Terug naar de website

 
We maken tussen 7 mei en 19 juni 2010 een rondreis door het Zuidwesten van de Verenigde Staten. De reis gaat voornamelijk door de staten Californië, Nevada, Utah, Colorado en Arizona en (onbedoeld) een klein stukje New Mexico.
Met deze impressie hopen we je een klein beetje van de sfeer te laten proeven.
 
Op de kaart hierboven staat de 6991 km lange route aangegeven die we hebben gereden en de overnachtingplaatsen in de volgorde zoals we ze hebben aangedaan.
Hieronder zijn deze overnachtingplaatsen nader omschreven.

1. Hotel Bijou, San Francisco
2. Santa Cruz Ranch RV park, Scotts Valley
3. Fernwood campground, Big Sur
4. San Simeon Creek campground, San Simeon
5. Lake Isabella KOA, Weldon
6. Furnace Creek campground, Furnace Creek (Death Valley)
7. Pahrump Station RV park, Pahrump
8. Circus Circus KOA, Las Vegas
9. Robbin's nest, Overton
10. Zion Canyon campground, Springdale
11. Ruby's Inn RV park and campground, Bryce Canyon City
12. Thousand Lakes RV park, Torrey
13. Fruita camping, Capitol Reef National Park
14. Moab KOA campground, Moab
15. Dolores River RV park and campground, Dolores
16. Cottonwood RV park, Bluff
17. Goulding's RV park, Goulding (Monument Valley)
18. Desert View, Grand Canyon
19. Woody Mountain campground, Flagstaff
20. Kingman KOA, Kingman
21. Twentynine Palms resort, Twentynine Palms
22. Bonita Ranch RV campground, Lytle Creek
23. Leo Carillo State Park, bij Malibu
24. Cachuma Lake Recreation Area, bij Santa Barbara
25. Wine County RV resort, Paso Robles
26. Sequoia RV ranch, Three Rivers
27. Lodgepole campground, Sequoia National Park
28. Yosemite South KOA, Coarsegold
29. Yosemite Lakes preserve, Groveland
30. Stockton Delta KOA, Lodi
 

Klik in bovenstaande kaart op een overnachtingplaats en je gaat direct naar de tekst van de dag waarop we naar deze plaats reizen.

Verder kun je in onderstaand "dagboek" op de foto's klikken om grotere exemplaren te zien. Sluit die grotere foto vervolgens om weer terug te keren naar het verslag.

Aan het eind van het verslag staan ook enige tips die handig kunnen zijn bij de voorbereiding van de reis en tijdens het verblijf.

 

Vrijdag 7 mei

De taxichauffeur die ons naar Schiphol brengt, staat vijf minuten te vroeg voor de deur en lijkt gedurende de rit wel te oefenen voor de grand-prix. Precies 17 minuten doet hij erover van de Roskamstraat naar Schiphol-Plaza. En als je dan bedenkt, dat we ook nogal wat reservetijd in ons tijdschema hadden verwerkt, kun je begrijpen dat we veel te vroeg op de luchthaven aankomen.
Ingecheckt hadden we al via internet, dus we hoeven alleen nog de koffers af te geven. In ieder geval hebben we alle tijd voor een kop koffie (wel twee, en een broodje).
Omdat sommige delen van het luchtruim zijn gesloten als gevolg van de aswolk uit
de vulkaan onder de IJslandse gletsjer Eyjafjallajökull, vertrekken we -in de regen- met ongeveer een half uur vertraging. En door die vulkaanuitbarsting kunnen we niet de normale route volgen (zie de rode lijn op het kaartje hieronder), maar moeten we een stuk omvliegen (gele lijn).

De vlucht verloopt uiterst rustig en we genieten van het uitzicht op Groenland. Elf uur en drie speelfilms later zet de piloot de landing in, die hij echter moet afbreken omdat er een vliegtuig op de baan staat dat niet snel genoeg opstijgt. Al met al hebben we een uur vertraging.
Vervolgens moeten we aardig wat geduld oefenen om door de luchthavenbeveiliging te komen. We hebben vaker mensen met een slechte bui ontmoet, maar de dame die ons "hielp", slaat alles. Met een ijzige blik beoordeelt ze de vele ingevulde documenten en de paspoorten, stelt ons snauwerig allerlei vragen, neemt onze vingerafdrukken en maakt een foto van ons gezicht. Enfin, een uur later stappen we dan toch in de shuttle die ons naar het hotel zal brengen. Omdat er nog meer klanten in het busje plaatsnemen, wordt het gelijk onze eerste sightseeing tour door San Francisco.
In het hotel worden we allervriendelijkst ontvangen en betrekken we een aardige kamer met twee tweepersoonsbedden. Het hotel ligt aan de rand van de binnenstad, het is prachtig weer en daarom lopen we al snel op Union Square en zien we de beroemde "Cable Car" rijden. Een pizzapunt om 3:00 uur 's nachts (Nederlandse tijd weliswaar) gaat er best in, waarna we het hotel weer opzoeken. Na deze lange dag zijn we toch een beetje gaar en liggen we nog wat te lezen in onze brede bedden.

 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 8 mei

Een stadswandeling gaat altijd behoorlijk in de benen zitten, maar San Francisco is het zeker waard en vooral met het prachtige weer waarvan we vandaag genieten. We kopen kaartjes die geldig zijn voor alle bussen, trams en metro's, maar de stad is zo leuk dat we voorlopig te voet gaan. "Chinatown" is vooral een bezienswaardig stadsdeel door de vele winkel(tje)s met allerlei oosterse snuisterijen en de (althans voor ons) vreemde etenswaren en kruiden. Ook eettentjes zijn in grote aantallen aanwezig. We vragen ons af hoe het mogelijk is dat ze allemaal genoeg klanten krijgen. Ook de wijk "Little Italy" is leuk. Als je hier toch in de buurt bent, moet je koffie gaan drinken in café Puccini op Columbus Avenue. Heerlijke espresso en cappuccino.
"Fisherman's Warf" is een toeristische trekpleister van jewelste aan de noordkant van de stad met vele pieren waaraan vroeger vrachtschepen aanmeerden en die nu veelal zijn bebouwd met winkels en restaurants. Overal klinkt live muziek en het is er uitermate gezellig. In een klein museum op een van de pieren staan oude mechanische speelapparaten, waaraan we kunnen zien dat het vele uren moet hebben gekost om ze te fabriceren.
De Golden Gate Bridge moet uiteraard ook op de foto en daarom lopen we nog een flink eind verder om hem goed in de zoeker te krijgen. Onderweg krijgen we trek en komen we toevallig terecht op een bijeenkomst waar aandacht wordt gevraagd voor ziekten aan de hersenen. We eten er enige broodjes en drinken wat, waar we tot onze verbazing niets voor hoeven te betalen. Alles is gesponsord. Het kost nog enige moeite om een donatie te doen voor het goede doel. Desgevraagd legt een vriendelijke dame ons uit waar de bijeenkomst voor is. Ze vertelt en passant haar halve levensverhaal en wil van ons ook van alles weten.
Terug naar Fisherman's Warf nemen we toch maar een (trolley)bus. Bij Pier 39 liggen tientallen zeehonden te zonnen en te bekvechten. Bij het eindpunt van de Cable Car waarmee we terug willen naar de binnenstad staat een rij wachtende mensen van enige tientallen meters. Maar daarom kunnen we wel uitstekend het keren van het trammetje bekijken. De wagons worden met een ondergrondse kabel voort getrokken en moeten bij het eindpunt met mankracht worden omgedraaid. Als we tenslotte mee kunnen, hobbelen we met veel belgerinkel door de af en toe zeer steile straten naar het andere eindpunt.
Na een korte rustpauze in het hotel, eten we in een heel leuk restaurant een heerlijke zalmmoot. Twee Chinezen uit Hong Kong die vlakbij ons zitten te eten, beginnen een praatje. Ze vertellen wat over hun land en hun vakantie in Californië. Als ze vertrekken krijgen we uitgebreid een hand en wensen ze ons veel geluk en een fijne vakantie. En wij maar denken dat Chinezen zo gesloten zijn.
Tijdens de avondwandeling naar ons hotel valt op dat er in deze stad heel veel zwervers ronddolen. Sommigen zitten alleen maar op de grond met een beker in hun hand om geld te bedelen, anderen kijken de vuilnisbakken na op zoek naar blikjes en plastic flessen voor een beetje statiegeld. Maar een enkeling maakt er werk van. Zo valt ons een man op die een bijzonder fraaie drumsolo geeft op emmers, blikken en pannen, maar hij gebruikt er zelfs de lichtmasten, vuilnisbakken en verkeersborden voor: schitterend. We blijven even kijken, maar dan lokt onze hotelkamer weer.  

 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 9 mei

Opnieuw kijken we onze ogen vandaag uit. Allereerst naar het weer. De voorspelling was namelijk regen en als we opstaan, zijn de straten dan ook nat. Maar voordat we op pad gaan, schijnt de zon weer en dat blijft de hele dag zo. Het is wel wat fris en half bewolkt.
Het is vandaag Moederdag en dat merken we. Men wenst ons vaak een "happy mother's day" toe en Carla krijgt zelfs een roos van een stel jongens die deze bloem aan alle vrouwen uitdelen.
De bus brengt ons weer naar "Little Italy" waar we in café Trieste (Grant Avenue, hoek Vallejo) een espresso en cappuccino drinken die zo mogelijk nog lekkerder is dan gisteren.
De volgende busstop is de "Coit Tower" op "Telegraph Hill". Deze heuvel diende vroeger als baken voor de zeelieden die de haven van San Francisco binnen voeren. De toren is later opgericht ter ere van de brandweerlieden. Bovenin is het uitzicht op de stad geweldig.
De wandeling door Lombard Street naar een gedeelte met zeer korte haarspeldbochten is soms behoorlijk vermoeiend door de zeer steile hellingen.
De Cable Car brengt ons weer terug naar Union Square waar een band optreedt. Dansende en luisterende mensen, het is allemaal zeer ontspannend. "If you're going to San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair", zongen we in het "flowerpower" tijdperk in de jaren zeventig van de vorige eeuw en die sfeer heerst hier nu weer (of is het nog steeds?).
Een andere sfeer, maar zeker niet onvriendelijker, is merkbaar op het "How Weird Festival". Het gedreun van housemuziek (of variant daarvan) komt ons al van ver aangewaaid. En weer staan we met grote ogen te kijken wat er allemaal gebeurt. Keiharde muziek waarbij de immens zware en harde bassen onze ingewanden doen trillen. Maar wat vooral opvalt, zijn de op allerlei manieren uitgedoste bezoekers. Men danst en flaneert in de meest vreemde kledij (en soms erg weinig). Er is van alles te koop: kleding, maskers, sieraden, eten en drinken. De geur van geroosterd vlees mengt zich geregeld met die van marihuana. We beseffen dat onze leeftijd ver boven de gemiddelde is.
Na een korte rustpauze in ons hotel, gaan we in Chinatown eten. De maaltijd van Carla (geroosterde eend) is nog wel te herkennen, maar Rob weet alleen maar dat hij verschillende soorten vis eet, maar welke, dat blijft onduidelijk. Het smaakt echter heerlijk.

 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 10 mei

Het zwaar bewolkte weer doet ons besluiten vandaag enige musea te bezoeken, maar eerst rijden we met de metro naar het "Golden Gate Park" en wandelen we door een mooie botanische tuin. De bus brengt ons vervolgens naar het "Presidio" in het uiterste noordwesten van San Francisco. We stappen uit en krijgen een flinke hoosbui op ons hoofd. We zijn behoorlijk nat als we bij het Disney museum aankomen dat in dit park ligt. Een modern opgezet museum ter nagedachtenis van de beroemde geestelijke vader van Mickey Mouse, Donald Duck en vele anderen. De hele geschiedenis van Walt, zijn familie en zijn bedrijf passeert de revue. Zeer informatief en misschien zelfs wel een beetje te veel van het goede.
Na de lunch in het museumcafé is het droog en de zon gaat weer schijnen. Met de bus gaan we weer "downtown" naar het Cable Car museum. Hierin zien we de geschiedenis van deze bijzondere vorm van openbaar vervoer. De trammetjes hebben geen eigen motor, maar worden voortgetrokken door een vele kilometers lange kabel. Het gebouw van het museum biedt ook onderdak aan de installatie die de kabel laat bewegen.
We gebruiken ons avondmaal in een restaurant dat geheel in de stijl van de jaren vijftig is ingericht. Ook de muziek die er te beluisteren is en die we overigens zelf kunnen kiezen, is van jaren her. Omdat de hemel weer vrijwel onbewolkt is, besluiten we met de metro naar de oceaan te rijden om van de zonsondergang te genieten. De rit duurt echter zo lang dat we alleen nog maar een rode gloed aan de horizon zien. 

 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 11 mei

van San Francisco naar Scotts Valley

 
Het shuttlebusje dat ons van het hotel naar de locatie van het verhuurbedrijf van de camper in Oakland brengt, staat 20 minuten voor de afgesproken tijd voor de deur. Maar we zitten in de lobby al een boek te lezen. De chauffeur is in een uiterst vrolijke bui en vertelt ons onderweg het een en ander over de omgeving. Vanaf de Bay Bridge die de verbinding vormt tussen San Francisco en Oakland hebben we een prachtig uitzicht over de stad waar we ruim drie dagen hebben genoten.
Omdat de camper nog niet helemaal is gereinigd,  duurt het even voordat we hem kunnen inrichten, maar tegen 12:00 uur kunnen we vertrekken. Het is weer even wennen om deze 7,50 m lange, 2,50 m brede, 3,80 m hoge en meer dan 5 ton zware vrachtwagen te besturen, maar al snel is het weer vrij gewoon. De eerste stop is de Walmart waar we inkopen doen. 1½ uur later en vele dollars armer gaan we verder op weg. Het eerste deel van de rit voert over een snelweg door stedelijk gebied. Het is behoorlijk druk en niet erg interessant. Na San José wordt de weg smaller en de omgeving fraaier.
De eerste overnachting vindt plaats  in Scotts Valley, even ten noorden van Santa Cruz. Omdat we een deel van onze boodschappen niet meer kunnen vinden, lopen we naar de plaatselijke supermarkt om nog wat kruidenierswaren te kopen, maar terug op de camping vinden we de verloren gewaande spullen toch terug. Nu hebben we in ieder geval jam en thee genoeg voor de komende weken.
Alles moet weer een plek in de camper krijgen, maar ook dat verloopt vlot, zodat we nog tijd genoeg hebben om aan het einde van deze zonovergoten dag wat te lezen en dit dagboek bij te houden.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 12 mei

van Scotts Valley naar Big Sur

 
De dag begint weer zonnig, maar als we in Monterey aankomen trekt een zeemist het land in. Dat is hier heel normaal en in feite schijnt de zon hier sporadisch. In het toeristenbureau worden we -zoals meestal- heel vriendelijk geholpen. We krijgen allerlei tips om de dag door te brengen. Monterey is een aardige plaats aan de Stille Oceaan en heeft een pier met allerlei winkeltjes en restaurantjes. Op de rotsen liggen zeehonden te zonnen en aalscholvers laten zich er drogen. De kustweg in zuidelijke richting naar Carmel is indrukwekkend. Heel mooi is de "17 mile drive", een tolweg die langs de mooiste plekjes voert. Op heel veel plaatsen zijn parkeerplaatsen aangelegd waar we van het uitzicht genieten. We schieten daarom niet erg op, maar dat hoeft ook niet. Carmel was vroeger een plaats waar kunstenaars woonden, maar nu is het een soort Aerdenhout met rijkelui in overvloed.
Na wat boodschappen te hebben gedaan, gaat de tocht verder zuidwaarts over Highway 1 die soms langs de kust loopt en dan weer door bossen. Het is een bochtige en heuvelachtige weg met prachtige vergezichten.
In Big Sur, waar de zon weer doorkomt, vinden we een camping met plaatsen onder de bomen aan de rivier met dezelfde naam als het dorp. 

