norte drinken we koffie in een uiterst ludiek cafeetje annex alternatieve winkel. We kunnen het niet laten er wat lekkers bij te nemen. Rob neemt een appel/perentaartje en Carla bestelt een bagel met gebakken ei en "pepperjack"-kaas. De gerechten worden ter plaatse bereid en alles is van natuurlijke grondstoffen gemaakt. Het smaakt allemaal heerlijk. We delen alles samen en eigenlijk hebben we op deze manier al gedeeltelijk geluncht.
De reis gaat verder over vooral kaarsrechte wegen. Het is nauwelijks voor te stellen dat de vlakte waar we rijden op een hoogte van ca. 2500 m boven de zeespiegel ligt.

Aan de rand van het stadje Alamosa vinden we een camping waar we al om 13:00 uur aankomen. Maar we willen vanmiddag dan ook nog naar het "Great Sand Dunes National Park". Dit park ligt op zo'n 45 km vanaf de camping, maar we zien de duinen al van verre. Het is zeer merkwaardig dat aan de rand van de hoogvlakte, tegen de bergrug, een enorme vracht zand ligt. Het zand waaide ooit uit de bergen die op een afstand ca. 100 km ten Zuidwesten van het park liggen. Het viel neer in het dal van de Rio Grande. Deze rivier droogde gedeeltelijk op waarna het zand verder naar het Noordoosten waaide en in een kromming van de bergrug neerdaalde. Op deze manier ontstonden de duinen die hier en daar meer dan 200 m hoog zijn en dat is vier keer zo hoog als het hoogste duin in Nederland bij Schoorl. De Great Sand Dunes worden wel de grootste zandbak genoemd en vormen een aantrekkelijk speelgebied, zeker in het voorjaar als er ook nog beken langs en door het duingebied lopen. Veel mensen vinden het een sport om naar de hoogste toppen te lopen en van de zandhellingen af te rennen, te glijden of te rollen. Ook wij, als rechtgeaarde Nederlanders en dus bekend met duinen, willen wel eens ervaren wat het betekent om deze zandhellingen te trotseren. Maar dat valt nog helemaal niet mee. Omdat we ons min of meer in een woestijngebied bevinden waar het bovendien al lang niet heeft geregend, is er van beekjes geen sprake en is het allemaal mul zand. Dat betekent dat het moeizaam lopen is. We laten ons echter niet kennen en beklimmen toch enige hellingen: twee stappen omhoog en weer één stap omlaag. Als we de stipjes van de mensen zien die in de verte de top bereiken, worden we al moe van de gedachte aan zo'n beklimming. En dat doen we dus maar niet. We laten ons wel lekker naar beneden glijden waarbij onze schoenen vol met zand lopen.
Al met al zien we weer een landschap dat we hier niet hadden verwacht en is het een bijzondere ervaring om een geheel andere wandeling te maken dan we in de Kennemerduinen gewend zijn.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 3 oktober