 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 13 mei

van Big Sur naar San Simeon

 
Dat Amerikanen nauwelijks buiten hun auto kunnen, hadden we wel eens gehoord, maar nu zien we het zelf. Sommige campinggasten gebruiken hun auto om een afstand van 100 m te overbruggen om naar het toilet te gaan. En we zien zelfs iemand die het reservoir van zijn chemische toilet aan zijn auto heeft gehaakt om hem op die manier naar de plek te brengen waar hij hem kan legen. Heel bijzonder.
We maken vandaag weer weinig kilometers want er is opnieuw heel veel te zien. Allereerst de prachtige weg die heel bochtig hoog boven de oceaan loopt. Vlakbij San Simeon ligt een grote kolonie zeeolifanten op het strand te zonnen. Zo veel zien we er niet elke dag. Hierna lokt "Hearst Castle". De schatrijke krantenmagnaat en filmproducent William Randolph Hearst heeft met tussenposen tussen 1919 en 1947 hoog in de heuvels een enorm landgoed laten bouwen in mediterrane stijl. Het bestaat onder meer uit een hoofdgebouw met 115 kamers en o.a. een bioscoop, verder drie gastenhuizen, tennisbanen en een buiten- en een binnenzwembad. En bij deze zwembaden moet je niet denken aan waar wij in badderen. Het buitenzwembad genaamd Neptunus is omringd door tempels die zijn gebouwd in een mengsel van Griekse en Romeinse stijl. Het is 32 m lang en 3 m diep. Er zijn 17 kleedkamers. Hiernaast zie je het badje.
De gebouwen zijn allemaal van gewapend beton, vanwege het instortingsgevaar door aardbevingen. Ze zijn aan de buitenkant bekleed met marmer, bak- en zandsteen, e.d. zodat het allemaal net echt lijkt. Hearst had de vrouwelijke architect Julia Morgan in dienst die welhaast gek moet zijn geworden van de wensen van de magnaat, want alleen al het buitenzwembad heeft hij drie keer opnieuw laten bouwen voordat hij er tevreden over was. In de 28 jaar dat de bouw duurde, deed hij dat met andere delen van het complex ook vaak. Alle gebouwen zijn voorzien van antieke voorwerpen en kunst die Hearst vooral uit het Middellandse Zeegebied heeft laten aanrukken. Bij het landgoed hoorde niet alleen een eigen vliegveld, maar bijvoorbeeld ook een dierentuin met beren, zebra's, giraffen en nog veel meer. Hij liet zich in zijn "kasteel" graag omringen door beroemde gasten, zoals filmsterren, artiesten, zakenlieden en politici die zich er, blijkens de filmpjes die we zagen, kostelijk amuseerden. Het hele complex straalt een pracht en praal uit, maar bovenal puissante rijkdom waar we vol verbazing naar kijken.
Omdat de dag na de bezichtiging alweer aardig vordert, vinden een plek op een camping vlak in de buurt.

 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 14 mei

van San Simeon naar Weldon (Lake Isabella)

 
Zo lang we langs de kust naar het zuiden rijden, is het licht bewolkt, maar zodra we naar het oosten afslaan, schijnt de zon weer volop. De route voert aanvankelijk door prachtig  bergachtig gebied, maar daarna wordt het landschap steeds vlakker en vooral saaier. De weg is slaapverwekkend want hij is vele tientallen kilometers kaarsrecht. In Blackwells Corner drinken we koffie. Hier hield James Dean in 1955 zijn laatste stop voordat hij even verderop bij een auto-ongeluk om het leven kwam. De koffiecorner ademt nog steeds de sfeer van de jaren vijftig.
Hier en daar zijn langs de weg amandelboomgaarden en wijngaarden gelegen en het wordt steeds warmer. In de verte denken we vreemde struiken of bomen te zien maar het is een immens terrein met honderden jaknikkers die olie oppompen. Een bizar gezicht.
We doen boodschappen in Bakersfield, een onaantrekkelijke plaats met brede rechte wegen. We waren van plan hier te overnachten, maar omdat de omgeving ons niet erg aanstaat en we vandaag een eind zijn opgeschoten, besluiten we nog een eind verder te rijden naar Lake Isabella. De weg erheen is smal en bochtig, maar loopt schitterend langs de rivier de Kern door de Sierra Nevada. We worden op de camping waar we overnachten 's avonds uitgenodigd om met een kom en een lepel langs te komen om gratis ijs te eten. Dit is om aandacht te vragen voor de bestrijding van kanker bij kinderen. Het is dan ook de bedoeling dat we een bedrag doneren voor het goede doel,wat we uiteraard ook doen.
De zon gaat prachtig onder achter de bergen en het is voor het eerst dat we 's avonds wat langer buiten kunnen zitten.

 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 15 mei

van Weldon (Lake Isabella) naar Furnace Creek (Death Valley)

 
We dalen af van Lake Isabella in de Sierra Nevada naar het dal ten oosten daarvan. Opnieuw een prachtige afwisselende weg met yucca's erlangs en mooie vergezichten. De weg gaat over in een lange, vrij rechte weg door het dal. Het wordt steeds warmer en de airco van de camper maakt overuren. We slaan af richting "Death Valley", een woestijngebied met extreme eigenschappen. Al snel begint het landschap te veranderen. Het is niet te beschrijven en ook de foto's doen geen recht aan de werkelijkheid. Het is allemaal heel bijzonder. Drooggevallen meren die zoutvlakten zijn geworden, bergen in de meest vreemde kleuren, eindeloze dalen en dan weer kronkelige en steile wegen door nauwe doorgangen. We rijden dwars door een zoutvlakte voordat we de volgende heuvelrug over gaan. Uiteindelijk komen we in "Stovepipe Wells", een pleisterplaats op zeeniveau met een saloon, een paar winkels, een camping en een motel. Het is hier 38°C in de schaduw. Omdat de camping in de volle zon ligt, rijden we, nadat we een jaarpas voor de nationale parken hebben gekocht, weer verder. Even ten oosten van deze plaats liggen zandduinen. Van dichtbij wanen we ons even in de Kennemerduinen, maar de temperatuur is iets anders. Eigenlijk is het nauwelijks uit te houden want het zand is gloeiend heet. We rijden verder en kijken onze ogen uit, want de omgeving wordt steeds vreemder. Schitterend allemaal. In "Furnace Creek" strijken we neer op de plaatselijke camping die enige schaduw biedt. Dat mag ook wel, want hier is het nog warmer, namelijk 40°C. De plaats ligt 51 m onder de zeespiegel. De camping heeft geen elektriciteitaansluiting voor de camper, maar ons verblijf heeft een generator, dus we zijn helemaal selfsupporting. We rijden naar "Zabriskie Point" waar we ons (het verhaal wordt eentonig) vergapen aan het uitzicht op het dal en de meest vreemdsoortige bergen en rotsen. Helaas krijgt Carla na het avondmaal een hoofdpijnaanval waardoor ze uitgeteld is. Na een tukje komt ze gelukkig weer wat bij. Slapen gaat deze nacht maar matig, want de temperatuur daalt niet verder dan tot 25°C.

 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 16 mei

van Furnace Creek (Death Valley) naar Pahrump

 
Death Valley is eigenlijk een barre verblijfplaats voor een mens. Het regent hier nauwelijks, de temperatuur is bijzonder hoog, maar de aanblik van de omgeving maakt veel goed. Toch besluiten we niet nog een nacht te blijven. Omdat we al om 6:30 uur wakker worden, hebben we een lange dag voor ons om verschillende delen van dit zeer bijzondere deel van de Verenigde Staten te bekijken. Voor "Dante's View" rijden we een doodlopende weg van ongeveer 20 km in. Het laatste stuk heeft een 15% steile helling, maar onze Ford trekt het met gemak. Dante was een 14e eeuwse schrijver die "La Divina Commedia" schreef, de goddelijke komedie. Een verhaal in drie delen, namelijk "de hel, het vagevuur en het paradijs". Death Valley heeft hier allemaal wel wat van. Adembenemend is het uitzicht op de kale vallei met zoutvlakten en een doodenkele oase. Het is hier boven (relatief) koel en dat is aangenaam. Vervolgens gaan we weer de vallei in naar de "Golden Canyon", een nauwe kloof waar we vanwege de hitte slechts een klein stukje in lopen. Een omweg voert ons naar "Artists Palette" met uitzicht op de heuvels in de meest vreemdsoortige kleuren. Met wat fantasie lijkt het inderdaad op een schilderspalet. Een zeer hobbelige, maar gelukkig niet al te lange, onverharde weg leidt naar de "Devils Golf Course", de golfbaan van de duivel dus. De bodem is bedekt met grillige zoutrotsen, dus golfen is hier voor een normaal mens onmogelijk. "Badwater" is de volgende stop. Het bijzondere aan deze plaats is dat hij 86 m onder de zeespiegel ligt, het laagste deel van de Verenigde Staten. Er stroomt hier zelfs een beetje (zout) water. Hierna verlaten we langzamerhand Death valley. De weg wordt wat saaier, maar dat komt vooral omdat we zo verwend zijn, want in feite is de omgeving nog steeds bijzonder.
Ons einddoel vandaag is Pahrump, een lelijk stadje met langs de weg veel casino's, waarschijnlijk om ons alvast te laten wennen aan Las Vegas dat ongeveer 100 km oostelijker ligt. Op de camping staan wat bomen die enige beschutting bieden. Verder hebben we weer alle aansluitingen: watertoe- en afvoer en elektriciteit. Ook is er een zwembad waarvan we heerlijk gebruikmaken. En wat ook fijn is: het is een stuk minder heet dan gisteren.

 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 17 mei

van Pahrump naar Las Vegas

 
We kunnen geen weerstand bieden aan het grote geld en daarom lokt Las Vegas ons onweerstaanbaar. Het is voor het eerst sinds vele dagen dat het bewolkt is, maar van enige neerslag is geen sprake. De rit gaat vanuit Pahrump eerst weer over een saaie rechte weg, maar al snel rijden we de heuvels in voordat we afdalen naar de gokpaleizen. We komen al vroeg in de middag aan op een "camping" vlak langs de "Strip", de hoofdstraat van Las Vegas. De "camping" is niet veel meer dan een grote parkeerplaats, maar wij hebben een relatief leuke plek aan een grasveldje met stoeltjes en een tafeltje in de schaduw. Verder is de camping voorzien van alle gemakken, inclusief zwembad en sauna. We komen er wel snel achter dat je hier goedkoper een kamer in een luxe hotel kunt nemen dan een plek op deze camping.
In de loop van de middag ontmoeten we Meindert en Miek de Haan met wie we hier hadden afgesproken. Voor de niet ingewijden: Rob kent Meindert al zo'n beetje vanaf zijn geboorte. Ze zijn opgegroeid in dezelfde straat en Meindert is toetsenist van de band waarin zij spelen. Zijn echtgenote Miek kennen we ook al meer dan 40 jaar.
Na wat bijkletsen onder het genot van een drankje gaan we de "stad in". Dat wil zeggen dat we ons vooral vergapen aan de op zijn zachtst gezegd uitbundige manier waarop de Amerikanen deze stad laten leven. Een kakofonie van hotels, gokpaleizen, winkels, restaurants, geluid, licht, reclame en nog veel meer. En nergens is het stil. We komen ogen te kort. En alles is namaak. Venetië is bijvoorbeeld nagebouwd, compleet met kanalen, het San Marcoplein en de Rialtobrug. Als we de "marmeren" muren van sommige gebouwen inspecteren, klinken ze verdacht hol en houtachtig. Sommige kanalen en straten liggen niet in de openlucht, maar liggen in feite binnen in het hotel, maar dat heeft de ontwerpers er niet van weerhouden om de kanaaltjes aan te leggen onder een geschilderde licht bewolkte hemel. Let wel: de foto links is dus binnen genomen. De luid zingende gondeliers laten weliswaar hun "peddel" in het water bewegen, maar ze hebben ook een handig pedaal waarmee ze een onzichtbaar elektrisch buitenboordmotortje kunnen aandrijven. Heel handig allemaal.
We gaan uit eten in een klein Italiaans restaurant dat smaakvol is ingericht en waar de pizza's en de pasta prima smaken. Daarna lopen we nog langs tal van bezienswaardigheden. Onafzienbare aantallen gokautomaten waar heel wat geld in om moet gaan. Wij laten ze verder maar buiten beschouwing en komen uiteindelijk terecht bij het Bellagio hotel waar we genieten van de beroemde fonteinen die spuiten op de maat van een aria die -vermoeden we- een droevig verhaal van een verloren liefde vertelt.
We lopen terug naar Circus Circus waar onze camper staat en nemen -voor deze dag- afscheid van Meindert en Miek. We zijn behoorlijk moe geworden en geen cent rijker, integendeel.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 18 mei

Het oorspronkelijke centrum van Las Vegas is niet de "Strip", waar nu de meeste hotels en casino's zijn, maar een wijk die enige kilometers noordwaarts aan de Las Vegas Boulevard ligt. Relatief weinig bezoekers aan Las Vegas kennen dit gebied. We rijden erheen en merken dat dit deel wat meer vergane glorie is. Fremont Street is het middelpunt van deze wijk en biedt weliswaar wat minder spektakel dan de "Strip", maar is wel zo gezellig. We verwachten hier een videoshow op het "plafond" van de overdekte straat, maar komen er achter dat deze alleen 's avonds wordt vertoond.
We doen weer wat boodschappen en rijden naar de AAA, de Amerikaanse ANWB, waar we allervriendelijkst worden voorzien van uitgebreide informatie op toeristisch gebied: (wegen)kaarten van de omgeving, campingboekjes, e.d. En dat allemaal gratis, al of niet op vertoon van onze lidmaatschapskaart van de ANWB.
Om enige bijzondere foto's te maken, rijden we naar hotel Luxor aan de "Strip" dat, de naam zegt het eigenlijk al, is gebouwd in de vorm van een piramide. Buiten is het al heel bijzonder, maar binnen straalt alles weer pracht en praal uit. Naar schatting is alleen het casino al een voetbalveld groot. We vullen een lootje in om een Chevrolet Camaro te winnen, dus die zal later thuis wel op ons staan te wachten.
Terug op de camping komt Meindert ons al weer snel halen. We rijden naar Miek die in het hotel is achtergebleven, drinken daar een biertje en besluiten weer naar Fremont Street te gaan om te eten en de videoshow te bekijken. Het maal in het restaurant van het Main Street Station hotel is heerlijk. Het restaurant is gevestigd in een voormalige brouwerij en ziet er, net als het hotel, heel mooi en smaakvol uit. We zien een (echt?)paar eten terwijl ze gelijktijdig tijdens de hele maaltijd, zonder een woord te wisselen, beiden een boek lezen. Rare mensen, die Amerikanen. Na het eten kunnen we het niet laten om wat te gokken. Rob staat op een zeker moment op $ 2,72 winst, maar 3 minuten later is hij alles weer kwijt en is hij zijn oorspronkelijke inzet van wel $ 2,00 kwijt.
In Fremont Street heerst,ondanks de drukte van de casino's, een ontspannen sfeer. Er zijn optredens van straatartiesten en er staan stalletjes met allerlei koopwaar. Om 22:00 uur begint het spektakel, "Fremont Experience" genaamd. Op muziek van Queen zien we een zeer indrukwekkende videoshow. Het is niet in woorden te beschrijven, je moet dit hebben gezien. De avond kan eigenlijk al niet meer stuk, maar Carla heeft -enige tijd geleden thuis in Nederland- ergens gelezen dat het uitzicht vanuit een lounge in het Mandalay Bay hotel mooi moet zijn, dus wij erheen. Men loopt er in het hotel kennelijk niet mee te koop en daarom valt het nog niet eens niet mee om de plek te vinden die beschreven stond. Maar uiteindelijk lukt het toch en schieten we naar de 64e (!) verdieping waar we vanaf een hoogte van zo'n 200m sprakeloos zijn van het uitzicht. We kunnen zelfs buiten staan om de "Strip" onder ons te zien, maar ook de wijde omgeving. Zo ver we kunnen kijken, zien we een zee van lichten. In Las Vegas, inclusief de woonwijken, wonen zo'n 2 miljoen mensen. Al Gore moet toch wel erg bedroefd zijn als hij denkt aan deze stad, gebouwd midden in de woestijn, waar water van nature schaars is, airco's (tot in de toiletruimten van de camping) constant op volle toeren draaien, enorme aantallen lampen branden, tienduizenden gokautomaten draaien, vele "strechted limousines" -liefst van het merk Hummer- rondrijden en voortdurend helikopters rondvliegen om toeristen de stad te laten zien. En dat 24 uur per etmaal.
We nemen pas na middernacht afscheid van Meindert en Miek, waarna het nog even duurt voordat alle lichten en geluiden in ons hoofd zijn gedoofd.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 19 mei

van Las Vegas naar Overton

 
Las Vegas is en blijft een bijzondere stad die we niet graag zouden hebben gemist, maar we vinden het ook niet erg om dit toppunt van commercie te verlaten. Dat doen we -pas om 11 uur- richting de Hoover Dam. Voordat we de dam bereiken, worden we aan een inspectie onderworpen. De vriendelijke politie wil weten waar we vandaan komen en onderzoekt de bagageruimte, de gasfles en het interieur van de camper. Gelukkig bespeurt hij geen terroristische activiteiten en kunnen we doorrijden. Vanaf een parkeerterrein kijken we op de dam en we wandelen er overheen naar het bezoekerscentrum. Hier worden we zelfs gecontroleerd alsof we op een vliegveld zijn, compleet met controlepoortjes. De stuwdam in de Coloradorivier ligt op de grens van Nevada en Arizona en met ongeveer 220 m is het een van de hoogste dammen ter wereld. Hij zorgt voor de water- en elektriciteitsvoorziening van grote delen van het westen van de Verenigde Staten. We proberen uiteraard foto's te maken van dit technische hoogstandje, maar we krijgen hem er niet in volle glorie op. Dan maar een foto van een ander indrukwekkend bouwwerk, namelijk de brug die in aanbouw is over de kloof ten behoeve van een nieuwe weg die dan niet meer over de dam voert. Als je toch een foto van de dam wilt zien, klik dan hier, dan zie je een plaatje op internet.
Na het bezoekerscentrum gaan we weer snel de auto in met de airco op vol vermogen, want het is, net als de afgelopen dagen, tenminste 35°C. De tocht gaat verder in noordelijke richting langs het stuwneer Lake Mead dat door de Hoover Dam is gevormd. Opnieuw een prachtige weg door woestijngebied met schitterende rotsformaties in allerlei kleuren, vooral zandkleur en rood. Overal zijn uitzichtpunten aangelegd waar we geregeld gebruik van maken.
In het plaatsje Overton, een niet erg interessant woestijnstadje, overnachten we op een camping met veel vaste staanplaatsen, maar we staan in de schaduw en het is erg rustig. Het geluid van krekels is vrijwel het enige dat we horen.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 20 mei

van Overton naar Springdale (Zion)

 
De eigenaar van de camping laat zich niet zien, dus doen we het kampeertarief in een envelop en gooien dit in de brievenbus van het kantoortje. In de plaatselijke supermarkt doen we wat boodschappen en vullen we onze tankjes met drinkwater dat in deze streek onontbeerlijk is. We drinken de hele dag door behoorlijk wat water.
We komen al gauw op de snelweg naar het noorden. Deze is aanvankelijk nogal saai, maar loopt daarna door een zeer nauwe kloof van de rivier de Virgin. Dat is weer prachtig.
We passeren de grens van Utah, waar het een uur later is. In St George gaan we lunchen in een leuk restaurantje. We verbazen ons weer over de grote hoeveelheden die de bezoekers eten, ook kleine kinderen. Maar de "doggy-bags" worden in grote aantallen gebruikt. Wij nemen als lunch een ontbijt waarin overigens drie eieren zijn verwerkt en dat verder is verrijkt met bacon en gebakken aardappeltjes.
In een zeer vreemd winkeltje, waar men ook antiek verkoopt, koopt Carla een rokje, waarvan ze vermoedt dat het tweedehands is. De winkel lijkt inderdaad verdacht veel op "De Schalm" in Haarlem. Een verkoopster wil weten waar we vandaan komen. Als we dat vertellen, vraagt ze of het in ons land inderdaad veel regent. Dan wil ze er namelijk graag heen omdat het in haar woonplaats in het algemeen gortdroog is. Ook vraagt ze of het waar is dat er bij ons grote velden zijn waar tulpen groeien. Ook dat lijkt haar een belevenis. Zo heeft ieder zijn of haar voorkeur.
Een (alweer) zeer vriendelijke dame helpt ons in een bezoekerscentrum aan allerlei informatie over de omgeving. Zij raadt ons aan het "Snow Canyon State Park" te bezoeken. Op onze vraag of er inderdaad sneeuw ligt, antwoordt ze ontkennend. Integendeel, het moet er erg heet zijn. Na enig zoeken vinden we het park en het is inderdaad zeer warm, maar schitterend. Veel rood gekleurde rotsen, maar ook lavaformaties, zandduinen, waarvan vele versteend zijn en merkwaardige witte bergkammen.
Terug in St George bezoeken we een outlet-village, waar we enige kledingstukken kopen. De reis gaat weer verder richting "Zion National Park". In het dorpje Springdale, vlakbij de ingang van het park, is het behoorlijk druk en we komen er achter dat de twee eenvoudige campings in het park vol zijn. Maar in Springdale is ook een grote camping met alle toeters en bellen, dus we staan weer snel op een plekje met prachtig uitzicht op bergkammen. In de ondergaande zon zijn deze heel mooi gekleurd zoals je op de foto hiernaast kunt zien. 
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 21 mei

De weersvoorspelling geeft weer een zeer warme dag aan, maar desondanks besluiten we enige wandelingen te gaan maken in de "canyon" van het Zion National Park. Dit park ontleent zijn naam aan de mormonen die deze streek aan het eind van de 19e eeuw gingen bewonen. Onze camping ligt dichtbij de ingang van het park waar ook het bezoekerscentrum is. We lopen erheen, want het is niet toegestaan de canyon met eigen auto te berijden. Als alternatief heeft men een zeer doelmatig shuttlesysteem in het leven geroepen. Bussen rijden de weg door het park op en neer en stoppen op tal van interessante plaatsen. Het lijkt de "Zuidtangent" wel, want deze rijdt ook elke 7 minuten. Het verschil is dat deze bussen gratis zijn en dat de abri's prima in orde zijn en uitstekende beschutting geven tegen de zon. We rijden eerst naar het eind van de canyon zodat we de prachtige omgeving in ons kunnen opnemen. Hoge bergen en kliffen, meestal roodachtig van kleur. Af en toe zien we bergbeklimmers die tegen de loodrechte wanden gekleefd zijn. Bij het eindpunt maken we een mooie en comfortabele wandeling langs de rivier de Virgin. Gelukkig hoeven we niet te klimmen, want dat is bij 33°C geen pretje. Op de plaatsen waar het water langs de rotsen naar beneden sijpelt, bloeien mooie bloemen. Dit noemt men hangende tuinen. Verder zien we eekhoorns, hagedissen en zelfs een slang. De bus brengt ons naar verschillende mooie punten waar we uitstappen en veel foto's en video-opnamen maken. Bij een van de stops begint een fraaie wandeling naar "Emerald Lake", eigenlijk een vijver onderaan een kleine waterval waar we achter langs kunnen lopen en daardoor lekker nat worden. Dat is dan plotseling behoorlijk koud.
De bergen hebben hier, dankzij de mormonen, meestal Bijbelse namen. Zo zijn er de drie aartsvaderen, Jacob, Isaac en Abraham, zie de foto hiernaast.
Tenslotte bezoeken we nog een museum waar men iets laat zien over de geschiedenis van het park. Bij een film met mooie beelden en een gedragen commentaar vallen we bijna in slaap.
Terug bij het bezoekerscentrum lopen we weer terug naar de camping waar we een duik nemen in het tamelijk koude zwembad. Een douche spoelt het laatste stof van ons af.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 22 mei

van Springdale (Zion) naar Bryce Canyon

 
We verlaten Zion National Park langs een steile, bochtige en weer prachtige weg. Iets verder wordt de rit nogal bijzonder. De weg loopt namelijk door een tunnel van bijna 2 km lang, waar alleen voertuigen met een beperkte hoogte en breedte zonder problemen door kunnen rijden. Grotere auto's, zoals onze camper, moeten zich aan het begin van de tunnel melden, zodat deze aan het andere eind kan worden afgesloten en er eenrichtingsverkeer ontstaat. De tunnel heeft een enigszins rond plafond. Wij kunnen dan in het midden rijden zonder last te hebben van tegenliggers.
Het landschap verandert voorbij de tunnel heel snel. Eerst is het nog een nauwe kloof met bergen die uit versteend zand bestaan en zo zien ze er ook uit. Vervolgens wordt het steeds weidser en spoedig rijden we door een heuvelachtig groen terrein. Een groot verschil met enige kilometers terug. Aan het eind van de weg in het dal drinken we koffie in een oud familierestaurant dat kennelijk door oma wordt bestiert. Ze bemoeit zich overal mee, maar haar cheesecake smaakt lekker. We rijden in noordelijke richting door een dal met weinig plaatsjes en al helemaal geen supermarkten, terwijl we toch wat boodschappen nodig hebben. Ook hier verandert het landschap voortdurend.
We slaan af naar het oosten en plotseling rijden we door "Red Canyon", een weg door een kloof met weer heel andere rotsformaties.
Ons einddoel is "Bryce Canyon National Park", maar voordat we het park in gaan, doen we bij "Ruby's Inn" boodschappen en vinden we een plaats op de naburige camping.
Het is hier opvallend koel, namelijk slechts 17° C. Dat is 20° minder dan gisteren. Maar er is nauwelijks een wolkje aan de hemel te zien en het is toch ook lekker om weer eens wat meer kleren te dragen.
We rijden het park in en stoppen bij vele uitzichtpunten. Het park is werkelijk sprookjesachtig. Als je dit landschap in een film zou zien, zou je menen dat het kunstmatige decors waren, maar dit is echt. Het park ligt hoog aan de rand van een canyon. Ten westen van de canyon zijn bossen en weiden, maar vooral de canyon zelf is wonderbaarlijk en indrukwekkend. Door (wind)erosie zijn ontelbare puntige rotsformaties ontstaan in de kleuren wit, rose, oranje en bruin. En overal zien ze er weer net even anders uit, maar steeds heel bijzonder.  Soms staan ze in een soort natuurlijk amfitheater. Op een plaats is zelfs een natuurlijke boog ontstaan. Een foto haalt het niet bij de werkelijkheid. Hierboven staat een detail van zo'n rots.
We parkeren de camper bij "Sunset Point" en eten daar eerst. De naam van dit uitzichtpunt zegt het al: hier moet een mooie zonsondergang te zien zijn. En inderdaad, het is prachtig. De roodachtig gekleurde rotsen worden nog roder. We moeten er wel wat voor over hebben, want het is nog maar 11° C, maar het is het meer dan waard.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 23 mei

van Bryce Canyon naar Torrey

 
Het heeft vannacht gevroren en als we opstaan is het in de camper slechts 5° C. Het water in de koelkast is ijs geworden. Eigenlijk is dit niet zo vreemd. Het is uiteindelijk nog maar mei en we bevinden ons op ongeveer 2500 m boven de zeespiegel. Gelukkig verwarmt de kachel ons verblijf redelijk snel en de boiler werkt ook prima. De zon staat weer in een strakblauwe lucht, dus ook dat helpt de kou te verjagen.
We laten de hoogvlakte van Bryce Canyon achter ons en rijden de vallei in. Na enige minuten stoppen we alweer bij het volgende interessante punt. Een korte wandeling brengt ons naar een kleine waterval en een grot. Het zal vandaag niet de laatste stop zijn, want er is weer een overvloed aan prachtige vergezichten. Het is niet zo helder als de afgelopen dagen en voor het eerst in twee weken zien we wolken van enige betekenis.
In Escalante zien we weer iets heel bijzonders, namelijk versteend hout. Maar eerst bewonderen we, langs een pad dat ons omhoog leidt, mooie bloemen en dwergachtige bomen die soms vele honderden jaren oud zijn. We komen uit op een plateau dat vele miljoenen jaren geleden de bodem van een vallei was. De bomen die hier groeiden werden door het water verzwolgen en met modder en een dikke laag vulkaanas bedekt. Doordat de boomstammen afgesloten raakten van zuurstof, vergingen ze niet en onder invloed van allerlei mineralen versteenden ze. De grond waarin ze waren begraven, werd honderden meters opgeheven waarna wind en regen de boomstammen blootlegden. Ze hebben nu prachtige kleuren gekregen. Op sommige stammen zijn de jaarringen nog te zien.
In Boulder bezoeken we het "Anasazi State Park" museum dat ons informatie verschaft over de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Er zijn resten van bebouwing opgegraven en er wordt een film vertoond die echter zo slaapverwekkend is dat we beiden zitten te knikkebollen.
We rijden door bergachtig gebied en bereiken een hoogte van bijna 3000 m. Langs de weg liggen resten sneeuw en er wordt gewaarschuwd dat de sneeuwploegen hun werk alleen overdag doen, maar die waarschuwing lijkt ons wat overdreven. We slaan ons kamp op in het plaatsje Torrey, in de buurt van het Capitol Reef National Park. Op de camping worden we zeer vriendelijk geholpen en hebben we een plek met een fraai uitzicht op de Thousand Lake Mountains.
We besluiten morgen maar eens een dagje rust te houden om alle indrukken van de afgelopen weken te verwerken.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 24 mei