Van Alamosa naar Cañon City

 
De rit die we vandaag naar de volgende stop maken, is ruim 200 km lang. Van het vertrekpunt Alamosa gaat de weg eerst 75 km kaarsrecht over de brede en vlakke San Luis Valley naar het noorden. De weg gaat weliswaar door een dal, maar deze ligt op een hoogte van ca. 2500 m boven de zeespiegel. Er zit over een afstand van 2½ keer de Afsluitdijk werkelijk geen bocht in de weg. Of anders gezegd: je moet je voorstellen dat je tussen Haarlem en Den Helder over een weg zonder één bocht rijdt. We zouden het stuur vast kunnen zetten en de cruise control trouwens ook, ware het niet dat we op drie plaatsen de snelheid even terug moeten nemen omdat we een dorpje passeren. Na die 75 km is er zowaar een (flauwe) bocht in de weg waarna er weer een rechtstand volgt van ongeveer 10 km.
Hierna gaat de weg in bochten over een pas en daalt daarna om vervolgens de loop van de Arkansas rivier te volgen. En dat betekent dat er de volgende ruim 100 km praktisch geen recht stuk in de weg meer voorkomt. Dus moet Rob zijn armspieren weer gebruiken, evenals zijn rechtervoet om het gas- en rempedaal te bedienen. Zijn linkervoet blijft lui bij gebrek aan een koppelingspedaal. Maar de weg is prachtig. En we verbazen ons telkens weer hoe het landschap vaak abrupt verandert. We lunchen op een picknickplaats langs de rivier.
Voordat we een camping opzoeken, gaan we eerst naar de "Royal Gorge Bridge", een van de hoogste hangbruggen ter wereld. Hij overspant de 321 m diepe kloof van de Arkansas rivier. Langs deze rivier voert ook nog een spoorlijn. De brug werd in 1929 gebouwd en wordt tegenwoordig niet meer als wegverbinding gebruikt, maar alleen als toeristische attractie. En dat is te merken ook. Bij de brug is over dezelfde kloof een kabelbaan aangelegd. Verder is er uiteraard een bezoekerscentrum, een winkel, een restaurantje en er is een westerndorpje nagebouwd. Ook is er een tandradbaan die langs de steile granietrotsen naar de bodem van de kloof leidt. En als rechtgeaarde Nederlandse toeristen willen we waar voor ons geld en gebruiken we alle attracties. Maar de leukste daarvan is over de brug te lopen en voorzichtig over de leuning naar beneden te kijken. Als er dan ook nog een trein door de kloof rijdt, lijkt die net speelgoed.
Na de brug, de kabelbaan en de tandradbaan komen we bij met een ijsje. Nou ja, zeg maar IJS, want we nemen dan wel één bolletje, maar ze kennen hier alleen grote bollen en dus genoeg om het overschot te bewaren als toetje.
De camping ligt
in de buurt van het stadje Cañon City, niet ver van de brug en ligt een eindje van de hoofdweg af. Vanaf de camping kunnen we in de verte de brug zien en die ziet er bij ondergaande zon heel fraai uit.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 4 oktober

Van
Cañon City naar Colorado Springs

 
Als Carla na het ontwaken het vouwgordijn in de slaapruimte van de camper open schuift, zegt ze verbaasd: "Hé, het is helemaal bewolkt!" En dat is inderdaad heel ongewoon. Het is misschien twee keer eerder tijdens onze reis voorgekomen. En het is koud ook. We gaan merken dat het ook hier herfst wordt, hoewel we gisteren nog in ons T-shirt rondliepen bij een temperatuur van ongeveer 26 °C. En dat is waaraan we hier de afgelopen weken gewend waren. Maar vandaag wordt het maar net 14 °C. Wel wordt het aardig zonnig. Het lijkt erop dat we de laatste dagen van ons verblijf in de Verenigde Staten alvast kunnen wennen aan de weersomstandigheden in Nederland.
Vandaag maken we een niet al te lange trip en we hebben dan ook niet veel haast om te vertrekken. We stoppen al gauw in het stadje Cañon City waar we in een leuk klein restaurantje met enthousiaste bediening onze gebruikelijke koffie bestellen, met (alweer) wat lekkers erbij. De serveerster verontschuldigt zich dat het espresso-apparaat niet helemaal doet wat zij wil en we krijgen dan ook grote mokken met koffie. Maar het smaakt goed.
Nadat we het stadje hebben verlaten, rijden we naar het noorden door het lage berggebied aan de oostkant van de Rocky Mountains. Verder naar het oosten zien we de eindeloze vlakke prairies liggen. 
Enige kilometers ten zuiden van Colorado Springs rijden we het "Cheyenne Mountain State Park" in. Dit park ligt wat hoger in de bergen en biedt mooie uitzichten op de in de laagte gelegen stad. In het park ligt ook een camping waar we even rondkijken om een leuk plaatsje voor de nacht uit te zoeken.
We rijden het park weer uit om de "Seven Falls" te bezoeken. Het is een ca. 55 m hoger waterval die in zeven delen naar beneden komt. Elk deel heeft een eigen naam gekregen. Je kunt langs de waterval met een trap naar boven klimmen of met een lift omhoog gaan. Gelet op onze vergevorderde leeftijd, kiezen we voor de laatstgenoemde mogelijkheid. Wij dachten dat de lift naar de top van de waterval zou gaan, maar als we boven komen, blijkt dat niet het geval te zijn. Hij gaat tot ongeveer 2/3 van de hoogte van de waterval, waar we er wel een mooi uitzicht op hebben. Als we weer beneden komen, bekijken we de trap en zien dat hij uit 224 treden bestaat. Na enige aarzeling wagen we het er toch op naar boven te klimmen. En we halen het!
Na deze attractie rijden we naar "downtown" Colorado Springs. Het is, op Denver na, de grootste stad van de staat. Maar toch valt de binnenstad een beetje tegen en daarom rijden we terug naar de camping.
Carla gaat met haar fotocamera op stap om nog wat flora en fauna te schieten. Het worden mooie foto's van vogels en bloemen. Opeens staat ze oog in oog met twee herten die op ongeveer vijf meter afstand van haar, midden op de camping, staan te eten. Wie er meer schrikt, Carla of de herten, is niet te achterhalen, maar ze ziet toch nog kans enige plaatjes van de dieren te schieten.
Als het helemaal donker is, lopen we een klein stukje de camping op om te genieten van het uitzicht op Colorado Springs met zijn vele lichtjes. Als het wat minder koud was geweest, hadden we er lang naar kunnen kijken, maar na wat foto's te hebben genomen, kruipen we in dit geval toch maar snel de verwarmde camper in. Onze E-readers maken vervolgens weer overuren.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 5 oktober

Van Colorado Springs naar Denver

 
Het was weer koud vannacht met een temperatuur rond het vriespunt. We worden al vroeg wakker, maar voordat we uit bed gaan, doen we eerst de verwarming aan. Na het ontbijt maken we een frisse ochtendwandeling over de camping. Het is vrij zonnig. Er zijn verschillende routes uitgestippeld, maar 1½ km vinden we wel genoeg. Net als Carla gisteren, zien we ook nu vlakbij twee herten staan die ons goed in de gaten houden en uiteindelijk weglopen.
De bewolking neemt steeds meer toe als we eerst naar het historische centrum van Colorado Springs rijden. Dit centrum ligt, merkwaardig genoeg, een flink eind bij het tegenwoordige centrum vandaan. Maar dit stadsdeel is veel leuker dan het gedeelte waar we gisteren doorheen reden. We zijn er al om 9:30 uur en veel winkels zijn nog gesloten. We duiken een café in om koffie te drinken. Maar omdat we zo vroeg hebben ontbeten, nemen we er nu ook nog een klein ontbijtje bij. Tegen 10 uur ontbijten is hier overigens heel gebruikelijk. De zaak zit aardig vol. Als we hierna weer door de hoofdstraat lopen, zijn de meeste winkeltjes open.
Net buiten de stad wacht ons aan de voet van de bergen nog een attractie, namelijk het natuurpark "Garden of the Gods". Eerst gaan we naar het bezoekerscentrum waar we een film bekijken waarin wordt uitgelegd hoe het landschap is ontstaan. Het park bestaat uit een verzameling vrijwel rechtop staande roestrode en witte rotsen. Deze monolieten zijn ontstaan doordat de aanvankelijk horizontaal liggende aardlagen door bewegingen van de aardkorst in de loop van miljoenen jaren verticaal zijn komen te staan. Daarna zijn verschillende delen geërodeerd en zodoende is het huidige landschap ontstaan. Het ziet er allemaal bijzonder uit. Rond de belangrijkste rotsen is een eenrichtingsweg aangelegd, maar er zijn ook genoeg mogelijkheden om de zaak lopend te bewonderen. We picknicken in de camper omdat het buiten te koud is.
Ons doel voor vandaag is Denver dat we voornamelijk via een snelweg bereiken. De camping waarop we gaan staan, stelt niet veel voor. Maar vlakbij stopt de bus naar het centrum van de stad en hij ligt dichtbij het camper verhuurbedrijf. En omdat we de camper maandagochtend vrij vroeg moeten terugbrengen, is deze camping wel praktisch.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 6 oktober