Als we wakker worden, komen we er achter dat het de afgelopen nacht heeft gevroren en een beetje gesneeuwd. Dat van die sneeuwploeg (zie het verslag van gisteren) was dus toch zo gek niet. Het is koud in de camper en het waait behoorlijk, dus we zetten de verwarming en de boiler op vol vermogen. De slang die op de waterleiding is aangesloten, is bevroren, maar gelukkig is onze drinkwatertank van 150 liter nog praktisch vol. Kortom, we redden het wel onder deze barre omstandigheden.
Het dagje rust komt dus wel goed uit. We lezen wat en 's middags, als het iets aantrekkelijker wordt, wandelen we naar het nabijgelegen dorp. Het plaatsje heeft nog geen 200 inwoners en bestaat uit niet meer dan een hoofdstraat, tevens doorgaande weg en een stuk of wat zijstraten. Wel zijn er flink wat restaurants en motels en zelfs een kleine supermarkt, waarvan er in deze streek maar weinig te vinden zijn. Veel huizen zien er rommelig en/of verlaten uit, maar dat is hier vaker het geval.
We gaan uit eten in café Diablo, dat op loopafstand van de camping ligt en eigenlijk geen café is maar een Mexicaans aandoend restaurant. Vooraf krijgen we ongevraagd allerlei heerlijke gerechtjes. Als hoofdmaaltijd nemen we forel die heel apart is klaargemaakt met meegebakken pompoenzaadjes, een pannenkoekje van wilde rijst, rauwkost en bijgerechtjes. En dat alles vergezeld van een fles Californische wijn. Ook het dessert van taartjes met ijs is niet te versmaden. Het is dus in de USA kennelijk niet overal fastfood en we hebben zelden zo lekker gegeten. Eigenlijk is het hier allemaal wel behelpen.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 25 mei

van Torrey naar Capitol Reef

 
Het is vandaag opnieuw prachtig weer en we besluiten vroeg naar "Capitol Reef National Park" te rijden om op tijd een plaatsje op de camping te vinden, want het is een geliefde verblijfplaats. Als we de camper loskoppelen van de elektrische aansluiting, merken we dat de accu voor het woongedeelte geen stroom afgeeft. De camper heeft twee accu's, een voor het autogedeelte en een voor het woongedeelte. We zoeken in het instructieboekje wat de oorzaak kan zijn, maar dat helpt niet. Heel handig is dat naast de camping een onderhoudsbedrijfje voor campers is gevestigd, dus daar rijden we heen. De eigenaar gaat, nadat hij de verhuurder van de camper heeft geraadpleegd, direct aan de slag. Hij vermoedt dat de accu slecht is en na enig overleg met de verhuurder vervangt hij hem. Hij weet niet voor de volle 100% zeker of dit de oorzaak is, maar dat zien we dan wel.
Met 1,5 uur "vertraging" rijden we dan naar bovengenoemd park dat slechts ongeveer 20 km verder ligt. De camping is prachtig gelegen tussen oude fruitbomen en we vinden een leuke plek. Na de lunch rijden we een stukje naar het begin van het wandelpad bij de "Hickman Bridge". Het is een prachtig en niet al te moeilijk voetpad waar mooie bloemen langs staan, zoals prachtig bloeiende cactussen. En die moeten natuurlijk op de foto. Na een half uurtje komen we bij de "brug". Het is een natuurlijke brug, ontstaan doordat het water van een riviertje eeuwenlang de rotsen deed slijten. De overspanning van de brug is ca. 40 m, evenals de hoogte. Ongelooflijk dat hier geen mensenhand aan te pas is gekomen.
Verderop bezoeken we een plaats waar zogenaamde petroglyphen in de rotsen zijn te zien. Het zijn prehistorische rotstekeningen, maar dan niet getekend, maar uitgehakt.
Tenslotte rijden we naar een fraai panoramapunt, waar we weer even stil van worden.
Aan het eind van de middag zien we een hert over de camping lopen. Dat lijkt ons bijzonder, maar later zien we er nog meer, dus het is kennelijk vrij normaal. Een oudere vrouw (nou ja, misschien iets minder jong dan wij) legt ons uit dat zij verhalenvertelster is en nodigt ons uit om te komen luisteren. We zitten in een kring bijeen en ze vertelt ons enthousiast enige oude verhalen die de oorspronkelijke bewoners van dit land aan hun kinderen vertelden. Het zijn een soort sprookjes hoe sommige dieren zijn ontstaan, zoals vleermuizen die oorspronkelijk eekhoorns zouden zijn geweest. Heel leuk allemaal. Als we teruggaan naar onze campingplek zien we een flink aantal vleermuizen fladderen waar we nu enigszins anders naar kijken. 
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 26 mei

van Capitol Reef naar Moab

 
We vertrekken in oostelijke richting met als einddoel "Natural Bridges National Monument". Het is een uiterst stille weg, vrijwel zonder dorpjes door alweer een afwisselend landschap. En als we dan een gehucht tegenkomen, is het vaak behoorlijk rommelig, zoals in Hanksville waar we koffie drinken voor een dollar en waar een plaatselijke autosloper van zijn restmateriaal dinosaurussen heeft gelast. We steken de Coloradorivier over waar we een spectaculair uitzicht op hebben. Daarna weer eindeloze hoogvlakten met wegen die over een afstand van vele kilometers te zien zijn, maar ook steile rotsen en diepe canyons. Na ongeveer 200 km komen we bij ons doel aan, waar de zeer kleine camping met slechts 13 plaatsen echter al vol blijkt te zijn. Daarom besluiten we alleen de ronderit over het "monument" te maken. Hier zijn weer drie natuurlijke bruggen te zien. Als we verder willen gaan, blijkt er opnieuw een storing te zijn in het elektrische systeem van de camper. De reparatie van gisteren heeft dus niet geholpen. Met een camper waarvan het 12 V-systeem niet goed werkt, willen we niet op een camping staan zonder elektrische aansluiting en daarom rijden we door naar Moab, de eerste enigszins grotere plaats vlakbij "Arches National Park". Hier staan we weer op een tamelijk luxe camping die weer van alle gemakken is voorzien. We telefoneren met de verhuurder van de camper die ons hulp belooft. Nu maar afwachten of we die krijgen.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 27 mei

De hulp die gisteren werd toegezegd, komt redelijk snel. Om 9:30 uur kunnen we terecht bij een camperspecialist die al, samen met een monteur, op ons staat te wachten. Hij (John) legt uit wat hij gaat doen en zegt ca. een uur nodig te hebben met het controleren van alle verbindingen. Hij biedt aan ons met zijn auto naar het nabij gelegen stadje te brengen en we krijgen zijn mobiele telefoon mee zodat hij ons kan opbellen als de reparatie klaar is en hij ons weer kan komen ophalen. Uitermate behulpzaam allemaal.
We gaan in de stad naar het toeristenbureau, drinken een kop koffie, winkelen en wandelen wat. Na ruim een uur belt John op dat de camper klaar is. Hij haalt ons weer op en vertelt dat hij een losse verbinding op de accu van de auto heeft gevonden die (hoopt hij) de oorzaak is van de storing.
Na hem te hebben bedankt, rijden we "Arches National Park" in. Het is een gebied met talloze rotsformaties die in de loop van miljoenen jaren door weer en wind zijn gevormd tot de meest grillige vormen. Er zijn zogenaamde balancerende rotsen die elk ogenblik van hun dunne ondersteuning kunnen vallen. Althans, zo lijkt het, maar ooit zal het werkelijk gebeuren.
Maar het meest beroemd is het park door de "bogen" waaraan het zijn naam ontleent. Deze overspanningen zijn niet door water ontstaan, zoals de brug die we eergisteren zagen, maar door winderosie. Ook deze formaties zullen ooit instorten. Op de foto linksboven staat de "Delicate Arch". Als je goed kijkt zie je de mensen er onder door lopen. Dan krijg je een beetje idee van de grootte. Op de foto rechtsonder staat de "Landscape Arch" die in 1991 een flink stuk slanker werd omdat er een groot gedeelte af brak.
Het is vandaag weer een gortdroge en hete dag waarbij het ook nog flink waait. We voelen ons bijna uitdrogen en we drinken daarom veel water. Dat het hier zo warm is, is ook niet vreemd, want de plaatsen die wij bezoeken bevinden zich op dezelfde breedtegraad als Zuid-Spanje en Noord-Marokko.
Naast ons op de camping staan twee mannen die zonder hun vrouw/vriendin op pad zijn. Een van hen is een artiest die over enkele dagen in Las Vegas gaat optreden. We kletsen en drinken de hele avond met elkaar, waarbij langzamerhand blijkt dat ze beiden heel vrijzinnige ideeën hebben. Het wordt een gezellige boel.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 28 mei

van Moab naar Dolores

 
Het wordt vandaag weer behoorlijk heet en het waait zeer hard, sterker nog: het stormt. We zijn hier eigenlijk ook niet in de goede tijd gekomen, want komende maandag heeft iedereen vrij vanwege "Memorial Day" en velen maken kennelijk juist een uitstapje naar Moab. Alle campings in de omgeving zitten vol. Wij proberen nog een eind buiten de stad langs de Coloradorivier een plek te vinden, maar dat lukt niet. De tocht langs deze rivier is echter wel heel erg mooi. We vragen bij het informatiecentrum of men andere overnachtingsmogelijkheden weet, maar dat levert ook niets op. Ook alle hotels, lodges en motels zitten vol. Daarom besluiten we onze reis vandaag maar voort te zetten in plaats van morgen. Dat houdt wel in dat we "Canyonlands National Park" niet kunnen bezoeken, maar dat is niet anders.
De weg naar het zuiden is bar. We hebben de storm recht tegen en de lucht is bezwangerd met stof. Het kost aardig wat moeite de camper in toom te houden. Soms zijn er complete zandstormen. In Monticello gaan we naar het "visitor center" om een camping in Dolores, Colorado te reserveren. We worden weer zeer uitgebreid geholpen door een oudere man die ons ook nog allerlei tips geeft om de komende dagen door te brengen. Enfin, weer een stapeltje folders en kaarten erbij. We rijden vanuit Monticello naar het zuidoosten. Nu dus met de storm min of meer dwars op de weg, maar alles gaat goed. Kort nadat we we de grens met Colorado zijn overgestoken, verandert het landschap. We verlaten het woestijnachtige gebied en de omgeving wordt steeds groener en lieflijker. Ook de wind gaat liggen. We zien zelfs enige "Hollandse" wolkenluchten. Eigenlijk een verademing met de afgelopen dagen. In Dolores staan we op een leuke camping aan de rivier met dezelfde naam als het stadje. Veel bomen en een aangename temperatuur. Het was dus toch niet zo erg dat we uit Moab weg moesten.
De buren maken een kampvuurtje en nodigen ons uit erbij te komen zitten. Het is een gepensioneerd echtpaar met een enorme camper. Zij trekken enige maanden door de Verenigde Staten en Canada.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 29 mei

We staan niet al te vroeg op. Carla gaat weer op jacht om foto's van vogels en bloemen te maken. Rob verzendt het vorige deel van dit dagboek. Na in het kantoor van de camping een kopje koffie te hebben gedronken, gaan we naar "Mesa Verde National Park" dat op ongeveer 25 km van de camping ligt. Vanaf de ingang van het park gaat het steil omhoog, waarbij we prachtige uitzichten hebben op de omgeving. Het is er behoorlijk druk. Om speciale plaatsen te bezoeken, moeten we een tocht onder leiding van een ranger boeken, maar dat zijn we vandaag niet van plan. Er is dit weekend namelijk ook kunst van "Native Americans" (wij noemen ze indianen) te zien en te koop. Er is een veiling van vloerkleden en sieraden die zij maken en op een andere plaats laat men historische dansen zien. Hoewel het misschien net zo iets is als onze klompendansende Volendammers, ziet het er toch aardig uit.
Als we weer willen wegrijden, merken we dat het elektrische systeem van de camper opnieuw kuren vertoont en daar zijn we niet blij mee. Even later werkt het weer, maar we telefoneren toch maar met de camperverhuurder. Men belooft terug te bellen, maar dat gebeurt niet.
We boeken nog twee nachten bij op deze camping omdat we nog een keer naar "Mesa Verde" willen en we weer eens een rustig dagje willen hebben. Dat boeken kost nogal moeite. Een oudere dame probeert van alles uit op de computer, maar niets lijkt te lukken. Met de hulp van een ander komt ze er uiteindelijke uit, d.w.z. we krijgen weer een uitdraai uit de printer waaruit blijkt dat we hebben betaald.
Na het avondeten rijden we naar het nabij gelegen stadje Cortez waar we buiten bij een cultureel centrum opnieuw naar indianen kijken die dansen onder begeleiding van een trommel en gezang. Men legt elke keer uit wat die dansen betekenen en wat de kleren van de dansers uitbeelden.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 30 mei

"Mesa Verde" (zie ook het verslag van gisteren) betekent in het Spaans "groene tafel". Aan de noordkant van het gebied rijzen de bergen hoog op tot zo'n 2500 m boven de zeespiegel met aansluitend plateaus die naar het zuiden langzaam aflopen en die van noord naar zuid zijn doorsneden door canyons. Het gebied ligt verder midden in een relatief vlakke streek. Vanaf de hoogte hebben we daarom schitterende vergezichten op de omgeving. Hoewel het hier ook mooi is, is Mesa Verde niet in de eerste plaats bekend om het fraaie landschap (zoals de meeste andere nationale parken), maar vanwege de ruïnes van vroegere bewoning. Het indianenvolk, de "Anasazi", of het Pueblo volk zoals ze tegenwoordig worden genoemd, leefde hier tussen 600 en 1300. Ze gebruikten de plateaus voor hun landbouw en jacht. Sommige groepen hadden hun huizen op de plateaus gebouwd, maar anderen gebruikten grotten net onder de rand van de canyons voor hun bewoning. De ruïnes van een aantal van deze "Cliff Dwellings" uit de 11e eeuw is goed in stand gebleven en men doet nu alle moeite ze te bewaren. We bezoeken twee van deze verblijfplaatsen, "Spruce Tree House" en "Cliff Palace", de laatste onder leiding van een gids die veel informatie geeft. De bevolking was geheel afhankelijk van wat de natuur hun bood. De belangrijkste voedingsmiddelen waren maïs, bonen en "squash" (een soort pompoen), samen de "drie zusters" genoemd, omdat deze gewassen gezamenlijk hoogwaardige voeding boden en omdat ze geen concurrentie voor elkaar in de bodem waren. Het Pueblo volk kende ook al irrigatiesystemen, maar verder leefden ze (in onze ogen) uitermate eenvoudig. Een bijzonder groot verschil met onze leefwijze, en zeker met die van de Amerikanen. De ranger vroeg de bezoekers hier maar eens bij stil te staan.
Teruggekomen op de camping, blijkt onze plaats door een ander te zijn bezet. "Oma" van de camping had ons kennelijk toch niet helemaal goed in de computer geregistreerd. Het hele "managemant" van de camping put zich uit in duizend excuses en probeert een oplossing te vinden. Die bieden we zelf maar door te zeggen dat we het niet erg vinden een andere plek in te nemen. De camping is namelijk lang niet vol en we kiezen, op speciaal verzoek van Carla, een zonniger plekje dan de vorige. We leggen de voormalige buren ook maar even uit wat er is gebeurd, want zij zijn misschien wel in de veronderstelling dat we niet meer naast ze willen staan.
We gaan uit eten in een eenvoudig familierestaurant in het dorp waar het motto kennelijk is: "veel voor weinig", want voor een luttel bedrag krijgen we een smakelijk maal dat we deels weer in een "doggy-bag" naar de camper meenemen.
's Avonds is er midden in de camping een kampvuur waar de campingbewoners in een grote kring omheen zitten te kletsen en te drinken. Het is een bont gezelschap uit alle windstreken van de USA. Naast ons zit een echte Texaan, compleet met cowboyhoed en een knauwend accent. Wij zijn de enige buitenlanders. Een van de gasten is een enthousiast verteller van anekdotes die soms leiden tot seksueel getinte en niet al te politiek correcte moppen. We krijgen een snack, bestaande uit een cracker met chocolade en een gesmolten marshmallow. Lekker, maar machtig. Kortom: het is weer heel aangenaam.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 31 mei