Het is grijs en koud als we opstaan, maar toch doen we vandaag een dagje Denver. De stad is sinds 1980 sterk gegroeid dankzij de "boom" in de energie- en hightechsector. De stad kreeg een voetgangerszone (zie ook hierna) en de hoogste wolkenkrabbers uit de wijde omtrek. We doen onze fleece- en regenjacks en dikke sokken aan en dan moet het toch wel lukken deze stad te bezoeken, ondanks dat de temperatuur ook overdag slechts enkele graden boven het vriespunt komt. 
De bus naar het centrum stopt vlakbij de ingang van de camping en kost Carla $ 2,25 en Rob (65+) slechts $ 1,10. En dat is niet veel voor een afstand van ongeveer 20 km. We doen er een half uur over. Helaas gaat de busrit niet bepaald over een leuke weg van de voorstad naar het centrum, dus het uitzicht uit de bus is niet zo interessant. Maar de verwarming maakt het wel aangenaam.
Als we om 11:30 uur midden in het centrum uitstappen, duiken we de eerste de beste Starbucks in voor onze ochtendkoffie. Daarna halen we bij een kiosk een plattegrond van de binnenstad en enige informatie over ons bezoek. Helaas is er tijdens het weekeinde veel gesloten. Eerst slenteren we door het 1½ km lange voetgangersgebied van de 16th street. Dit gedeelte is geheel autovrij. Er rijdt alleen een gratis bus heen en weer die op elke straathoek stopt. Maar wij kiezen ervoor om te gaan lopen en wat winkels te bekijken. Het valt op dat de gebouwen langs de straat zeer afwisselend zijn: historische en zeer moderne. En toch past het goed bij elkaar. In een zeer grote boekwinkel kopen we Engelstalige boekjes voor onze kleinkinderen. We eten een lekker broodje in een gezellig druk eetcafé. We lopen verder en het begint zelfs een klein beetje te sneeuwen. Zodoende hebben we eigenlijk ook nog een kleine wintersportvakantie. We wilden graag het capitool bezoeken, maar dat is ook dicht. Wel kunnen we via trappen op het bordes komen waar een plaquette aangeeft dat we ons hier precies een mijl boven de zeespiegel bevinden. Daarna gaan we naar het Denver Art Museum dat wel open is, evenals verschillende andere musea. Bovendien is de toegang gratis op deze eerste zaterdag van de maand. Het kunstmuseum bestaat uit verschillende gebouwen van bijzondere architectuur. Er is een zeer uitgebreide collectie van allerlei soorten kunst. Klassieke schilderkunst uit Europa (waaronder enkele Nederlandse), maar ook zeer moderne grafische objecten en beeldhouwwerken. We lopen er enige uren rond. Daarna gaan we weer terug naar het voetgangersgebied waar we besluiten naar de bioscoop te gaan! We zien de film "Taken 2" die bijzonder spannend is. Ook zonder ondertiteling kunnen we de film aardig volgen. In een druk restaurant gebruiken we de avondmaaltijd waarna we de bus weer terug nemen naar de camping. Als we daar om 21:30 uur aankomen, is het in de camper maar 2 °C. Dus snel de verwarming aan voordat we naar bed gaan.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 7 oktober

Onze verbazing is groot als we uit het raam van het slaapvertrek kijken. Na de zwaar bewolkte dag van gisteren, is het nu geheel onbewolkt, maar wel koud. De slang waarmee de waterleiding van de camping is verbonden met de camper, is bevroren en dat betekent dat we het water uit onze voorraadtank moeten pompen. En die pomp werkt gelukkig wel ondanks de vorst van de afgelopen nacht. De verwarming doet ook zijn best weer en na een tijdje begint het ijs op de camper te smelten en druipt het water van het dak af.
We besluiten naar het "Downtown Aquarium" te gaan. We rijden er met de camper heen. Het is een complex waar zo'n 850 verschillende soorten vissen, schildpadden, slangen, zeesterren, otters en zelf enige tijgers te zien zijn. Het is groots opgezet en we wandelen langs tal van waterbassins waar de meest vreemde vissen rondzwemmen. Ook voor kinderen is het leuk ingericht. Op een zeker moment zien we zelfs zeemeerminnen tussen de vissen zwemmen en de kinderen kijken hun ogen uit. Ook is het voor het publiek mogelijk om tussen de vissen, waaronder haaien, te spartelen. Er zijn zeesterren en roggen bij die men voorzichtig mag aanraken om te ervaren hoe hun huid voelt. Er is een deel dat is ingericht als woestijn waar men onder meer laat zien wat er gebeurt als daar een hevig onweer los barst zoals in het zuiden van de Verenigde Staten kennelijk af en toe plaatsvindt. Het is allemaal indrukwekkend om te zien.
Na deze nattigheid gaan we nogmaals het centrum van Denver in. We zijn er nu toch op loopafstand en het weer is prachtig. Niet erg warm maar met 14 °C is het in het zonnetje prima uit te houden. Opnieuw lopen we het hele voetgangersgebied door, maar terug naar de camper gaan we met de gratis bus.
Op de camping wordt het zo langzamerhand tijd om te gaan opruimen en wat schoon te maken. Gelukkig hoeft er niet al te veel te gebeuren, dus het valt allemaal wel mee. We pakken de koffers grotendeels in en kijken wat onze vluchtgegevens zijn.
We maken nog een wandeling door het park dat aan de camping grenst. We kunnen er niet rechtstreeks vanaf de camping op, maar moeten een klein stukje omlopen. En dan verrast het ons dat er vlakbij een niet al te fraaie omgeving met allerlei bedrijfjes, zo'n mooi park ligt. Met wandel- en fietspaden langs een riviertje. Ook liggen er enige meertjes met riet en bomen erlangs. Terug in de camper eten we de laatste diepvries maaltijd op. Dan is het weer tijd om wat te gaan lezen, een kopje koffie en thee te drinken en zo komen we de laatste avond in de camper wel weer door.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 8 oktober

Na alweer een koude nacht, staan we om 7:30 uur op om in te pakken, de beide vuilwatertanks te legen, de propaangastank te vullen, benzine te tanken en de camper terug te brengen. Nadat we alles hebben afgehandeld, worden we om 10:45 uur met een shuttlebus opgehaald die ons in 45 minuten naar het vliegveld van Denver brengt dat in 1995 is gebouwd op de prairie buiten de stad. We raken in gesprek met onze chauffeur. Hij vertelt dat het shuttlebedrijf een eenmanszaak is waarvan hij de baas is. Om voldoende te verdienen moet hij 365 dagen per jaar werken. Hij is al vele jaren nauwelijks met vakantie geweest. Hij is verbaasd dat het in Nederland de gewoonste zaak van de wereld is om vijf weken per jaar vakantie te hebben. Zo zie je maar weer dat het land van de onbegrensde mogelijkheden ook zijn nadelen heeft.
Het vliegveld is een modern complex. Daar komen we ruim op tijd aan, dus hebben we nog tijd om eerst ons meegebrachte boterhammetje en later nog (omdat we zo vroeg op waren) een pizzapunt te eten. We vliegen eerst naar Chicago. Het vliegtuig vertrekt precies op tijd. Het is een rustige vlucht van ongeveer 2½ uur. We vliegen niet hoog en dankzij het heldere weer, zien we het landschap duidelijk aan ons voorbij trekken. Vooral de cirkelvormige delen die vermoedelijk het gevolg zijn van de besproeingsmethode, vallen op. In Chicago hebben we 50 minuten om over te stappen op een ander vliegtuig dat ons naar Nederland brengt. Het is een druk vliegveld en we moeten een aardig eind lopen naar de volgende gate, dus dat is een beetje haasten. Maar we halen het en we vertrekken alweer op tijd. Als we opstijgen, gaat de zon net onder en de straatverlichting geeft een goede indruk van het rechthoekige stratenpatroon van de stad.
Tijdens de vlucht hebben we behoorlijk last van turbulentie. Dat is vrijwel het hele stuk tussen Canada en Ierland het geval, zo lang we de Atlantische Oceaan oversteken. Van slapen komt dan ook vrijwel niets. 
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 9 oktober