Het is vandaag "Memorial Day", de dag waarop de soldaten worden herdacht die in verschillende oorlogen zijn omgekomen. We dachten hier wel wat van te merken, maar we zien hooguit nog wat meer Amerikaanse vlaggen wapperen.
We bezoeken in Dolores eerst een klein spoorwegmuseum, waar een (over)enthousiaste vrouw ons van alles vertelt over de voormalige "Rio Grande Southern Railroad", waarover tussen ongeveer 1890 en 1930 stoomtreinen reden. Tijdens de economische crisis die in 1929 begon, dreigde de spoorlijn failliet te gaan. De stoomtreinen met een bemanning van tenminste vier personen, werden te duur. Iemand kwam op het idee om in plaats hiervan omgebouwde bussen en vrachtwagens over het spoor te laten rijden. En zo ontstonden de vreemd gevormde "Gallopping Geese", de waggelende ganzen. Ze werden door het publiek zo genoemd vanwege het gakkende geluid dat hun claxon maakte en de schommelende gang van de voertuigen over het slecht onderhouden en ongelijke spoor. Het is een vreemd gezicht om dit ca. 2,20 m brede apparaat te zien op een treinonderstel voor een smalspoor van ca. 1,00 m breed. We komen nauwelijks van de "conservatrice" van het museum af, want ze heeft, als vrijwilligster, nog veel meer interesses. Ze wil ons wel de hele Verenigde Staten door sturen om van alles te bekijken. En ze vindt, hoewel ze er nog nooit geweest is, zoals zo veel Amerikanen, Nederland "so beautiful".
Na in het dorpje nog enige "historische" gebouwen (hooguit uit 1900) te hebben bekeken, gaan we naar het "Anasazi Heritage Center", een informatiecentrum waar de geschiedenis van de oude bewoners van dit gebied wordt verhaald. Het is een prachtig gebouw met grote ruimtes met veel foto's, archeologische vondsten en verhalen over ontdekkingsreizigers.
Buiten is een pad dat ons leidt naar enkele opgegraven huizen van het vroegere Pueblo volk.
We worden gewaarschuwd voor een bergleeuw die hier is gesignaleerd, maar helaas (of gelukkig?) zien we hem niet, maar wel veel hagedissen en een enkele eekhoorn.
In het stadje Cortez doen we wat boodschappen, maar nogal wat winkels zijn in verband met Memorial Day gesloten.
Terug op de camping zitten we heerlijk buiten in de zon of in de schaduw bij een aangename temperatuur van zo'n 25° C. We beseffen dat we de afgelopen tijd nauwelijks wolken hebben gezien en dat de eerste en laatste regenbui van deze vakantie precies drie weken geleden viel.  
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 1 juni

van Dolores naar Bluff

 
Vandaag zien we weer eens wat bewolking, maar regenen doet het in de verste verte niet.
Vlakbij de camping die we vanmorgen verlaten, hebben we eerder een bakkerij gezien die de afgelopen dagen gesloten was. In de winkel zijn allerlei lekkere dingen te koop, niet alleen brood, maar ook hartige taarten, gebak, honing en jam. De verkoopster vertelt dat ze alles zelf maakt van natuurlijke voedingsstoffen. We kopen enige spullen, waaronder "tamala". Dit is een Mexicaans gerecht bestaande uit allerlei (in ons geval) hartige ingrediënten, waaronder kip, maïs en kruiden in een deeglap van maïsmeel. Dit alles is verpakt in een omhulsel van maïsbladeren.
Dan gaan we op weg en na een korte tijd rijden we weer een woestijnachtig gebied in. We willen naar de "Four Corners", het punt waar de staten Colorado, Arizona, Utah en New Mexico in één punt bij elkaar komen, een soort vierstatenpunt dus, maar we komen er na ongeveer 25 km achter dat we verkeerd zijn gereden, maar zo hebben we tenminste nog een stukje New Mexico gezien. Dus weer terug en nadat we de goede weg zijn ingeslagen, blijkt dat bovengenoemd toeristisch punt wegens onderhoud niet toegankelijk is.
We rijden ook in deze woestijn weer over soms kaarsrechte wegen door een desolaat landschap waar, zover we kunnen kijken (en dat is soms heel erg ver), geen enkel huis of schuur te zien is. Dan weer kronkelt de weg door kloven en langs steile rotsen langs een rivier. We vinden het eigenlijk allemaal al erg gewoon, maar het blijft in feite bijzonder.
In het stoffige plaatsje Bluff, Utah aangekomen, bewonderen we de "Navajo Twin Rocks" die hoog boven een handelspost uitsteken. Daarna bezoeken we het historische gedeelte van het plaatsje, waar aan het eind van de negentiende eeuw een groep van 100 mormonen een kolonie stichtten. Ze moesten hiertoe een, voor onze begrippen, onmogelijke tocht met paarden en huifkarren maken over bergen, langs ravijnen en door rivieren. En dan ook nog te bedenken dat de gemiddelde leeftijd van de groep 17 jaar was. We bekijken een aantal overblijfselen van de oude woningen, werktuigen en huifkarren. In het bezoekerscentrum zien we een film die de barre tocht laat herleven.
De camping waar we overnachten is betrekkelijk eenvoudig, maar we staan naast enige boompjes die net wat schaduw geven en we kijken prachtig uit op de "bluffs", de kliffen waarnaar het dorpje is genoemd.
De tamala waarover we eerder schreven smaakt heerlijk, samen met rauwkost en een biertje.
We worden belaagd door zeer kleine mugjes die niets lijken te doen, maar later komen we erachter dat we zo ongeveer lek zijn geprikt. Vooral onze benen zijn bezaaid met zeer kleine bloedblaartjes die, vreemd genoeg, niet jeuken. Veel last hebben we er dus niet van. (Helaas blijkt enige dagen later dat de bultjes heel erg gaan jeuken).
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 2 juni

van Bluff naar Goulding (Monument Valley)

 
We verlaten Bluff in zuidelijke richting. Aanvankelijk is het bewolkt, maar al snel breekt de zon door en in de loop van de dag is het weer vrijwel onbewolkt. De temperatuur stijgt naar zo'n 30° C. Het landschap is weer afwisselend: vlakke delen met rechte wegen, kloven, een rivier, rotsen, enfin, er is weer veel te zien. Vooral als we bij "Mexican Hat" aankomen. Hier staat een hoge rots met op de top een groot en -zo lijkt het- wankel rotsblok in de vorm van een Mexicaanse hoed. Verderop zien we dan ook al de vreemd gevormde rotsen van "Monument Valley". Ze lijken al aardig dichtbij, maar dat is gezichtsbedrog.
We boeken al om 10:30 uur een plaats op de Goulding camping vlakbij Monument Valley. De familie Goulding had hier vroeger een handelspost. Deze liep in de crisisjaren niet al te best en van zijn laatste dollars is de heer Goulding toen met een heleboel foto's van Monument Valley naar Los Angeles gegaan en liet deze zien aan filmmakers. Dat was een gouden greep van hem, want sindsdien zijn er in dit gebied talloze films gemaakt en later ook reclamespots en clips. Goulding zorgde voor onderkomens voor de filmcrew en acteurs, vestigde er een hotel en later ook een camping. En hij organiseerde rondritten door het park.
We rijden Monument Valley in en bezoeken het visitors centrum. We denken met de camper verder het park in te kunnen gaan over een de onverharde weg, maar na enige honderden meters naar beneden, komen we er achter dat het geen doen is. De weg is heel steil en zit vol met gaten. De camper rammelt bijna uit elkaar. Terug naar boven is helemaal een hele toer en we zijn blij als we er weer uit zijn. Terug op de camping boeken we een tour met een 4WD auto. Dat kost wel enige dollars, maar dan blijft Rob maar enige dagen langer bij de provincie werken.
De tour voert ons eerst langs een (nagebouwde) "hogan", een woning van de native Americans. Een oude Indianenvrouw demonstreert spinnen, malen van maïs en het maken van vlechten in het haar, terwijl onze gids van alles over het vroegere leven van zijn volk vertelt. Het bakje voor de fooien staat al klaar. Dan rijden we het park in en dalen we de weg af die we eerder met de camper probeerden. Wat zijn we blij dat we toen niet verder zijn gereden. Het is een en al zand, kuilen en hobbels, maar wat is het prachtig! We stoppen hier en daar op punten, waar men ook gelijk stalletjes met sieraden heeft neergezet. Een van de stops heet "John Ford Point". Dit zou de favoriete plek zijn geweest van de beroemde filmmaker. Er rijdt zelfs een man te paard een stukje over een rots, zodat we foto's kunnen maken van deze hedendaagse John Wayne. Het paard laat duidelijk blijken er weinig zin in te hebben.
Drie uur later en veel indrukken rijker, spoelen we onder de douche alle stof van ons af, waarna we in een klein museum de geschiedenis van de activiteiten van Goulding bekijken en een enigszins saaie "spirituele" diaserie over het park zien.
Vervolgens rijden we het park weer in om te genieten van de zonsondergang. We zijn niet de enigen. Er worden honderden foto's gemaakt en wij doen net zo hard mee. Zie ons eens zitten.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 3 juni

van Monument Valley naar Desert View (Grand Canyon)

 
Het plan is vandaag naar Cameron te rijden, zodat we morgenochtend vroeg naar de Grand Ganyon kunnen gaan. In de Grand Canyon zijn namelijk niet al te veel campingplaatsen en de meeste werken "first come, first stay", dus: wie het eerst komt, het eerst maalt.
Na het vertrek uit de Monument Valley rijden we direct Utah uit en Arizona weer in waar het een uur vroeger is. Het landschap wordt wat eentoniger en later gewoon saai. In  Kayenta drinken we koffie in een café waar de klok echter nog steeds op de "Utah-tijd" staat. De Navajo-serveerster legt uit dat haar volk de "reservaatstijd" aan houdt en dat is weer een uur later dan de tijd die in deze staat geldt. Tamelijk verwarrend.
Het landschap gaat er weer steeds meer als een woestijn uitzien. Veel zand, maar ook grillig gevormde heuvels in de meest vreemde kleuren. In Cameron aangekomen merken we dat die plaats niets voorstelt. Het is erg heet en de omgeving is zeer onaantrekkelijk. We besluiten door te rijden naar de Grand Canyon en hopen nog een plaats op de camping te vinden. De weg erheen wordt weer steeds fraaier en af en toe hebben we zicht op de Little Colorado River, een zijrivier van zijn grote broer (of zus?). Overal staan weer stalletjes waar men sieraden en dergelijke aan de man (of vaker de vrouw) probeert te brengen.
Grand Canyon is weer een nationaal park waarvoor toegang moet worden betaald. Voor elk park is dat gemiddeld $ 20,00, zo'n € 16,00. Als je van plan bent meer dan vier parken te bezoeken, kun je beter, zoals wij ook hebben gedaan, voor $ 80,00 een pas kopen die een jaar lang voor alle nationale parken geldig is.
Vlakbij de oostelijke ingang van het park is een camping die tot onze verbazing nog maar weinig bezet is. We zoeken een leuke plek uit, waarna we nog tijd genoeg hebben om de canyon te bekijken. Het parkmanagement heeft op een flink aantal plaatsen keurige uitzichtpunten aangelegd. Vlakbij de camping is de eerste, genaamd "Desert View" en daar werpen we onze eerste blikken in de immense kloof. Het uitzicht is werkelijk adembenemend en we nemen er dan ook de tijd voor. We kijken zo'n 1500 m de diepte in waar de Colorado stroomt. Leve de digitale fotocamera's met ruim bemeten geheugenkaartjes, zodat we niet hoeven te bezuinigen op mooie plaatjes. Maar hoe aardig de foto's ook zijn, de werkelijkheid benaderen ze op geen stukken na. Het panoramische overzicht en de diepte zijn niet te vangen. Bij het volgende "viewpoint" is het uitzicht weer heel anders en we krijgen er niet genoeg van. Na nog een mooi uitzicht wordt het langzamerhand etenstijd en keren we terug naar de camping. Na het avondmaal lopen we weer naar Desert View waar een parkranger een verhaal over het park vertelt met als thema stilte en geluid. Daarna kunnen de camera's weer klikken om het landschap bij een mooie zonsondergang vast te leggen. Heel bijzonder allemaal. En morgen is er weer een dag.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 4 juni