We landen al om 9:00 uur op de Kaagbaan van Schiphol en dat is een half uur eerder dan gepland. We taxiën vlot naar de gate. Het uitstappen gaat snel en na een sanitaire stop pikken we de koffers als een van de eerste passagiers van de band. We hebben nog net tijd om als ontbijt een heerlijk Italiaans broodje te kopen en op te eten voordat de bestelde taxi arriveert. Deze brengt ons met wat snelheidsovertredingen in een hoog tempo naar huis waar we al om 10:15 uur aankomen. Er verstrijkt dus maar vijf kwartier tussen de "touchdown" op Schiphol en het openen van de buitendeur in de Roskamstraat.
Al snel begint de jetlag ons parten te spelen. We worden alleen al moe bij het zien van de grote stapel post die onze vriend Peter zeven weken zo keurig heeft gesorteerd. Die vermoeidheid is het gevolg van het zo'n twintig uur in touw zijn zonder echt te slapen. En voor ons gevoel komen we midden in de nacht in Nederland aan. Dat wordt deze week weer wennen aan een ander bioritme.
 

Enige tips voor een (camper)reis naar de Verenigde Staten

Je kunt een camper in de Verenigde Staten besturen met een Nederlands personenautorijbewijs, ondanks de afmetingen van de camper. Het zijn in feite (kleine) vrachtauto’s. Het rijden ermee is even wennen, maar went snel, mede dankzij de brede wegen, de automatische versnellingsbak en de cruise-control waarmee de campers meestal zijn uitgerust (even goed in het instructieboekje opzoeken hoe dit werkt).

Op snelwegen maakt het weinig uit op welke rijstrook je rijdt. Je mag links en rechts inhalen en dat doet men veelvuldig, wat voor ons even wennen is.
Een andere vreemde verkeersregel is dat je vaak rechtsaf door rood licht mag rijden als je het andere verkeer niet hindert.
Verder zijn er veel kruisingen waarbij men komende van alle vier de richtingen verplicht moet stoppen. De eerste die bij het kruispunt aankomt, mag ook als eerste oprijden.

Een navigatiesysteem is nuttig omdat de bewegwijzering in de Verenigde Staten voor onze begrippen vrij eenvoudig is. De borden verschijnen nogal eens op het laatste moment en er staan maar weinig plaatsnamen op. Vaak staan niet de steden aangegeven, maar alleen de wegnummers en de namen van de zijstraten. Vooral in en rond de grote steden is een navigatiesysteem erg nuttig. In het buitengebied kun je bijna niet verkeerd rijden.

Ga zo snel mogelijk op zoek naar een (grote) supermarkt voor de eerste inkopen. De verhuurder van de camper kan in de regel de weg erheen wijzen. Supermarkten vind je op veel plaatsen. Wal-Mart is relatief goedkoop en verkoopt naast de dagelijkse boodschappen, ook allerlei gereedschap, elektronica, e.d. Kijk in de keuken van de camper wat er allemaal nog ontbreekt. Denk bijv. aan afwasmiddel, afwasborstel, vaatdoekjes, waslijn, knijpers, kurkentrekker, gasaansteker, keukenrol, toiletpapier, plastic (magnetron)folie, plastic zakjes, voorraaddozen, (plastic) wijnglazen, een vliegenmepper, enz., enz.

Bij veel supermarkten kun je bij de informatiebalie een gratis klantenkaart krijgen waarmee veel artikelen met korting kunnen worden gekocht.
Het prijspeil lag in 2012 hoger dan in Nederland. Houd er rekening mee dat in alle winkels de artikelen zijn geprijsd exclusief lokale belasting.

Alcoholische drank (ook bier) kun je niet overal in een supermarkt kopen, maar is in sommige staten (zoals Utah) alleen in slijterijen (liquor stores) te koop en is duurder dan in Nederland.

Koop een hoeslaken voor het bed. Die verschuiven wat minder op het matras.

Een creditkaart is bijna onmisbaar. Je kunt er op heel veel plaatsen mee betalen en vaak wordt hij ook gebruikt als borg. Bij de verhuurder van de camper wordt vaak meteen een fiks bedrag aan borg afgeschreven of gereserveerd. Aan het eind van de rit of kort na de vakantie wordt dat verrekend, eventueel onder verrekening van schade, extra gereden kilometers, maar ook eventuele aanschafkosten die men vergoedde.