Om 7:00 uur maakt een zonnestraal die precies door de kier van een gordijn in zijn gezicht schijnt, Rob wakker. We staan daarom maar een beetje vroeg op tot we erachter komen dat het nog een uur vroeger is, want we hadden onze wekker gisteren vergeten te verzetten. Carla stelt voor te gaan ontbijten op een van de uitzichtpunten. Rob sputtert nog een beetje tegen, omdat we dan in alle vroegte op de camping moeten rijden, maar we zijn niet de enigen. En zodoende zitten we nog vóór 7:00 uur (let wel, we hebben vakantie!) aan het ontbijt met uitzicht op de Grand Canyon in de ochtendzon.
We rijden naar het grote bezoekerscentrum van het park. Dat is even schrikken. Het is zeer groots aangelegd met enorme parkeerterreinen die zelfs genummerd zijn, anders kun je de auto niet meer terugvinden. En nog steeds wordt er bij gebouwd. Gelukkig staan de terreinen lang niet vol, maar wat een mensenmassa moet het op topdagen zijn. Na de ochtendkoffie in een groot "plaza" gaan we een flink eind lopen langs de "rim", de bovenrand van de canyon. Het is werkelijk formidabel. Elke keer is het uitzicht weer anders. En zo lopen we urenlang. "Hoe warm het was en hoe ver" schreef Hildebrand in de Camera Obscura en dat is hier ook wel van toepassing. De temperatuur stijgt tot 28° C en dan lijken de kilometers wel dubbel zo lang. Maar wat we zien is met geen pen, en dus ook niet op ons laptopje, te beschrijven.
Aan het eind van de wandeling stappen we op een handige gratis shuttlebus die de bezienswaardigheden aan doet en ons terug brengt naar het bezoekerscentrum. De airco in de bus doet ons goed.
Terug op de camping gebruiken we de douche van de camper omdat deze eenvoudige maar fraai gelegen camping een dergelijke voorziening ontbeert. Na het avondeten kunnen we het niet laten opnieuw naar de zonsondergang te gaan kijken die welhaast nog mooier is dan gisteren. Een vuurrode bal die achter de rand van de canyon verdwijnt: prachtig.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 5 juni

van Desert View (Grand Canyon) naar Flagstaff

 
We hebben lang moeten nadenken en veel twijfels gehad, maar uiteindelijk maken we een levensgevaarlijke afdaling (1500 m!) naar de bodem van de Grand Canyon, we raften daar op de rivier over de vele stroomversnellingen en we vliegen in een helikopter door de kloof. Maar dat alles wel zittend in een comfortabele fauteuil in het Imax-theater in het plaatsje Tusayan, even ten zuiden van de Grand Canyon. Het is een schitterende film over de vroegere bewoners en de ontdekkingsreizigers die de canyon onderzochten. Vele spectaculaire beelden van bootjes over stroomversnellingen, ijzingwekkende opnamen vanuit een helikopter of een ultra-light vliegtuigje. We vinden de film zo interessant dat we hem voor thuis kopen. Nu maar hopen dat hij niet tegenvalt op ons relatief kleine schermpje.
Hierna volgt een ontspannen rit door een afwisselend landschap. Zodra we het gebied van de Grand Canyon en het ten zuiden daarvan gelegen Kaibab National Forest verlaten, wordt het eerst vrij kaal, maar later wanen we ons in Zwitserland met slingerende wegen door een bosrijk gebied met sparren en dennen. Alleen de dorpjes ontbreken. We rijden naar Flagstaff waar we aan de rand van de stad schapenscheerders bezig zien. Maar er zijn ook alpaca's, een soort lama's die zeer zachte wol geven. Het zijn aandoenlijke dieren die een geluid maken alsof je een baby hoort zeuren. Er staat een stalletje waar men een herderslunch maakt. Het is een homp brood met wat vlees en roerei met wat stukjes aardappel. We eten er lekker van.
Dan zoeken we de historische binnenstad van Flagstaff op. Nou ja, ook hier betekent historisch zo ongeveer het jaar 1900. Maar het is voor ons wel een hele stad nadat we ruim drie weken alleen maar dorpjes met kraak noch smaak hebben gezien. Flagstaff betekent "Vlaggenmast" en kreeg zijn naam omdat iemand in 1876 de Amerikaanse vlag aan een geschilde dennenstam hing. De stad heeft bijna 60.000 inwoners en ligt langs een drukke spoorlijn en de beroemde "Route 66". We zien dat er in de stad redelijk wat te doen is en besluiten hier vandaag te blijven. We zoeken een camping op en gaan direct weer terug naar de stad om ergens een biertje te drinken en door het oude centrum te wandelen.
Aan het begin van de avond is er in het buiten de stad gelegen arboretum een openluchtconcert door een Caribische steelband onder het genot van een zelf mee te nemen diner. We kopen een salade en wat sandwiches en rijden erheen. We komen er al snel achter dat we bijna 5 km over een onverharde weg moeten rijden. Het is een en al wasbord en we worden ongenadig door elkaar geschud. De band waarvan de leden oorspronkelijk uit Trininad komen, valt behoorlijk tegen. We verwachten een swingende groep, maar men staat vrij apathisch en ongeïnteresseerd te spelen. Jammer, want ze hebben prachtige kleding en ze hadden er veel meer van kunnen maken. Als we dit hadden geweten hadden we onze beproeving van de hobbelweg en de $ 15,00 pp er niet voor over gehad, maar ja, je kunt niet alles hebben.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 6 juni

van Flagstaff naar Kingman

 

De goederentreinen van Amtrak zijn heel bijzonder. we telden er een met 110 wagons met daarop tweehoog opgestapelde zeecontainers. Ze worden getrokken door vier diesellocomotieven. Het is een geweldig gezicht, maar ook... een geweldig geluid. En dat draagt heel ver. De treinen rijden 24 uur per dag, 7 dagen in de week. De spoorlijn ligt een aardig eindje van de camping, maar toch heeft zelfs Rob 's nachts voor het eerst sinds San Francisco oordopjes nodig. We merken goed dat we echt weer in een druk gedeelte van de USA zijn.
We ontbijten buiten bij een temperatuur die om 9:00 uur al tot boven de 25° C oploopt en het zal vandaag ca. 38° C worden. Het zuidwesten van de Verenigde Staten zucht onder een hittegolf.
De eerste stop vandaag is Williams. Ook in dit stadje wordt "Route 66" geëerd met souvenirwinkeltjes, oude treinen op een spoorwegemplacement en dergelijke. De espresso/cappuccino in een oud hotel smaakt prima. We lunchen in Seligman waar men zijn uiterste best heeft gedaan de beroemde weg niet in de vergetelheid te laten geraken. Oude auto's, schreeuwende reclames, foto's van oude sterren, enz., enz.
We verlaten hierna de snelweg en rijden vele kilometers over de oorspronkelijke "Route 66". We dachten hier veel oldtimers en motoren te zien, maar de weg is heel stil.
In Kingman aangekomen, vinden we een plaatsje op een camping, waarna we op zoek gaan naar de historische binnenstad van deze plaats om ergens iets te gaan eten. Na enig speurwerk vinden we dat oude gedeelte wel, maar wie schetst onze verbazing als er vrijwel niemand op straat is en er geen restaurant te vinden is. Veel gebouwen staan leeg. Het is een zeer ongezellige boel. Dan maar terug naar het nieuwere gedeelte waar het aantal motels niet te tellen is. Maar een aardig restaurant is er niet te vinden. Bij gebrek aan beter stappen we maar bij een "Taco Mundo" binnen, een soort Burger King, maar dan voor Mexicaans eten. Er is bijna niemand, want de meeste mensen gebruiken de "drive-through". Kijk maar hier rechts hoe gezellig het is. We eten een kleine Mexicaanse pizza, een burrito en een nacho. Niet direct het meest gezonde voedsel, maar het smaakt niet onaardig.
Terug op de camping is het om 21:00 uur nog boven de 30° C en is het in de camper met airco nog het beste uit te houden.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 7 juni

van Kingman naar Twentynine Palms

 
Het wordt een dag van temperatuurrecords. We ontbijten om 9:00 uur aan de picknicktafel bij een temperatuur van 32° C en in de loop van de middag wordt het 43° C. Maar ja, dan moet je maar geen woestijngebieden opzoeken, terwijl er een hittegolf aan de gang is. Het meest vervelende is nog dat we buiten nauwelijks iets kunnen doen. Gelukkig is het in de camper, dankzij de airco, goed uit te houden.
Niet ver van de camping is een "Route 66" museum dat we bezoeken. De geschiedenis van de weg wordt er verteld, er zijn oude auto's te bewonderen, maar we zien ook foto's van mensen die in de crisisjaren dertig van de vorige eeuw onder ellendige omstandigheden westwaarts over deze weg trokken om een beter leven op te bouwen. Hoe dan ook, het museum is best interessant.
We gaan weer op weg en rijden langs de Coloradorivier naar het zuiden. In de plaats Lake Huvasu City, een stad met moderne (en we denken dure) huizen, staan we vol verbazing te kijken naar de "London Bridge" en niet zo maar een nagemaakte, maar de originele uit Engeland. Nou ja, bijna origineel. Toen deze uit 1831 daterende brug in Londen niet meer voldeed, werd hij in 1967 afgebroken. Alle onderdelen werden genummerd en naar Amerika verscheept. De brug in Havasu is een betonnen brug, bekleed met de originele stenen van de brug uit Londen. De brug werd niet over water gebouwd, maar op een landtong die de stad verbond met een schiereiland. Daarna heeft men kanalen onder de overspanningen gegraven, zodat het schiereiland een eiland werd. In 1971 was de brug klaar en werd hij een toeristische attractie. Uiteraard staan er nu ook oude Britse telefooncellen en kiosken. Het is wel merkwaardig om palmbomen naast de brug te zien staan en bergen op de achtergrond. Maar nog vreemder is een temperatuur te ervaren die in Londen waarschijnlijk nog nooit is voorgekomen.
We steken de Coloradorivier over en zijn weer in Californië. We rijden over wegen die wel achtbanen lijken. Voor de wegontwerpers onder jullie: het verticale tracé voldoet op geen enkele wijze aan stop- of rijzicht en evenmin aan de comforteisen. We worden af en toe bijna gelanceerd. En we mogen gewoon meer dan 100 km/h over deze wegen rijden die weer eindeloos door woestijnen voeren. Geen leven te zien. Sommigen zullen denken, wat daar nu interessant aan is, maar het is heel bijzonder. Toch gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we nu wel genoeg woestijnen hebben gezien, zeker in deze hitte.
Onze verblijfplaats voor de komende nacht is Twentynine Palms, aan de noordkant van "Joshua Tree National Park". We hebben ze niet geteld, maar er staan vast meer dan 29 palmen in dit plaatsje. Het zwembad op de camping is heerlijk.
Na het avondmaal gaat Carla (heel onverantwoord) in haar eentje zonder water de woestijn in om foto's te maken. Maar het zijn wel mooie opnamen geworden...
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 8 juni

van Twentynine Palms naar Lytle Creek (met omweg)

 
Het wordt een dag van tegenstellingen en onverwachte gebeurtenissen. De afgelopen nacht daalde de temperatuur in de woestijn nauwelijks onder de 30° C, maar halverwege de middag rijden we door een bosrijk berglandschap met resten sneeuw langs de weg.
We staan al om 6:00 uur op om zo vroeg en (relatief) koel mogelijk "Joshua Tree National Park" te bezoeken. Het park ontleent zijn naam aan de bomen die er veel voorkomen. De mormonen die hier destijds op weg naar Utah doortrokken, zagen in die bomen de Bijbelse figuur Jozua die zijn armen smekend naar de hemel reikte toen hij zijn volk naar Israel leidde.
Het is een afwisselend park met bergen, woestijnen en rotsen en veel Joshua trees en cactussen, waarvan Carla weer veel foto's maakt. Vooral in de "Cholla" cactustuin staan er heel veel. We zien er ook een "Desert Iguana" lopen, een hagedisachtige die, als hij haast heeft, alleen op zijn achterpoten loopt, wat een koddig gezicht is.
Bij "Keys View" hebben we bovenop een hoog punt een prachtig uitzicht over de vallei ten zuiden van het park. Door deze vallei loopt de San Adreasbreuk, waar twee tektonische platen over elkaar schuiven. Daardoor komen hier regelmatig aardbevingen voor en wordt de afstand tussen ons en de bergen aan de overkant van de vallei elk jaar ca. 5 cm groter. We bezoeken tenslotte nog een bezoekerscentrum waar we een sandwich eten in het naastgelegen café.
Dan gaan we op weg richting Los Angeles. We rijden het dal in dat we eerder vanuit de hoogte zagen. Het stormt hier behoorlijk en in de omgeving staan duizenden windmolens. We rijden een flink stuk op een snelweg wat we niet zo plezierig vinden. Daarom heeft Rob een route gevonden door het "Angeles National Forest", een bergachtig gebied ten noorden van Los Angeles. Hier moeten ook enige campings zijn. Het is een schitterende omgeving. De weg kronkelt voortdurend en gaat steil omhoog en omlaag. Er is bijna geen ander verkeer, dus het is heel ontspannen rijden. Het is een bosrijk gebied waar 's winters skioorden zijn. Er ligt hier en daar sneeuw langs de weg. Er groeien veel hoge toortsen met mooie witte bloemen. We weten niet welke plantensoort dit is. De campings die we denken te vinden, staan nergens aangegeven en na ongeveer 100 km rijden komen we erachter dat de weg hierna is afgesloten. Dan maar weer terug, want er is ook nog een zijweg die naar het eindpunt leidt. Helaas is deze weg ook gestremd wat betekent dat we dezelfde weg weer terug moeten, weer 100 km dus. De dag vordert al aardig en we besluiten terug in bewoond gebied een camping te zoeken. We voeren het adres in op de TomTom, die ons echter een verkeerde kant opstuurt. Tenslotte volgen we dan maar de route die ons campingboekje aangeeft en tegen 20:00 uur komen we op een camping in Lytle Creek, verscholen tussen de bomen en aangenaam koel.
Gelukkig hebben we nog overgebleven spaghetti in de vriezer staan, dus het avondmaal staat snel op tafel. Het was een lange dag.
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 9 juni

van Lytle Creek naar Malibu

 
Voor het eerst in lange tijd schijnt de zon niet als we opstaan. Het is nevelig, maar dat is maar van korte duur. We gaan vandaag naar Los Angeles. We rijden erheen over zeer brede autosnelwegen. Sommige zijn twee keer zeven rijstroken breed. Onderweg zien we een grauwsluier boven de stad hangen. Waarschijnlijk een combinatie van nevel en luchtvervuiling. We gaan "downtown", waar de zon weer volop schijnt. Het is een hele toer om de camper ergens te parkeren, maar we vinden een parkeermeter waar we vier uur kunnen staan. In het toeristeninformatiebureau krijgen we wat tips over enige bezienswaardigheden. Men kan ons niet of nauwelijks helpen met parkeergelegenheid.
We bekijken het Walt Disney concertgebouw, hier links op de foto, een futuristisch bouwwerk van roestvrij staal en glas van architect Frank O. Gehry. Daarna de kathedraal van "Our Lady of the Angels" die we aan de buitenkant niet erg mooi vinden. Binnen is het echter adembenemend. Groot, modern, met fraaie wandkleden waarop heiligen staan afgebeeld.
Dan rijden we naar Hollywood waar uiteraard de bekende tekst in het Griffithpark op de foto moet. Daarna hebben we het Paul Getty museum als bestemming gekozen. Weer gaat het over flink uit de kluiten gewassen snelwegen die behoorlijk druk zijn. We moeten $ 15,00 voor de parkeerplaats van het museum betalen, maar de toegang is verder gratis. Het museum ligt boven op een heuvel waar we met een onbemand treintje heen rijden. Het is een prachtig gebouwencomplex, ontworpen door de architect Richard Meier die overigens ook verantwoordelijk is voor het stadhuis van Den Haag. Er zijn verschillende tentoonstellingen, waaronder een van Nederlandse meesters. Er is ook een kleine fototentoonstelling die echter tegenvalt. De tuin bij de gebouwen is ook een bezoek waard. Schitterend aangelegd. Er komen wat dreigende wolken aanwaaien, maar daar blijft het bij. Even later is het weer zonnig.
We rijden via Santa Monica en Malibu langs de kust naar het westen. Daar kamperen we in het "Leo Carillo State Park" dat aardige plekken biedt onder bomen. Vanaf de camping lopen we zo het strand op waar nog flink wat surfers de golven trotseren.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 10 juni

van Malibu naar Lake Cachuma (Santa Barbara)

 
Eigenlijk zijn we van plan een dagje rust te houden en op de camping te blijven, maar hij is volgeboekt, dus we moeten wel vertrekken. We wandelen nog wat op het strand, maar het is tamelijk bewolkt. Er zijn surfers bezig, maar erg spectaculair is het niet, want de golven zijn niet echt hoog.
We besluiten vandaag langs de kustweg naar het noorden te rijden, maar niet al te ver. De weg is weer erg mooi, maar zodra we op de snelweg komen, ook erg druk en dat rijdt minder prettig. Tegen lunchtijd komen we bij Santa Barbara waar we een kijkje nemen. Het is een levendige badplaats met een oude pier en een mooie binnenstad. Na een aardbeving in 1925 is "downtown" herbouwd met respect voor de Spaanse erfenis. Dat betekent geen schreeuwerige reclameborden en geen hoogbouw. Mooie gebouwen, leuke winkels en restaurantjes langs de hoofdstraat. Het ziet er allemaal zeer mediterraan en on-Amerikaans uit. Het is ondertussen prachtig weer geworden bij een aangename temperatuur. We wandelen de pier op die eigenlijk alleen bestaat uit houten planken en balken op stalen palen met een aantal gebouwen erop. Heel erg Amerikaans is dan weer dat men er met de auto -hobbeldebobbel- op kan rijden en aan het eind kan parkeren. Ja, je moet toch wat, als je te lui bent om een stukje te lopen. Nadat we nog wat boodschappen hebben gedaan, verlaten we Santa Barbara en ook de snelweg. De tocht gaat nu weer direct hoog de bergen in over alweer een prachtige weg. We rijden langs "Cachuma Lake", een stuwmeer dat dient voor watervoorziening, en zien dat er een camping aan ligt. We rijden er op en komen erachter dat het een zeer groot recreatieterrein betreft, gelegen op een landtong in het meer met bijna 600 kampeerplaatsen. Maar er is niet meer dan zo'n 10 % bezet. Bovendien zijn het erg ruime plaatsen, dus niemand heeft last van elkaar.
Na het avondeten lopen we een aardig eindje over het terrein, waarbij we bluebirds en woodpeckers spotten die Carla uiteraard weer uitgebreid fotografeert.
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 11 juni

Van Cachuma Lake (Santa Barbara) naar Paso Robles

 
We zien in dit land vrijwel overal grondeekhoorns, maar op deze camping wemelt het er werkelijk van. We moeten goed uitkijken waar we lopen, want overal hebben ze holen in de grond gegraven. De beestjes rennen overal rond, stoeien met elkaar en knabbelen aan de plantjes.
Het is onbewolkt, maar wel tamelijk fris omdat de wind over het water van het meer strijkt.
We gaan op weg in noordelijke richting. In San Luis Obispo is het koffietijd. Toevallig staan we vlakbij een servicestation van "Jiffylube" waar we de olie van de camper verversen. Dat krijg je ervan als je een aardige eindje rijdt. Ter geruststelling: de camperverhuurder betaalt de kosten. Het koffietentje ernaast schenkt een heerlijke espresso/cappuccino en heeft er ook prima bagels bij. Het half uurtje wachten voor de olie is dus niet erg.
Daarna zoeken we de missiepost "San Luis Obispo de Tolosa" op (waarnaar de stad is genoemd). De missiepost werd in 1772 door de Spanjaarden gesticht, mede om de Engelse en Russische invloed in het gebied te weerstaan.
Als we aankomen vernemen we dat er een kerkdienst zal worden gehouden, dus we bekijken nog snel even de kerk. Daarna worden we door de klokkenluider uitgenodigd mee naar boven te gaan om te zien hoe hij de klokken laat beieren. We krijgen gehoorbeschermers op en Quasimodo -deze is echter geheel recht van lijf en leden- laat zien hoe hij met drie koorden een deuntje speelt. We laten hem fijntjes weten dat we hebben gezien dat de klokken zijn gemaakt door de gieterij van Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel uit Nederland. Hij vertelt dat de oude klokken gebarsten waren en dat echt goede klokken alleen in Europa worden gemaakt. We zijn er een beetje trots op.
We bezoeken het museum van de missiepost en dan is het alweer lunchtijd. Vervelend is dat toch. Vooral als we hetzelfde restaurantje tegenkomen als gisteren, namelijk "Natural Food". Hier serveert men, zoals de naam al suggereert, eten van vooral natuurlijke ingrediënten. Salades, broodjes, e.d. De sandwiches en de smoothies zijn, net als gisteren, overheerlijk.
We rijden verder en stoppen in Paso Robles op een uiterst netjes en comfortabel ingerichte camping. Er is niet veel natuurlijks aan, maar het gras is groen, de bomen geven een aangename schaduw en alles ziet er keurig uit. Een minpuntje is de naastgelegen wijnproeverij, want daar houden we helemaal niet van
J! We laten ons de vijf aangeboden wijnen goed smaken en kopen twee flessen.
De camping heeft een lekker zwembad en een whirlpool waar we dankbaar gebruik van maken. Ondertussen doet de wasserette de was voor ons en zo gaat ons heerlijke leventje door.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 12 juni

van Paso Robles naar Three Rivers

 
Paso Robles verlaten we in oostelijke richting. Eerst voert de weg door een aangenaam heuvellandschap dat nogal abrupt overgaat in een tamelijk saaie vlakte, de San Joaquin Valley die we vier weken geleden ook al zijn overgestoken. We denken een kopje koffie te drinken in een vrij nieuw wegrestaurant/benzinestation dat midden in de vlakte op een eenzaam kruispunt staat. Het blijkt gesloten te zijn en te koop te staan. Kennelijk was er weinig te verdienen. Dan zetten we zelf maar koffie en die smaakt beter dan het slootwater dat men hier zet, tenzij men echte espresso kan maken.
Er wordt hier, ondanks het droge klimaat, flink wat verbouwd. Er zijn dan ook veel irrigatiekanalen aangelegd. Hier en daar zien we protestborden tegen deze activiteiten omdat elders het landschap wordt aangetast om het water te winnen. In het oosten zien we de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada oprijzen.
In Visalia pauzeren we voor de lunch. Het is een vrij grote, moderne stad met een "oude" binnenstad met niet veel meer dan één winkelstraat, waar in ieder geval een lekker broodje en salade te krijgen zijn. We verbazen ons dat er zo weinig mensen op straat zijn. We vernemen dat we voor de echte boodschappen naar de buitenrand van de stad moeten, waar weer eens een veelheid aan schreeuwerige hotelcomplexen, autoreparatiebedrijven, benzinestations, warenhuizen, e.d is gevestigd. En hier is het erg druk, dus kennelijk trekt men op zaterdag naar dit soort gebieden. Tot onze verrassing treffen we toevallig een supermarkt waar alles (zonder uitzondering) $ 0,99 kost. Jammer dat we niet veel nodig hebben.
Vervolgens gaat de rit verder richting "Sequoia National Park". In Three Rivers, juist buiten het park, hebben we een kampeerplaats gereserveerd. Het kantoor van de camping is gesloten, maar we vinden een briefje waarop onze naam, geheel verhaspeld, staat geschreven. De camping ligt aan een riviertje waar men in zwemt, maar dat is ons te koud. We staan in de schaduw van een boom. Dat kan geen kwaad, want het is vrij warm en deze keer is het een minder droge warmte dan we tot nu toe hebben meegemaakt. Morgen willen we tamelijk vroeg naar het Sequoia National Park. In dat park kunnen we geen kampeerplaats reserveren.
 

Terug naar de routekaart

 

Zondag 13 juni

van Three Rivers naar Sequoia

 
We benaderen het Sequoia National Park vanuit het zuiden, hetgeen ons eigenlijk wordt afgeraden. De weg is namelijk vanaf die kant niet geschikt voor voertuigen langer dan 6,60 m en onze camper is 90 cm langer. De parkranger stelt ons echter gerust. De weg is inderdaad zeer bochtig en steil, maar als we voorzichtig en langzaam rijden, zal het wel lukken. Kennelijk is deze waarschuwing een typisch Amerikaanse manier om schadeclaims te voorkomen. De weg is inderdaad niet bepaald recht en vlak, maar we zijn inmiddels wel wat gewend.
Het park ontleent zijn naam aan de sequoia's, zeer grote naaldbomen. Ze staan in een deel van het park dat de naam "Giant Forest" heeft gekregen. Er is een museum waarin het een en ander over de bomen wordt verteld. Verder is er een wandelroute die langs enkele van die kanjers voert en waar op informatiepanelen het nodige wordt uitgelegd. Het zijn inderdaad -zacht uitgedrukt- ferme jongens. Ze kunnen meer dan 3000 jaar oud worden en 100 m hoog. Ze stellen behoorlijk hoge eisen aan de plaats waar ze groeien. Niet te droog, niet te nat, op een bepaalde hoogte, geen dichte begroeiing. Verder, en dat is wel heel merkwaardig, hebben ze van tijd tot tijd een bosbrand nodig. Dat is om de lagere begroeiing te verwijderen. De as geeft voedsel. Bovendien gaan de zaadkegels, niet groter dan dennenappels, door het vuur open en laten ze de zaden vallen, die niet groter zijn dan een halve centimeter in doorsnee, zodat ze in de braakliggende grond kunnen ontkiemen.
Het pad loopt rond een open weide waardoor een beekje stroomt. Rondom staan verscheidene sequoia's die we vol bewondering bekijken. Plotseling zien we een beer met kleintjes in het gras lopen en later nog meer. De kleine beertjes zijn heel hoog in een boom langs het pad geklommen. Later op de camping leren we dat moederbeer de kleintjes de boom in heeft gestuurd omdat ze gevaar verwachtte van de wandelaars. Een van de beren loopt op zo'n 10 m bij ons vandaan, dus deze komt mooi op de foto, maar eerlijk gezegd zijn we blij dat er nog meer mensen wandelen.
Na deze enerverende ervaring rijden we door naar de "General Sherman Tree", de grootste levende boom ter wereld. Het is niet de hoogste, de dikste of de oudste, maar hij heeft wel het grootste volume. Hij is naar schatting 2200 jaar oud en 85 m hoog. De omtrek van de stam op de grond is 31 m en de boom weegt ongeveer 1400 ton. De parkeerplaats vanwaar de boom te bezichtigen is, is behoorlijk druk en het pad erheen is nog net niet de Kalverstraat. En daar staan dan tientallen mensen, onder wie wij, naar een boom te kijken...
Niet veel verder is een bezoekerscentrum met daarnaast een camping. Ondanks het bordje "vol", gaat Carla vragen of er toch nog een plaats is. En dat is, merkwaardig genoeg, het geval. We krijgen een prachtige plek aan een riviertje. Overal staan zogenaamde "foodlockers", kasten waarin de campinggasten hun voedsel e.d. in kunnen bewaren om te voorkomen dat de beren dit te pakken krijgen.
In het bezoekerscentrum doen we nog wat informatie op. 's Avonds houdt een ranger een lezing over beren. En zo leren we wat over hun leefomstandigheden en de relatie met mensen. Het wordt behoorlijk fris op deze hoogte. Er ligt hier en daar nog sneeuw op de camping. We nemen er nog maar een deken bij op bed.
 

Terug naar de routekaart

 

Maandag 14 juni

van Sequoia naar Coarsegold

 
Het was afgelopen nacht aardig koud en toen we opstanden was het nog maar 7 °C. En toch ontbijten we buiten in de ochtendzon aan de picknicktafel.
We gaan al vroeg op pad en rijden het "Kings Canyon National Park" in, dat grenst aan het Sequoia National Park. Beide parken gaan naadloos in elkaar over. De weg biedt prachtige vergezichten, maar vooral veel, zeer veel bomen. We overwegen nog de hele vallei in het park af te rijden, maar dat is een doodlopende weg van ongeveer 60 km lang die we dan ook weer terug moeten rijden en dat vinden we wat te veel van het goede. Net als gisteren, staan in dit park weer grote sequoia's en ook hier zijn wandelingen uitgezet waarbij veel informatie wordt verstrekt. We nemen het pad dat naar de "General Grant Tree" leidt. Deze heeft een nog grotere stamomtrek dan de gigant die we gisteren zagen, maar hij is toch minder groot. De wandeling voert langs een aantal andere torenhoge bomen die allemaal een naam hebben gekregen. Sommige zijn zeer sterk aangetast door bosbrand. Een aantal omgevallen bomen ligt hier al honderden jaren en ze vergaan maar uiterst langzaam. Enkele zijn van binnen helemaal hol zodat je er gemakkelijk rechtop doorheen kunt lopen. Een vreemde gewaarwording.
We verlaten het park en rijden richting Fresno. De eerste 20 km is één lange afdaling, dus dat kost weinig benzine. Daarna wordt het landschap vlakker om weer over te gaan in een laagvlakte met kaarsrechte wegen. Dit gebied staat bekend om de fruitteelt en dat is goed te zien aan de grote boomgaarden langs de weg. Fresno laten we letterlijk en figuurlijk links liggen. Het is een grote stad met bijna 500.000 inwoners, maar hij heeft weinig te bieden voor ons toeristen. We rijden verder noordwaarts in de richting van "Yosemite National Park". We stoppen ongeveer 40 km ten zuiden daarvan in Coarsegold op een vrij grote camping. Het is weer ruim boven de 30 °C, maar we staan op een fraaie plek onder de bomen met vrij uitzicht op het omringende landschap. Rondom staan weer mooie bloemen, er vliegen veel spechten en andere vogels rond en konijnen huppelen in het gras.
 

Terug naar de routekaart

 

Dinsdag 15 juni

van Coarsegold naar Groveland

 
Al redelijk vroeg gaan we richting "Yosemite National Park". De weg erheen is al heel mooi, maar het park zelf is schitterend. We rijden weer door bergachtig en bosrijk gebied. Zodra we een tunnel uit rijden, is het zicht op de vallei werkelijk adembenemend. Zie de foto links. Honderden meters hoge loodrechte rotsen, besneeuwde bergen in de verte en een aantal zeer hoge watervallen. We blijven een tijdje op de parkeerplaats staan om foto's te nemen. Even verderop is een pad dat naar de "Bridalveil" (bruidssluier) waterval loopt. Deze valt over 190 m als een grote nevel naar beneden en dat verklaart de naam. Iedereen die er naar gaat kijken wordt dan ook zonder uitzondering nat. Het valt nog niet mee om er een foto van te maken zonder de camera al te nat te maken. Een volgende wandeling loopt langs de rivier en een weide die weer dras is gemaakt. Ook hier staan de fotografen weer in bosjes bijeen om weer een andere waterval, de "Yosemite" waterval te fotograferen. Deze valt in drie etappes 739 m omlaag. Het is allemaal prachtig. Tot zover de superlatieven. Nu even wat negatieve aspecten. Het is druk, druk, te druk. Jaarlijks wordt het park door 4 miljoen mensen bezocht die ware verkeersopstoppingen veroorzaken en daar lijkt het vandaag ook aardig op. Bovendien wordt er aan de weg gewerkt en dat schiet niet op. De parkeerplaatsen zijn overvol: we kunnen niet eens een plaatsje vinden bij de toeristeninformatie en bij het pad dat naar de Yosemite waterval loopt. Dat is jammer. Maar het meest vervelende is nog dat alle kampeerplaatsen bezet zijn. Wat dat betreft komen we net in de verkeerde tijd, want over twee weken gaat er een aantal extra campings open. We moeten daarom het park weer verlaten. Dat doen we in westelijke richting waar we net buiten het park een plaats hebben op een grote camping.
Naast ons vinden Nederlanders een plek met wie we 's avonds vakantie-ervaringen uitwisselen onder het genot van een drankje. 
 