Denk erom dat je bij sommige tankstations van tevoren moet betalen, dus voordat je kunt tanken. Dat doet men om misbruik te voorkomen. Als je voor minder tankt dan je hebt betaald, krijg je dat uiteraard terug.
De campers rijden in de regel op benzine. Deze brandstof kostte in 2012 ca. $3,90 per gallon, dat is ongeveer $0,80 per liter. Er zijn wel behoorlijke prijsverschillen tussen de verschillende stations. Vooral op afgelegen plaatsen is het duurder. De campers rijden ongeveer 1 liter op 4 kilometer.

Als je een laptop, tablet of iets dergelijks meeneemt met draadloos internet, kun je op veel campings gratis internetten. Gratis hotspots zijn er ook bij en in (de directe nabijheid van) de vestigingen van McDonald's, Starbucks en supermarkten.

Ons is niet duidelijk of het water uit de kraan overal geschikt om te drinken. Je kunt uiteraard flessenwater kopen, maar een goedkoop alternatief is het water dat je bij veel supermarkten uit een speciale installatie voor $ 0,25 per gallon kunt tappen in een tankje dat je eenmalig in de winkel kunt kopen.

Neem niet te veel kleding mee. Kleding is in de VS relatief goedkoop. Een spijkerbroek van een bekend merk voor $20,00 was in 2012 geen uitzondering.

Campings met voorzieningen zijn aardig duur. Wij betaalden in 2012 voor twee personen + camper tussen $25,00 en $50,00 per nacht, afhankelijk van de voorzieningen. Op deze campings zijn de camperplaatsen meestal voorzien van aansluitingen voor elektriciteit, drinkwater afvoer van afvalwater en (soms) kabeltelevisie. De campings in natuurgebieden en nationale parken zijn het mooist en goedkoopst (vanaf $10,00), maar hebben vaak weinig voorzieningen: geen elektriciteit, soms alleen een toilet zonder waterspoeling, wel meestal een tappunt voor water en een dumpplaats voor het afvalwater van de camper.

Een handige manier om met het thuisfront te telefoneren is via Skype. Je moet dan wel een laptop, tablet of iets dergelijks en een redelijk goede internetverbinding hebben. De kosten zijn zeer laag.

Neem enige oude hand- en theedoeken mee. Deze kun je aan het eind gebruiken om de camper schoon te maken en dan weggooien.

De spanning van de elektriciteit is in de VS 110V en de aansluitingen zijn anders. Veel apparaten die in Nederland in gebruik zijn, zoals oplaadapparaten voor camera's, laptops, MP3-speler, e.d., werken ook op dat voltage, maar bijvoorbeeld een föhn waarschijnlijk niet. Kijk op het apparaat voor welk voltage hij geschikt is. Neem in ieder geval een wereldstekker mee. Ook een omvormer die de 12V gelijkstroom van de sigarettenaansteker in de camper omvormt naar 220V wisselstroom kan gemakkelijk zijn. Let er op dat het apparaat voldoende vermogen levert.

Onderweg in de VS zul je ongetwijfeld door nationale parken komen. Overweeg hiervoor een jaarpas te kopen die voor alle parken geldig is, in plaats van losse passen per park. Een jaarpas is al voordeliger bij een bezoek aan tenminste vier parken. De passen zijn bij de parken zelf te koop voor $80,00 (prijspeil 2012) voor een camper met inzittenden. De pas moet je ondertekenen. Er is plaats voor twee handtekeningen. Laat er een open en je kunt de kaart na je vakantie aan een ander geven.

Bedenk dat in de VS "doggy bags", om overblijvend eten in restaurants mee naar huis te nemen, heel normaal zijn.

Scan je reisbescheiden, vouchers, paspoorten, bankpasjes, creditcards, verzekeringsbewijzen, e.d. en e-mail ze als bijlage naar je eigen adres dat je ook via internet kunt raadplegen (bijv. hotmail of gmail). Als je de papieren onverhoopt verliest, kun je ze via internet altijd nog raadplegen en afdrukken.

 

Terug naar de routekaart     Terug naar de website