Terug naar de routekaart

 

Woensdag 16 juni

Ook vandaag gaan we naar Yosemite National Park, want gisteren hebben we niet zo veel kunnen bekijken. We stoppen op een brug waar bergbeklimmers uitleg geven over hun sport. Met grote verrekijkers kunnen we klauteraars zien die de "El Capitan", een vrijwel loodrechte rots van zo'n 1000 m hoog beklimmen. Daar doen ze 5 dagen tot een week over. Ze slapen in een soort hangmat.
Omdat we redelijk vroeg in het park zijn gekomen, vinden we nu gemakkelijk een parkeerplaats. In het bezoekerscentrum doen we weer de nodige informatie op over het park, het ontstaan van de vallei door gletsjers, de natuur, de geschiedenis, enz.. Hier vandaan is het een niet al te lange wandeling naar de Yosemite waterval die we gisteren al noemden. Het is een donderend geweld waarmee het water op de rotsen dreunt. Het zicht erop is grandioos.
Vervolgens nemen we de gratis bus die door de vallei rijdt naar het begin van een fikse wandeling naar "Mirror Lake". We zijn niet de enigen die dit doen en we ontmoeten zelfs de buren van de camping. Het is erg druk op het geasfalteerde pad, maar zodra dit overgaat in een natuurlijker pad met rotsen, is er nog maar een fractie van de wandelaars over. De omvang van het meer valt een beetje tegen, maar een andere steile rots weerspiegelt er fraai in. We komen een stel vermoeid uitziende jongens tegen die vertellen dat ze bepakt en bezakt een driedaagse tocht door de bergen achter de rug hadden.
De bus brengt ons weer terug naar het bezoekerscentrum waar we genieten van een film over het park met prachtige natuuropnamen. Er komt in de film vrijwel geen mens voor, laat staan een auto en dat is wel iets anders dan de werkelijkheid, want het is opnieuw erg druk.
En zo gaat de dag snel om en keren we weer terug naar de camping.
 

Terug naar de routekaart

 

Donderdag 17 juni

van Groveland naar Lodi

 
We hebben vandaag een camping op het oog die niet al te ver van de camperverhuurder ligt en we nemen daarheen niet de meest rechtstreekse weg. De oude hoofdweg 94 loopt via stadjes waar aan het eind van de 19e eeuw goudzoekers hun geluk beproefden. Het plaatsje Columbia is geheel in de stijl van die tijd herbouwd. Er zijn winkeltjes, een bank, een hoefsmid, e.d. De mensen die er werken zijn allemaal in oude stijl gekleed. Het is dus een soort openluchtmuseum, maar we kunnen er wel Italiaanse koffie drinken. Er rijdt een met vier paarden bespannen wagen rond waarmee men een ritje in de omgeving kan maken. De plaatselijke sheriff leidt de bezoekers rond terwijl ze over de geschiedenis van het stadje vertelt. Vooral de ellendige omstandigheden waaronder de inwoners leefden, komen aan de orde. We slenteren er wat rond en kunnen er zelfs goud "pannen", dit is het uitspoelen van het waardevolle metaal met een soort diep bord. We worden er niet rijk van. Daarom kopen we maar een sandwich die we op een picknickplaats verorberen.
We rijden verder in westelijke richting waarbij het landschap langzamerhand steeds vlakker wordt. We laten de camper schoonmaken in een wasstraat waar men trucks wast.
We bevinden ons in de delta van San Francisco. Even ten westen van de stad Lodi vinden we de camping die gericht is op de watersport, maar waar de camper tussen de mooie bloemetjes staat.
We ruimen de camper op, maken hem schoon en pakken de koffers voor een groot gedeelte in. Dit wordt de laatste nacht in onze "motorhome".
 

Terug naar de routekaart

 

Vrijdag 18 juni

van Lodi via Oakland naar San Francisco

 
We staan om 7:00 uur op en bereiden ons voor op de terugkeer naar Oakland waar we de camper weer moeten inleveren. We ruimen de laatste spullen op, pakken alles in en vertrekken rond 9:00 uur. De rit naar Oakland verloopt voorspoedig. Van natuurschoon is niet veel sprake. We merken dat we steeds meer in de bewoonde wereld komen. Er is ook redelijk wat industrie en dat hebben we in onze vakantie niet veel gezien (en overigens ook niet gemist). Om ongeveer 10:30 uur komen we aan bij "Cruise America". We vertellen onze minder goede ervaringen met het elektrische systeem van de camper en de slechte bereikbaarheid van de hulpdienst van de camperverhuurder. Na enig overleg krijgen we, samen met de nodige excuses, drie dagen huur terug als genoegdoening. Ook de onkosten die we hebben moeten maken, zoals het olieverversen, worden uiteraard vergoed. De shuttle naar de luchthaven van San Francisco, die ook in het huurpakket zit, komt spoedig en tegen 13:00 uur komen we aan op San Francisco International Airport. Het inchecken verloopt gezwind, de controle is intensief, de schoenen van Rob worden aan een extra inspectie onderworpen. In de vertrekhal nuttigen we een kopje koffie en de meegebrachte boterhammen. We besteden onze laatste dollars aan wat drinken en snacks. Bij de gate lezen we wat en houden we het dagboek bij.
Het vliegtuig vertrekt op tijd om 16:00 uur en we bereiden ons weer voor voor een lange reis van bijna 10 uur. De consumpties aan boord zijn prima. We dommelen af en toe een beetje in, maar van echt slapen komt niets. We kijken daarom maar weer naar enige speelfilms.
 

Terug naar de routekaart

 

Zaterdag 19 juni

Na een rustige vlucht komen we om 10:45 uur op Schiphol aan. Nadat we zijn uitgestapt, verbazen we ons weer over de grote afstand die we moeten afleggen naar de bagageband. Dan duurt het nog tamelijk lang voordat we onze bagage terugkrijgen. Het is verschrikkelijk druk in de aankomsthal. Mensen die wachten op aankomende passagiers blokkeren bijna onze doortocht. De taxi is snel besteld en om 12:30 uur stappen we ons huisje weer in. Zoals altijd als we na een tamelijk lange tijd thuiskomen, ziet het er allemaal een beetje vreemd uit, maar dat went snel. De tafel zakt bijna door zijn poten onder het gewicht van de stapels post die de buren in zes weken hebben verzameld.
We voelen ons allebei een beetje gammel, maar na een dutje komen we weer aardig bij.
Een prachtige vakantie zit erop.
 

Terug naar de routekaart

 

Enige tips voor een (camper)reis naar de Verenigde Staten

De verhuurder waar wij de camper vandaan hadden, Cruise America, is relatief goedkoop. De campers zijn niet altijd even nieuw en nogal karig voorzien van huishoudelijke artikelen (als je die al hebt gehuurd).
Wij hadden een nogal slechte ervaring met de telefonische bereikbaarheid van de verhuurder toen we wat problemen hadden met de elektrische installatie (zie het verslag). Er waren zeer veel wachtenden voor ons en de telefoon werd niet opgenomen of we werden niet terug gebeld zoals men ons beloofde. Aan de andere kant was men bij ons heel gemakkelijk in het vergoeden van aangeschafte spullen en bij de restitutie van enige dagen camperhuur i.v.m. de pech die we hadden.

Je kunt een camper in de Verenigde Staten besturen met een Nederlands personenautorijbewijs, ondanks de afmetingen van de camper. Het zijn in feite (kleine) vrachtauto’s. Het rijden ermee is even wennen, maar went snel, mede dankzij de brede wegen, de automatische versnellingsbak en de cruise-control waarmee de campers meestal zijn uitgerust (even goed in het instructieboekje opzoeken hoe dit werkt).

Op snelwegen maakt het weinig uit op welke rijstrook je rijdt. Je mag links en rechts inhalen en dat doet men veelvuldig, wat voor ons erg wennen is.
Een andere vreemde verkeersregel is dat je rechtsaf door rood licht mag rijden als je het andere verkeer niet hindert.
Verder zijn er veel kruisingen waarbij men komende van alle vier de richtingen verplicht moet stoppen. De eerste die bij het kruispunt aankomt, mag ook als eerste oprijden.

In San Francisco kun je voor een of meer dagen een kaart kopen waarmee je onbeperkt van het openbaar vervoer gebruik kunt maken (bus, tram, metro en cable car).

Bij de AAA (de Amerikaanse ANWB) kun je (op vertoon van je ANWB-lidmaatschapskaart) gratis wegenkaarten, campingboekjes en andere informatie krijgen.

Een TomTom is nuttig omdat op veel locaties niet de steden staan aangegeven, maar alleen de wegnummers en de namen van de zijstraten. Wij gebruikten hem vooral om de grote steden in en uit te komen. In het buitengebied kun je bijna niet verkeerd rijden.

Ga zo snel mogelijk op zoek naar een (grote) supermarkt voor de eerste inkopen. Cruise America kon ons de weg erheen wijzen. Supermarkten vind je op veel plaatsen. Wal-Mart is relatief goedkoop en verkoopt naast de dagelijkse boodschappen, ook allerlei gereedschap, elektronica, e.d. Kijk in de keuken van de camper wat er allemaal nog ontbreekt. Denk bijv. aan afwasmiddel, afwasborstel, vaatdoekjes, waslijn, knijpers, kurkentrekker, gasaansteker, keukenrol, toiletpapier, plastic (magnetron)folie, plastic zakjes, voorraaddozen, (plastic) wijnglazen, enz., enz.
Een heel goedkope winkel is de "99¢ only store", waar alles slechts $0,99 kost en redelijk veel te koop is. Kijk op www.99only.com waar de winkels te vinden zijn.

Bij veel supermarkten kun je bij de informatiebalie een gratis klantenkaart krijgen waarmee veel artikelen met korting kunnen worden gekocht.
Het prijspeil is lag in 2010 behoorlijk hoger dan in Nederland. Houd er rekening mee dat in alle winkels de artikelen zijn geprijsd exclusief lokale belasting.

Alcoholische drank (ook bier) kun je niet overal in een supermarkt kopen, maar is in sommige staten (zoals Utah) alleen in slijterijen (liquor stores) te koop en was duurder dan in Nederland.

Omdat het matras van de bedden in de camper een plastic bovenkant had, schoven de (meegeleverde) gewone onderlakens gemakkelijk weg en kwamen we gemakkelijk onaangenaam op het plastic te liggen. Koop daarom een hoeslaken voor het matras.

Een creditkaart is bijna onmisbaar. Je kunt er op heel veel plaatsen mee betalen en vaak wordt hij ook gebruikt als borg. Bij Cruise America werd meteen een fiks bedrag aan borg afgeschreven dat zeer kort na de vakantie keurig werd terugbetaald, eventueel onder verrekening van schade, extra gereden kilometers, maar ook eventuele aanschafkosten die men vergoedde.

Denk erom dat je bij sommige tankstations van tevoren moet betalen, dus voordat je kunt tanken. Dat doet men om misbruik te voorkomen. Als je voor minder tankt dan je hebt betaald, krijg je dat uiteraard terug.
De campers rijden meestal op benzine. Deze brandstof kostte in 2010 ca. $3,00 per gallon, dat is ongeveer $0,80 per liter. Er waren wel behoorlijke prijsverschillen tussen de verschillende stations. Vooral op afgelegen plaatsen was het veel duurder. De campers rijden ongeveer 1 liter op 4 kilometer.

Als je een laptop hebt meegenomen met draadloos internet, kun je op veel campings gratis. Gratis hotspots zijn er ook bij en in de directe nabijheid van de vestigingen van McDonald's.

Ons is niet duidelijk of het water uit de kraan overal geschikt om te drinken. Je kunt uiteraard flessenwater kopen, maar een goedkoop alternatief is het water dat je buiten bij veel supermarkten uit een speciale installatie kunt voor $ 0,25 per gallon kunt tappen in een tankje dat je eenmalig in de winkel kunt kopen.

Neem niet te veel kleding mee. Kleding is in de VS relatief goedkoop. Een Levis spijkerbroek voor $20,00 was in 2010 geen uitzondering.

Campings met voorzieningen zijn aardig duur. Wij betaalden in 2010 voor twee personen + camper tussen $35,00 en $65,00 (in Las Vegas) per nacht, afhankelijk van de voorzieningen. De campings in natuurgebieden zijn het mooist en goedkoopst (vanaf $10,00), maar hebben vaak weinig voorzieningen: geen elektriciteit, soms alleen een toilet zonder waterspoeling, wel meestal een tappunt voor water en een dumpplaats voor het afvalwater van de camper. De luxere campings zijn vaak op alle camperplaatsen voorzien van aansluitingen voor elektriciteit, water en afvoer.

De laatste maandag van mei is in de VS "Memorial Day" waarop de militairen worden herdacht die tijdens hun dienstperiode de dood vonden. Vanaf het weekeinde daarvoor wordt het drukker op de campings en werden wij geconfronteerd met campings waarop geen plaats meer beschikbaar was. Soms moet je dan lang van tevoren reserveren, bijvoorbeeld op de campings in Yosemite NP, waarvan er vele pas in juli open gaan.

Om te telefoneren kun je een soort prepaidkaart kopen. Onze ervaringen waren niet onverdeeld gunstig, omdat het soms niet lukte een verbinding tot stand te brengen. Merkwaardig was dat de kaart na lokaal bellen, snel leeg was.

Neem enige oude hand- en theedoeken mee. Deze kun je aan het eind gebruiken om de camper schoon te maken en dan weggooien.

De spanning van de elektriciteit is in de VS 110V en de aansluitingen zijn anders. Veel apparaten die in Nederland in gebruik zijn, zoals oplaadapparaten voor camera's, laptops, MP3-speler, werken ook op dat voltage, maar bijv. een föhn waarschijnlijk niet. Kijk op het apparaat voor welk voltage hij geschikt is. Neem in ieder geval een wereldstekker mee. Ook een omvormer die de 12V gelijkstroom van de sigarettenaansteker in de camper omvormt naar 220V wisselstroom kan gemakkelijk zijn. Let er op dat het apparaat voldoende vermogen levert.

Onderweg in de VS zul je ongetwijfeld door nationale parken komen. Overweeg hiervoor een jaarpas te kopen die voor alle parken geldig is, in plaats van losse passen per park. Een jaarpas is al voordeliger bij een bezoek aan tenminste vier parken. De passen zijn bij de parken zelf te koop voor $80,00 (prijspeil 2010) voor een camper met inzittenden. De pas moet je ondertekenen. Er is plaats voor twee handtekeningen. Laat er een open en je kunt de kaart na je vakantie aan een ander geven.

Bedenk dat in de VS "doggy bags", om overblijvend eten in restaurants mee naar huis te nemen, heel normaal zijn.

Scan je reisbescheiden, vouchers, paspoorten, bankpasjes, creditcards, verzekeringsbewijzen, e.d. en e-mail ze als bijlage naar je eigen adres dat je ook via internet kunt raadplegen (bijv. hotmail of gmail). Als je de papieren onverhoopt verliest, kun je ze via internet altijd nog raadplegen en afdrukken.

 

Terug naar de routekaart      Terug naar de website